Structurele groei

Structurele groei

Verberg docent
Afspelen
Geluid uitzetten
Afspeelsnelheid
00:00 / 11:50
Ondertiteling/CC
Instellingen
Volledig scherm
Oefenen
Open vraag

Tot welke sector behoort elk van deze organisaties?

Samenvatting

Leerdoelen

Je kunt uitleggen wat de structurele kant van de economie is en hoe deze wordt ingedeeld in vier sectoren

Je kunt beschrijven wat op lange termijn de economische groei bepaalt

Je kunt de productiefunctie uitleggen en de formule van de potentiële productie toepassen

Je kunt het verschil uitleggen tussen constante meeropbrengsten en afnemende meeropbrengsten aan de hand van een voorbeeld

Je kunt benoemen welke factoren de totale factor productiviteit beïnvloeden

Je kunt uitleggen wat structuurbeleid is en voorbeelden geven van maatregelen

De structurele kant van de economie

De structurele kant van de economie gaat over hoe een economie is opgebouwd. We delen de economie in vier sectoren in:

Primaire sector: het winnen van grondstoffen uit de natuur, zoals landbouw en visserij

Secundaire sector: het bewerken van grondstoffen tot eindproducten, bijvoorbeeld in fabrieken

Tertiaire sector: commerciële dienstverlening met winstdoel, zoals een taxichauffeur of kapper

Quartaire sector: niet-commerciële dienstverlening zonder winstdoel, zoals politie, brandweer en onderwijs

Let op: soms kan een dienst toch commercieel zijn, zoals een privéschool. Dan valt deze onder de tertiaire sector. De vraag is steeds: willen ze winst maken of niet?

De verdeling van deze sectoren samen noemen we de structuur van de economie. Verandert het belang van sectoren ten opzichte van elkaar, dan spreken we van structuurontwikkeling.

Structuur en welvaart

Welvaartsverschillen tussen landen zijn deels te verklaren door verschillen in structuurontwikkeling. Minder ontwikkelde landen hebben vaak een groot aandeel van de primaire sector. Meer ontwikkelde landen hebben relatief veel dienstverlening.

Economische groei op lange termijn

Op lange termijn wordt economische groei bepaald door de groei van productiefactoren en technologie. Het gaat dus om de aanbodkant van de economie.

De potentiële productie\left(y^{*}\right)\left(y*^{*}\right)\left(y*\right)\left(y*\right)hangt af van:

1.Arbeid\left(L\right)\left(\right)\left(K\right)\left(K\right)\left(\right)(van het Engelse labour)

2.Kapitaal\left(K\right)\left(K\right)

3.Totale factor productiviteit\left(A\right)\left(A\right)

De productiefunctie ziet er als volgt uit:

y^{*}=Af(K,L)y*^{*}=Af(K,L)y*=Af(K,L)

Soorten kapitaal

Kapitaal bestaat uit verschillende onderdelen:

Economisch kapitaal: technologie, innovaties, infrastructuur

Menselijk kapitaal: opleiding en ervaring van werknemers

Natuurlijk kapitaal: klimaat, ligging

Maatschappelijke factoren: instituties, rechtspraak, wetten

Al deze vormen beïnvloeden de productiecapaciteit van een land.

Menselijk kapitaal en arbeidsproductiviteit

Menselijk kapitaal heeft te maken met opleiding, kennis, specialisatie, ervaring en gezondheid. Dit beïnvloedt de arbeidsproductiviteit: de productie per werknemer.

Hoe beter de scholing en gezondheid, hoe hoger de arbeidsproductiviteit en dus het productieniveau.

Kapitaal en technologie

Ook kapitaal beïnvloedt de productie. Betere machines of hulpmiddelen zorgen ervoor dat werknemers meer kunnen produceren in dezelfde tijd.

Technologische kennis bepaalt:

De kwaliteit van kapitaal

De kwantiteit van kapitaal

Research and development (onderzoek en ontwikkeling) is nodig voor innovatie. Innovatie verhoogt de kwaliteit van kapitaal.

Totale factor productiviteit\left(A\right)\left(A\right)\left(\right)

De totale factor productiviteit stijgt door:

Innovatie

Research and development

Learning by doing

Onderwijs en onderzoek

Handel

Betere instituties

Betere infrastructuur

Een beter milieu

Gunstige geografische ligging

Politieke stabiliteit

Voorbeeld: een gunstige ligging met een goede haven zorgt voor efficiëntere handel en hogere productie.

