Leerdoelen
•Je kunt benoemen welke literaire termen en stijlfiguren er zijn.
•Je kunt uitleggen wat literaire termen en stijlfiguren doen voor een tekst of verhaal.
Alliteration, assonance en consonance
•Alliteration: de beginklank van meerdere woorden in een zin is hetzelfde.
•Assonance: dezelfde klinkerklank komt meerdere keren voor.
•Consonance: dezelfde medeklinkerklank komt meerdere keren voor.
Voorbeeldzin: Peter Piper picked a pack of pickled peppers.
In de voorbeeldzin heb je:
Alliteration: de "p" aan het begin van bijna elk woord.
Assonance: de "e" in Peter, Piper, pickled, en peppers. De ‘i’ in Piper, picked en pickled is ook een assonance.
Consonance: de "p" in het midden en de "ck" aan het einde van sommige woorden.
Repetition & the rule of three
Repetition is het herhalen van woorden of zinnen om een bepaald effect te creëren. Vaak wordt de rule of three, ook wel Tricolon genoemd, gebruikt, zoals in de beroemde quote van Abraham Lincoln: "Government of the people, by the people, for the people."
Personification
Bij personification krijgt een levenloos ding of abstract idee menselijke eigenschappen.
Bijvoorbeeld:
The sun smiled down upon us.
The story jumped off the page.
Allusion
Allusion verwijst naar een ander bekend werk of concept. Er zijn drie soorten:
1.Literary allusion: verwijst naar literatuur. Bijvoorbeeld, "He's turning into a real Romeo with her."
2.Mythical allusion: verwijst naar mythes en oude verhalen. Bijvoorbeeld, "Chocolate really is her Achilles' heel."
3.Biblical allusion: verwijst naar de Bijbel. Bijvoorbeeld, "If it doesn't stop raining, I'm going to build an ark."
Irony
Irony kent drie vormen:
1.Situational irony: het tegenovergestelde gebeurt van wat je verwacht. Bijvoorbeeld: Een brandweerstation dat afbrandt.
2.Verbal irony: de spreker zegt iets, maar de lezer begrijpt dat het tegenovergestelde wordt bedoeld, vaak om de draak te steken met de situatie, niet om te beledigen. Bijvoorbeeld: Je zegt "lekker warm" terwijl het ijskoud is.
3.Dramatic irony: de lezer weet iets wat het personage niet weet. Bijvoorbeeld: Een personage zegt opgelucht te zijn dat hij een ongeluk heeft gemist, terwijl hij op weg is naar een ander ongeluk.
Metaphor en simile
Metaphor: identificatie en samensmelting van twee verschillende dingen.
Bijvoorbeeld: "Your voice is silk." of “Her lips are red roses.”
Simile: het trekken van een vergelijking tussen twee verschillende dingen met "like" of "as."
Bijvoorbeeld: "Your voice is like silk." of “Her lips are as red as roses.”













