- Alternatieve aanwendbaarheid
- Middelen die voor verschillende mogelijkheden in te zetten zijn.
- Arbeid
- Een productiefactor, de menselijke inspanning die nodig is voor productie.
- Begroting
- Een overzicht van verwachte inkomsten en uitgaven in een bepaalde periode.
- Beloning voor Arbeid
- Loon.
- Beloning voor Kapitaal
- Huur of rente.
- Beloning voor Natuur
- Pacht.
- Beloning voor Ondernemerschap
- Winst.
- Budget
- De hoeveelheid geld waarover je in een bepaalde periode kunt beschikken.
- Budgetlijn
- Een model dat de samenhang tussen iemands inkomen en uitgaven weergeeft bij keuzes tussen twee producten.
- Budgettair probleem
- Een tekort op een begroting.
- Deflatie
- Het dalen van prijzen van goederen en diensten.
- Kapitaal
- Een productiefactor, zoals machines, gebouwen of geld.
- Koopkracht
- De hoeveelheid goederen en diensten die met een inkomen gekocht kan worden.
- Luxegoed
- Producten die inspelen op de behoefte aan erkenning en waardering, zoals merkkleding.
- Macro-economie
- Bestudeert onderwerpen die de gehele economie aangaan, zoals werkloosheid.
- Micro-economie
- Bestudeert hoe mensen omgaan met schaarse goederen en hoe markten werken.
- Middelen
- Tijd en geld die beperkt beschikbaar zijn.
- Natuur
- Een productiefactor, natuurlijke hulpbronnen zoals grondstoffen en land.
- Nominaal inkomen
- Het inkomen uitgedrukt in euro's of geldbedragen.
- Normale goederen
- Zaken die voorzien in algemene behoeften, zoals normale kleding of een fiets.
- Ondernemerschap
- Een productiefactor, het organiseren en combineren van de andere productiefactoren.
- Opofferingskosten
- De opbrengsten van het alternatief waar niet voor gekozen wordt.
- Primaire behoeften
- Basisbehoeften die gericht zijn op overleven, zoals voedsel, kleding en onderdak.
- Productiefactoren
- Middelen die bedrijfshuishoudens inzetten om goederen te produceren en diensten te leveren.
- Reëel inkomen
- Het inkomen dat iets zegt over de koopkracht, oftewel de koopkracht zelf.
- Schaarse goederen
- Goederen en diensten waarvoor productiemiddelen zijn ingezet en die alternatief aanwendbaar zijn.
- Schaarste
- Niet genoeg middelen hebben om in alle behoeften te voorzien.
- Secundaire behoeften
- Behoeften die niet gericht zijn op overleven, maar op comfort, luxe of sociale status.
- Vrije goederen
- Goederen die vrij beschikbaar zijn en niet geproduceerd, zoals zeewater.