Arbeidsmarkt & werkloosheid

Arbeidsmarkt & werkloosheid

Verberg docent
Afspelen
Geluid uitzetten
Afspeelsnelheid
00:00 / 15:39
Ondertiteling/CC
Instellingen
Volledig scherm
Oefenen
Begrippen (26)Leer de bijbehorende begrippen
Samenvatting

Leerdoelen

Je kunt uitleggen welke spelers er op de arbeidsmarkt actief zijn.

Je kunt uitleggen hoe de lonen tot stand komen.

Je kunt uitleggen hoe de beroepsgeschikte bevolking is opgebouwd.

Je kunt uitleggen waar de werkgelegenheid uit bestaat.

Je kunt uitleggen hoe de participatiegraad wordt berekend en hoe deze verandert.

Je kunt beschrijven welke soorten werkloosheid er zijn.

Je kunt uitleggen wat een cao is en waarom vakbonden belangrijk zijn.

De arbeidsmarkt

De arbeidsmarkt is net als elke andere markt, maar dan voor arbeid. Het is het geheel van vraag naar en aanbod van arbeid. De prijs die voor arbeid wordt betaald, noemen we het loon. Dit loon komt tot stand door marktwerking, dus vraag en aanbod. Dit is net zoals de prijs tot stand komt op een gewone goederenmarkt.

Spelers op de arbeidsmarkt

Op de arbeidsmarkt geldt:

Het aanbod van arbeid (Qa) komt van de werknemers. Zij bieden hun werk, tijd en vaardigheden aan.

De vraag naar arbeid (Qv) komt van de werkgevers (bedrijven en overheid). Zij vragen om werknemers om taken uit te voeren. Een ondernemer vraagt om arbeid.

Dit is belangrijk om goed te onthouden: wie vraagt naar een product of dienst, betaalt ervoor. Bedrijven vragen om arbeid en betalen daarvoor het loon. Werknemers bieden arbeid aan en ontvangen het loon.

Het loon als prijs en het evenwicht

Op de arbeidsmarkt ontstaat een evenwicht tussen vraag en aanbod. Dit evenwichtspunt bepaalt het evenwichtsloon en de hoeveelheid werk die tegen dat loon wordt aangeboden en gevraagd.

Grafiek 1: vraag- en aanbodlijn op de arbeidsmarkt
Grafiek 1: vraag- en aanbodlijn op de arbeidsmarkt

De overheid kan ingrijpen in dit marktmechanisme door een minimumloon vast te stellen. Dit doet de overheid als het evenwichtsloon te laag ligt. Een minimumloon moet altijd hoger liggen dan het loon dat op de markt uit zichzelf tot stand zou komen. Als het minimumloon namelijk lager zou zijn, zou het geen effect hebben.

Daardoor komen we in een situatie waarbij er meer aanbod dan vraag is. Stel, het evenwichtsloon ligt op €10 per uur, maar de overheid stelt een minimumloon van €12 per uur in. Tegen dit hogere loon zijn meer mensen bereid om te werken (meer aanbod), maar minder bedrijven willen mensen aannemen (minder vraag).

Bij een minimumloon van €12 per uur is de vraag naar arbeid 6 eenheden, terwijl het aanbod van arbeid 10 eenheden is.

Het verschil van 4 eenheden (10 - 6 = 4) zijn mensen die wel willen werken tegen het minimumloon, maar geen baan kunnen vinden. Zij zijn dus werkloos. Hierdoor ontstaat er werkloosheid, omdat vraag en aanbod niet meer overeenkomen.

Grafiek 2: minimumloon leidt tot overschot aan arbeidsaanbod (werkloosheid)
Grafiek 2: minimumloon leidt tot overschot aan arbeidsaanbod (werkloosheid)

Invloed op lonen

Lonen zijn niet statisch; ze kunnen veranderen onder invloed van inflatie (prijsstijgingen, waardoor je minder kunt kopen met hetzelfde geld) en CAO-loonsverhogingen.

De beroepsgeschikte bevolking

Als je werkt of actief op zoek bent naar werk, maak je deel uit van de beroepsbevolking. De beroepsbevolking is een onderdeel van de beroepsgeschikte bevolking.

Indeling van de bevolking

De beroepsgeschikte bevolking omvat alle mensen tussen de 15 en 75 jaar die in staat zijn om te werken. Niet iedereen binnen deze groep werkt daadwerkelijk of zoekt werk. Deze groep bestaat uit 2 subgroepen:

Inactieven: dit zijn mensen die tot de beroepsgeschikte bevolking behoren, maar niet werken én niet op zoek zijn naar werk. Denk aan studenten, mensen die vervroegd met pensioen zijn, huisvrouwen of -mannen, of mensen die ontmoedigd zijn geraakt en niet meer willen of kunnen werken.