Voorbeeld: het studentenhuis

Stel: je woont met tien studenten in een huis en jij organiseert de afwas. Je wilt zo efficiënt mogelijk werken. Dit voorbeeld gebruiken we om meeropbrengsten te begrijpen.

Constante meeropbrengsten

Bij constante meeropbrengsten levert elke extra arbeider evenveel extra productie op.

Rekenvoorbeeld:

1 persoon: 5 borden

2 personen: 10 borden (+5)

3 personen: 15 borden (+5)

4 personen: 20 borden (+5)

Elke extra persoon voegt 5 borden toe. De arbeidsproductiviteit blijft gelijk.

Grafiek van de constante meeropbrengsten.
Grafiek van de constante meeropbrengsten.

Afnemende meeropbrengsten

Bij afnemende meeropbrengsten neemt de extra productie per extra arbeider af.

Rekenvoorbeeld:

1 persoon: 5 borden

2 personen: 9 borden (+4)

3 personen: 11 borden (+2)

4 personen: 12 borden (+1)

Iedereen draagt nog wel bij, maar steeds minder. De arbeidsproductiviteit daalt.

Grafiek van de afnemende meeropbrengsten.
Grafiek van de afnemende meeropbrengsten.

Afnemende meeropbrengsten komen vaak voor. Dit geldt niet alleen voor arbeid, maar ook voor kapitaal. Eén vaatwasser verhoogt de productie sterk. Een tweede helpt minder. Een derde wordt misschien nauwelijks gebruikt.

Potentiële productie verhogen

Er zijn drie manieren om\left(y^{*}\right)\left(y*^{*}\right)\left(y*\right)\left(y*\right)\left(0y*\right)\left(y*\right)te verhogen:

Verhoging van\left(A\right)\left(A\right)(totale factor productiviteit)

Verhoging van\left(L\right)\left(L\right)(arbeid)

Verhoging van\left(K\right)\left(K\right)(kapitaal)

In het studentenhuis:

\left(A\right)\left(A\right)verhogen: betere taakverdeling, efficiëntere methode

\left(L\right)\left(L\right)verhogen: meer huisgenoten inzetten

\left(K\right)\left(K\right)verhogen: een vaatwasser kopen

Let op: bij extra arbeid en extra kapitaal is vaak sprake van afnemende meeropbrengsten.

Structuurbeleid

Wanneer de overheid zich richt op het verhogen van de potentiële productie via\left(A\right)\left(A\right), \left(K\right)\left(K\right)of\left(L\right)\left(L\right), spreken we van structuurbeleid.

Voorbeelden:

Investeren in infrastructuur →\left(K\right)\left(K\right)stijgt

Subsidiëren van kinderopvang →\left(L\right)\left(L\right)\left(\right)stijgt

Aanpakken van het lerarentekort →\left(L\right)\left(L\right)stijgt

Structuurbeleid richt zich dus op de aanbodzijde van de economie en op langetermijngroei.

Bekijk ook
4,8

Voeg je bij ruim 80.000 leerlingen die al leren met JoJoschool

Helemaal compleet!

Alle informatie die ik voor mijn toetsen moet kennen is aanwezig, de powerpoints zijn duidelijk en makkelijk te begrijpen. De opdrachten passen altijd goed bij het onderwerp en ondersteunen goed bij het leren. JoJoschool is erg overzichtelijk voor mij!

Heel overzichtelijk

Ik gebruik het nu voor Biologie, het werkt ontzettend goed, het is heel overzichtelijk en alles wordt behandeld. Hoog rendement haal ik met leren, geen langdradige verhalen, maar ook niet te moeilijk. Het houdt ook automatisch bij hoe ver je bent.

Beter dan YouTube

Het is voor mij een erg goede manier om de leerstof voor toetsen te begrijpen. De video’s zijn een stuk duidelijker en beter dan de meeste video’s op YouTube.

Waarom kies je voor JoJoschool?

Hoger scoren

86% van onze leerlingen zegt hoger te scoren.

Betaalbaar en beter

Een alternatief op dure bijles, altijd uitgelegd door bevoegde docenten.

Sneller begrijpen

83% van onze leerlingen zegt onderwerpen sneller te begrijpen.

Ontdek JoJoschool 🎁

Met ons overzichtelijke platform vol met lessen en handige tools heb je alles voor school binnen handbereik. Maak je account aan en ervaar het zelf!

“Door JoJoschool kan ik makkelijker en beter leren” - Anne, 3 havo