Wat wordt bedoeld met geaggregeerde vraag (GV)? Leg dit uit in je eigen woorden en noem twee componenten van de GV.
Leerdoelen
ā¢Je kunt uitleggen wat geaggregeerde vraag en geaggregeerd aanbod zijn.
ā¢Je kunt uitleggen waarom de geaggregeerde aanbodlijn op korte termijn horizontaal loopt door prijsrigiditeit en loonstarheid.
ā¢Je kunt uitleggen hoe het bruto binnenlands product (bbp) zich ontwikkelt in relatie tot deGVGVjGVjnGV-jnGV-ljn-lijn en deGAGA-GA-lGA-liGA-lijGA-lijnGA-lijne-lijnen.
De geaggregeerde vraag
De geaggregeerde vraag is de totale vraag naar goederen en diensten in een economie. Het gaat dus om alle bestedingen die in een land worden gedaan.
Deze totale vraag bestaat uit verschillende onderdelen:
ā¢Consumptie (C): uitgaven van huishoudens
ā¢Investeringen (I): uitgaven van bedrijven aan bijvoorbeeld machines, gebouwen en voorraden
ā¢Overheidsbestedingen (O): uitgaven van de overheid
ā¢Export (E): verkoop van goederen en diensten aan het buitenland
ā¢Import (M): aankoop van goederen en diensten uit het buitenland
Import wordt afgetrokken, omdat dit geld naar het buitenland gaat.
De formule voor de geaggregeerde vraag is daarom:

Aan de hand van deGV-lijn kan worden afgelezen hoeveel productie er plaatsvindt bij een bepaald prijspeil. Op de horizontale as staat het reƫle bbp, ook wel de feitelijke productie genoemd, aangeduid met.
Het geaggregeerde aanbod
Het geaggregeerde aanbod is het totale aanbod van goederen en diensten in een economie.
Dit aanbod is sterk afhankelijk van de productiecapaciteit van een land. De productiecapaciteit is de maximale hoeveelheid goederen en diensten die geproduceerd kan worden met de beschikbare productiemiddelen. Wanneer bedrijven hun productiecapaciteit volledig benutten, kunnen ze op korte termijn niet meer produceren zonder eerst te investeren.
Bij het geaggregeerde aanbod wordt onderscheid gemaakt tussen de korte termijn en de lange termijn.
Korte termijn geaggregeerd aanbodGA\ KTGA\ KGA\ GA\ kGA\ ktGA\ kGA\ GA\ LGA\ LTGA\ LGA\ GAGAGAG
Op korte termijn staat de productiecapaciteit grotendeels vast. Bedrijven kunnen hun productie niet direct uitbreiden wanneer de vraag stijgt. Daardoor wordt het geaggregeerde aanbod op korte termijn weergegeven als een horizontale lijn.
Prijsrigiditeit en loonstarheid
De horizontale vorm van deGA\ KTGAKTGAKTGAKTGAKT-lijn wordt veroorzaakt door prijsrigiditeit en loonstarheid.
Prijsrigiditeit betekent dat prijzen op korte termijn niet gemakkelijk veranderen. Loonstarheid betekent dat lonen vaak vastliggen in contracten of caoās.
Hier zijn verschillende redenen voor:
ā¢Bedrijven hebben contracten met leveranciers waarin prijzen zijn vastgelegd
ā¢Lonen liggen vast in arbeidscontracten en caoās
ā¢Verkoopprijzen zijn soms vooraf bepaald, bijvoorbeeld in catalogi
ā¢Grote prijsschommelingen zijn ongewenst voor consumenten en bedrijven
Door deze factoren passen bedrijven op korte termijn vooral hun productie aan wanneer de vraag verandert, niet direct hun prijzen.
Lange termijn geaggregeerd aanbodGA\ LTGALTGALT
Op lange termijn kunnen bedrijven hun productiecapaciteit vergroten door te investeren in bijvoorbeeld nieuwe machines of fabrieken. Hierdoor kan de totale productie toenemen.
De langetermijn-geaggregeerde aanbodlijn wordt daarom weergegeven als een verticale lijn. Deze lijn geeft de maximale productiecapaciteit van de economie weer, ook wel de potentiƫle productie genoemd.
DeGA\ LTGALTGALT-lijn staat bij de maximale productiecapaciteit van de economie, aangeduid als of Y^{*}Y*^{*}. Dit is het punt waarop alle productiefactoren volledig worden benut.
QnQop de horizontale as kan worden gezien als de productie bij een normale bezettingsgraad. Om de productiecapaciteit verder te vergroten richting Qmax zijn investeringen nodig.
Het evenwicht tussen vraag en aanbod en de ontwikkeling van het bbp
Wanneer de-lijn en de-lijnen samen worden weergegeven, ontstaat een evenwichtspunt waar vraag en aanbod elkaar kruisen.
In het basisniveau ligt het evenwicht bij . Dit betekent dat de productie plaatsvindt bij een normale bezettingsgraad.
Vraagvermindering en een lager bbp
Wanneer de vraag naar goederen en diensten afneemt, bijvoorbeeld tijdens een laagconjunctuur, verschuift de-lijn naar links.
Bij hetzelfde prijspeil wordt er minder gevraagd en dus ook minder geproduceerd. Het reƫle bbp daalt.
Vraagtoename en economische groei
Wanneer de vraag naar goederen en diensten toeneemt, bijvoorbeeld tijdens een hoogconjunctuur, verschuift de-lijn naar rechts.

Om aan deze hogere vraag te voldoen, moeten bedrijven hun productiecapaciteit uitbreiden. Dat gebeurt door investeringen. Hierdoor kan op lange termijn niet alleen de productie toenemen, maar kan ook het prijspeil stijgen, omdat bedrijven hun investeringskosten willen terugverdienen.
Lange termijn ontwikkeling van de productie
Wanneer de vraag langdurig hoog blijft, zullen bedrijven blijven investeren en kunnen nieuwe bedrijven tot de markt toetreden. Hierdoor stijgt de productiecapaciteit van de economie.
De maximale productie op lange termijn wordt de potentiƫle productie genoemd en wordt aangeduid metY^{*}Y*^{*}Y*^{\placeholder{}}Y*\placeholder{}^{\placeholder{}}. Als de productiecapaciteit groeit, kan ook het reƫle bbp toenemen.
Waarom een perfect evenwicht zelden voorkomt
In theorie kan er een evenwicht ontstaan waarbij de economie precies op maximale capaciteit produceert. In de praktijk komt dit echter bijna nooit voor.
Daar zijn verschillende redenen voor:
ā¢De bezettingsgraad kan nooit precies 100% zijn door bijvoorbeeld ziekte of storingen
ā¢Het prijspeil verandert voortdurend door inflatie
ā¢Vraag en aanbod op de arbeidsmarkt sluiten nooit volledig op elkaar aan
ā¢De geaggregeerde vraag blijft fluctueren door economische ontwikkelingen
Daardoor beweegt de economie voortdurend rond het theoretische evenwicht.












