Examentraining moderne vreemde talen

Examentraining moderne vreemde talen

Wil je betere cijfers halen?
  • Extra uitleg en oefenen voor elk boek op school
  • Stel vragen en krijg direct antwoord
  • Video's, samenvattingen, oefenen, AI-tutor, woordjes leren en examentraining
Samenvatting

Leerdoelen

Je kunt de flowchart toepassen op alle teksten.

Je kunt teksten begrijpen, ook met een beperkte woordenschat.

Je kunt de juiste keuze maken als je twijfelt tussen 2 mogelijke antwoorden.

Wat is de structuur van een Cito-tekst?

Een Cito-tekst heeft een vaste Cito-tekststructuur die je helpt bij het begrijpen van de inhoud.

Introductie: Dit is de eerste alinea van een tekst. De introductie legt vaak uit waarom iets aan de hand is, wat het probleem is of hoe een situatie in elkaar zit. Als de titel moeilijk is, kun je bij de eerste vraag kijken of daar meer informatie over het onderwerp staat.

Argumenten en tegenargumenten: Na de introductie volgen argumenten die het onderwerp ondersteunen of tegenspreken. Deze worden vaak verbonden door signaalwoorden. Signaalwoorden zijn woorden die het verband tussen zinnen of alinea's aangeven (bijvoorbeeld 'however', 'therefore', 'but').

Experts: Een expert is een persoon die bij naam, titel of instituut wordt genoemd in de tekst. Experts delen informatie die met het onderwerp te maken heeft, soms met complexere termen.

Voorbeelden: Een voorbeeld is een stukje tekst waarin een moeilijke zin, die eerder voorkwam, in begrijpelijke taal wordt uitgelegd.

Hoe bepaal je de grote lijn en toon van een tekst?

De eerste stap van de flowchart is het opstellen van de grote lijn. Dit betekent dat je bepaalt waar de tekst over gaat. Doe dit door naar de titel, eventuele plaatjes en de eerste vraag te kijken.

Lees vervolgens de introductie om de toon van de tekst te bepalen. De toon is of de tekst positief of negatief is. Dit kun je vaak aanvoelen, zelfs met een beperkte woordenschat. Je kunt woorden met een positieve of negatieve lading tellen. Als je de toon weet, kun je bepalen of een specifiek tekstgedeelte (bijvoorbeeld een tegenargument) overeenkomt met de verwachte toon.

Hoe lees je vragen slim?

De tweede stap is het slim lezen van de vraag. Door belangrijke elementen te markeren, voorkom je slordigheidsfouten.

1.Markeer wat er gevraagd wordt: onderstreep waar je precies naar moet zoeken in de tekst.

2.Markeer signaalwoorden en dubbele punten: deze helpen je de interne structuur van de vraag en het antwoord te begrijpen.

3.Controleer op nuttige informatie: haal alle aanwezige informatie uit de vraag. Soms geeft de vraag zelf al uitleg over moeilijke woorden.

4.Stel het vraagtype vast: Er zijn vijf verschillende vraagtypen:

1.ABCD regulier: de meest voorkomende meerkeuzevraag.

2.Voorbeeldvraag: vraagt om een concreet voorbeeld of uitleg in eigen woorden.

3.Beweringsvraag: vraagt of een stelling (bewering) juist of onjuist is.

4.Gatenvraag signaalwoorden: vraagt om het juiste signaalwoord in te vullen.

5.Gatenvraag anders: vraagt om een zin of een stukje tekst in te vullen.

Welke tactieken gebruik je per vraagsoort?

Hoe beantwoord je een ABCD-reguliere vraag?

Bij een ABCD-reguliere vraag is het belangrijk om bewijs te zoeken in de tekst. Je werkt met synoniemen en parafrases, wat betekent dat je dezelfde betekenis in andere woorden probeert te vinden.

Markeer signaalwoorden en dubbele punten in de tekst om de opbouw te begrijpen.

Een antwoord is waarschijnlijk fout als het slechts in één klein deel van de tekst voorkomt en er geen signaalwoord bij staat.

Een goed antwoord dekt alle elementen die in het antwoord genoemd worden, en de elementen moeten terug te vinden zijn in de tekst. Het moet ook passen bij de grote lijn en de toon van het relevante tekstgedeelte.

Hoe beantwoord je een voorbeeldvraag?

Een voorbeeldvraag vraagt om een concreet voorbeeld of uitleg in eigen woorden. Een voorbeeld legt een moeilijke zin uit in begrijpelijke taal. Je kunt een voorbeeld herkennen aan:

Namen van personen.

Plaatsen, zoals steden, landen of specifieke locaties (bijvoorbeeld 'deze verdieping van het gebouw').

Getallen, percentages, data (bijvoorbeeld 'vorige week', 'twee jaar geleden').

Specifieke signaalwoorden, zoals 'for instance', 'for example', 'to illustrate'.

