Begrippen van Examentraining moderne vreemde talen
Publiek
Woorden in deze lijst (18)
Origineel
- ABCD regulier (vraagtype)
- Het meest voorkomende vraagtype waarbij bewijs (synoniemen/
parafrases) voor alle elementen van het antwoord in de tekst gezocht moet worden. - Absolute woorden (fout antwoord)
- Woorden zoals 'always', 'only', 'solely' of 'most' in een antwoord die vaak duiden op een onjuist antwoord omdat teksten genuanceerder zijn.
- Beweringsvraag (vraagtype)
- Een genummerde vraag (wel-niet, goed-fout, juist-onjuist) waarbij de bewering een samenvatting is en gedetailleerde informatie in de tekst gezocht moet worden om deze te bevestigen of ontkrachten.
- Bewijs verzamelen
- Het controleren van een gekozen antwoord door te bevestigen dat alle onderdelen in de tekst staan, de toon klopt en het antwoord de vraag beantwoordt.
- Cito tekst structuur
- De logische opbouw van een Cito tekst, bestaande uit introductie, argumenten, tegenargumenten, experts en voorbeelden.
- Experts (in tekst)
- Personen die bij naam, titel of instituut worden genoemd en die iets over het onderwerp vertellen, soms met moeilijke termen.
- Flowchart
- Een methode om teksten te lezen en te begrijpen, zelfs met beperkte woordenschat.
- Gatenvraag anders (vraagtype)
- Een vraag waarbij een zin of stukje tekst in een gat moet worden geplakt, waarbij gezocht wordt naar synoniemen, parafrases en signaalwoorden rondom het gat.
- Gatenvraag signaalwoorden (vraagtype)
- Een vraag waarbij een passend signaalwoord in een gat in de tekst moet worden ingevuld, gebaseerd op het verband voor en na het gat.
- Grote lijn opstellen
- Het bepalen van het hoofdonderwerp van een tekst door te kijken naar de titel, het plaatje en de eerste vraag.
- Introductie (Cito tekst)
- De eerste alinea van een Cito tekst die uitlegt waarom iets zo is in het onderwerp, vaak door een probleem of situatie te schetsen.
- Opsommingen (fout antwoord)
- Een antwoord dat slechts een deel van een opsomming uit de tekst benoemt, terwijl een correct antwoord de hele opsomming dekt.
- Signaalwoorden
- Woorden die het verband tussen zinnen of alinea's aangeven (bijv. tegenstelling, uitbreiding, oorzaak-gevolg).
- Toon van de tekst
- Of een tekst positief of negatief is, te bepalen aan de hand van de inleiding en specifieke woorden.
- Vergelijkingen (fout antwoord)
- Een vergelijking (bijv. 'more than') in een antwoord die niet expliciet in de tekst wordt gemaakt, wat duidt op een onjuist antwoord.
- Voorbeeld (in tekst)
- Een stukje tekst dat een moeilijke zin of concept in begrijpelijke taal uitlegt.
- Voorbeeldvraag (vraagtype)
- Een open vraag die vraagt om een concreet voorbeeld of uitleg in eigen woorden, vaak te herkennen aan namen, plaatsen, getallen, data of signaalwoorden.
- Waarom-vragen (fout antwoord)
- Een antwoord op een waarom-vraag dat een reden geeft die niet expliciet in de tekst staat, zelfs als deze logisch lijkt.