Bij een omgekeerde voorbeeldvraag is het voorbeeld al in de vraag gegeven. Hierbij wordt gevraagd wat het algemene punt van de tekst is, gebaseerd op dat voorbeeld. Het antwoord moet het voorbeeld in eigen woorden uitleggen, passend bij de grote lijn. Schrap antwoorden die slechts een specifiek onderdeel van het voorbeeld bevatten.

Hoe beantwoord je een beweringsvraag?

Bij een beweringvraag (wel/niet, goed/fout, juist/onjuist) lees je eerst de antwoorden en markeer je de zoektermen. De bewering is een samenvatting, en jij zoekt gedetailleerde informatie in de tekst om deze bewering te controleren. Je moet informatie uit verschillende delen van de tekst combineren om te bepalen of de bewering klopt. Voorbeeld: Als de bewering "Pietje sliep slecht" is, en de tekst vermeldt dat hij "de hele dag rondliep, kabaal hoorde en de baby hem wakker maakte", dan kun je deze details optellen en concluderen dat Pietje inderdaad slecht sliep.

Hoe beantwoord je een gatenvraag over signaalwoorden?

Bij een gatenvraag signaalwoorden lees je de zin tot aan het gat, plus de zin erna. Bepaal het verband tussen de twee zinnen. Dit kan een tegenstelling, een uitbreiding of een opsomming zijn. Let ook op veranderingen in de toon (positief of negatief). Kies het signaalwoord dat logisch past en het verband het beste weergeeft. Je kunt vaak al twee of drie antwoorden wegstrepen die niet bij het verband passen.

Hoe beantwoord je een gatenvraag met ontbrekende tekst?

Bij een gatenvraag lees je de zin tot aan het gat, plus de zin erna. Het antwoord is vaak een herhaling in synoniemen of parafrases van informatie die voor of na het gat staat. Let op signaalwoorden en verwijswoorden (woorden als 'dit', 'this means') die verbanden en herhalingen aangeven. Een dubbele punt na het gat wijst vaak op een uitleg die volgt. Let ook op de grote lijn van de alinea en de toon (positief/negatief); dit kan je helpen bij het kiezen van het juiste stukje tekst.

Hoe verzamel je bewijs?

De vierde en laatste stap van de flowchart is het verzamelen van bewijs. Ook als je denkt dat een antwoord makkelijk is, controleer je altijd je werk.

Zoek in de tekst naar bevestiging voor alle onderdelen van het antwoord.

Controleer of het antwoord overeenkomt met de positieve of negatieve toon van het tekstgedeelte.

Verzeker je ervan dat je gekozen antwoord daadwerkelijk de vraag beantwoordt, bijvoorbeeld over de juiste persoon of onderwerp.

Hoe herken je foute antwoorden?

Cito-teksten kunnen misleidend zijn. Let op de volgende kenmerken, die vaak duiden op een fout antwoord:

Absolute woorden: woorden als 'always', 'only', 'solely' of 'most' maken een antwoord vaak te extreem. Teksten zijn meestal genuanceerder. Als je zo'n woord ziet, wees dan extra alert.

Vergelijkingen die niet in de tekst staan: als een antwoord een vergelijking maakt (bijvoorbeeld 'more than' of 'mostly') die niet expliciet in de tekst wordt gemaakt, dan is het antwoord waarschijnlijk fout.

Gedeeltelijke opsommingen: als een tekst een lijst van meerdere zaken geeft, moet een goed antwoord de hele opsomming dekken, niet slechts een deel ervan. Zoek naar een antwoord dat de hele opsomming in synoniemen of parafrases uitlegt.

Verschillende toon: als de tekst positief is en het antwoord negatief (of andersom), is het antwoord waarschijnlijk fout, tenzij het om een tegenargument gaat. Blijf letten op de toon van het specifieke tekstgedeelte.

Niet-vermelde redenen bij waarom-vragen: als de tekst een feit vermeldt, maar de reden daarvoor niet, mag je deze reden niet zelf afleiden. Het antwoord moet expliciet in de tekst staan.

Wat doe je bij twijfel?

Als je ondanks alle stappen nog steeds twijfelt tussen twee antwoorden, pas dan de volgende strategieën toe:

Controleer de grote lijn: neem afstand en denk na: waar gaat de hele tekst over? Past het antwoord bij de algemene boodschap van de tekst? Komt het vaker terug?

Vergelijk antwoorden op nuance en toon: kies het antwoord dat het beste aansluit bij de grote lijn en de toon van de tekst. Dit helpt je om logisch te gokken in plaats van willekeurig. Cito ordent antwoorden alfabetisch, dus gokken op 'C' heeft geen zin.

Afspelen
Geluid uitzetten
Afspeelsnelheid
00:00 / 24:30
Ondertiteling/CC
Instellingen
Volledig scherm
Oefenen
ABCD regulier (vraagtype)
Het meest voorkomende vraagtype waarbij bewijs (synoniemen/parafrases) voor alle elementen van het antwoord in de tekst gezocht moet worden.
Absolute woorden (fout antwoord)
Woorden zoals 'always', 'only', 'solely' of 'most' in een antwoord die vaak duiden op een onjuist antwoord omdat teksten genuanceerder zijn.
Beweringsvraag (vraagtype)
Een genummerde vraag (wel-niet, goed-fout, juist-onjuist) waarbij de bewering een samenvatting is en gedetailleerde informatie in de tekst gezocht moet worden om deze te bevestigen of ontkrachten.
Bewijs verzamelen
Het controleren van een gekozen antwoord door te bevestigen dat alle onderdelen in de tekst staan, de toon klopt en het antwoord de vraag beantwoordt.
Cito tekst structuur
De logische opbouw van een Cito tekst, bestaande uit introductie, argumenten, tegenargumenten, experts en voorbeelden.
Experts (in tekst)
Personen die bij naam, titel of instituut worden genoemd en die iets over het onderwerp vertellen, soms met moeilijke termen.
Flowchart
Een methode om teksten te lezen en te begrijpen, zelfs met beperkte woordenschat.
Gatenvraag anders (vraagtype)
Een vraag waarbij een zin of stukje tekst in een gat moet worden geplakt, waarbij gezocht wordt naar synoniemen, parafrases en signaalwoorden rondom het gat.
Gatenvraag signaalwoorden (vraagtype)
Een vraag waarbij een passend signaalwoord in een gat in de tekst moet worden ingevuld, gebaseerd op het verband voor en na het gat.
Grote lijn opstellen
Het bepalen van het hoofdonderwerp van een tekst door te kijken naar de titel, het plaatje en de eerste vraag.
Introductie (Cito tekst)
De eerste alinea van een Cito tekst die uitlegt waarom iets zo is in het onderwerp, vaak door een probleem of situatie te schetsen.
Opsommingen (fout antwoord)
Een antwoord dat slechts een deel van een opsomming uit de tekst benoemt, terwijl een correct antwoord de hele opsomming dekt.
Signaalwoorden
Woorden die het verband tussen zinnen of alinea's aangeven (bijv. tegenstelling, uitbreiding, oorzaak-gevolg).
Toon van de tekst
Of een tekst positief of negatief is, te bepalen aan de hand van de inleiding en specifieke woorden.
Vergelijkingen (fout antwoord)
Een vergelijking (bijv. 'more than') in een antwoord die niet expliciet in de tekst wordt gemaakt, wat duidt op een onjuist antwoord.
Voorbeeld (in tekst)
Een stukje tekst dat een moeilijke zin of concept in begrijpelijke taal uitlegt.
Voorbeeldvraag (vraagtype)
Een open vraag die vraagt om een concreet voorbeeld of uitleg in eigen woorden, vaak te herkennen aan namen, plaatsen, getallen, data of signaalwoorden.
Waarom-vragen (fout antwoord)
Een antwoord op een waarom-vraag dat een reden geeft die niet expliciet in de tekst staat, zelfs als deze logisch lijkt.

Examentraining moderne vreemde talen: uitleg, samenvatting en oefenen

Krijg de beste uitleg over examen, examens, examentraining, flowchart, moderne vreemde taal, moderne vreemde talen en mvt. Op deze pagina vind je:

  • Uitleg: stap-voor-stap uitleg over de theorie, voorbeelden, tips en veelgemaakte fouten.
  • Een samenvatting: leerdoelen, kernbegrippen, stappen en voorbeelden over Examentraining moderne vreemde talen.

Ondersteund door Ainstein, onze AI-hulp die je vragen stap voor stap beantwoordt.

4,8

Voeg je bij ruim 80.000 leerlingen die al leren met JoJoschool

Helemaal compleet!

Alle informatie die ik voor mijn toetsen moet kennen is aanwezig, de powerpoints zijn duidelijk en makkelijk te begrijpen. De opdrachten passen altijd goed bij het onderwerp en ondersteunen goed bij het leren. JoJoschool is erg overzichtelijk voor mij!

Heel overzichtelijk

Ik gebruik het nu voor Biologie, het werkt ontzettend goed, het is heel overzichtelijk en alles wordt behandeld. Hoog rendement haal ik met leren, geen langdradige verhalen, maar ook niet te moeilijk. Het houdt ook automatisch bij hoe ver je bent.

Beter dan YouTube

Het is voor mij een erg goede manier om de leerstof voor toetsen te begrijpen. De video’s zijn een stuk duidelijker en beter dan de meeste video’s op YouTube.

Waarom kies je voor JoJoschool?

Hoger scoren

86% van onze leerlingen zegt hoger te scoren.

Betaalbaar en beter

Een alternatief op dure bijles, altijd uitgelegd door bevoegde docenten.

Sneller begrijpen

83% van onze leerlingen zegt onderwerpen sneller te begrijpen.

Ontdek JoJoschool 🎁

Met ons overzichtelijke platform vol met lessen en handige tools heb je alles voor school binnen handbereik. Maak je account aan en ervaar het zelf!

“Door JoJoschool kan ik makkelijker en beter leren” - Anne, 3 havo