Beroepsbevolking: dit zijn alle mensen die willen én kunnen werken. De beroepsbevolking vormt het totale arbeidsaanbod. Deze groep bestaat uit twee delen:

Werkzame beroepsbevolking: alle mensen tussen 15 en 75 jaar die betaald werk verrichten.

Werkloze beroepsbevolking: alle mensen tussen 15 en 75 jaar die betaald werk zoeken, maar dit nog niet hebben gevonden.

Diagram 1: de onderverdeling van de beroepsgeschikte bevolking
Diagram 1: de onderverdeling van de beroepsgeschikte bevolking

De participatiegraad berekenen

Om te meten hoe groot het aanbod van arbeid is, gebruiken we de participatiegraad. Er zijn twee soorten:

Bruto participatiegraad: dit percentage geeft aan welk deel van de beroepsgeschikte bevolking tot de beroepsbevolking behoort (dus werkzaam is óf werk zoekt).

\text{Bruto participatiegraad = }\frac{\text{beroepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte bevolking}}\cdot100\%

Netto participatiegraad: dit percentage geeft aan welk deel van de beroepsgeschikte bevolking daadwerkelijk aan het werk is (alleen de werkzame beroepsbevolking).

\text{ Netto participatiegraad = }\frac{\text{werkzame beroepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte bevolking}}\cdot100\%

De werkloze mensen tellen dus mee voor de bruto participatiegraad (want ze willen wel participeren), maar niet voor de netto participatiegraad.

Stijging participatiegraad

De participatiegraad is de afgelopen decennia gestegen. Dit heeft verschillende oorzaken:

Verhoogde pensioenleeftijd: mensen werken langer door.

Meer vrouwen zijn gaan werken: de emancipatie heeft ervoor gezorgd dat meer vrouwen deelnemen aan de arbeidsmarkt.

Meer deeltijdwerk: hoewel dit per persoon minder uren betekent, zijn er meer mensen nodig om dezelfde hoeveelheid werk te verrichten, waardoor meer mensen een baan hebben.

Betere voorzieningen voor kinderopvang en ouderschapsverlof: dit maakt het voor ouders gemakkelijker om werk en zorg te combineren, wat de drempel om te gaan werken verlaagt.

De werkgelegenheid

De vraag naar arbeid bestaat uit alle banen bij bedrijven en de overheid. Het geheel van beschikbare arbeidsplaatsen en vacatures, oftewel de totale vraag naar arbeid in de economie. Dit noemen we de werkgelegenheid. Werkgelegenheid kan bestaan uit:

Banen die bezet zijn: banen die al vervuld zijn door werknemers.

Vacatures: banen waarvoor nog iemand gezocht wordt.

Meten in arbeidsjaren

Werkgelegenheid wordt gemeten in arbeidsjaren. Eén arbeidsjaar staat gelijk aan een voltijdbaan op jaarbasis. Omdat deeltijdwerken tegenwoordig erg populair is, is het aantal arbeidsjaren vaak anders dan het aantal mensen dat werkt.

Voorbeeld: je hebt twee docenten. Docent A werkt twee dagen per week, en docent B werkt drie dagen per week. Samen werken zij vijf dagen per week, wat neerkomt op één arbeidsjaar. Toch zijn het twee personen.

Om het verschil tussen het aantal werkende personen en het aantal arbeidsjaren uit te drukken, gebruiken we de P/A-ratio (personen per arbeidsjaar):

\text{P/A-ratio = }\frac{\text{aantal mensen dat werkt }}{\text{aantal arbeidsjaren}}

Een hogere P/A-ratio betekent dat er meer mensen in deeltijd werken. Er zijn relatief meer mensen aan het werk vergeleken met het aantal arbeidsjaren.

Ruim of krap op de arbeidsmarkt

De verhouding tussen vraag en aanbod van arbeid bepaalt of we spreken van een ruime of krappe arbeidsmarkt.

Ruime arbeidsmarkt
Krappe arbeidsmarkt
Er is meer aanbod dan vraag naar arbeid
Er is meer vraag dan aanbod naar arbeid
Veel werkloosheid
Weinig werkloosheid
Lonen zullen dalen
Lonen zullen stijgen
Bestedingen dalen
Bestedingen stijgen
Minder productie
Meer productie
Grotere overheidstekorten
Kleinere overheidstekorten
Prijzen zullen dalen of minder hard stijgen
Prijzen zullen makkelijker stijgen (bestedingsinflatie)

Werkloosheid

Werkloosheid betekent dat mensen wel willen werken, maar geen werk kunnen vinden. Er zijn verschillende redenen waarom mensen werkloos kunnen zijn.

De verschillende soorten werkloosheid

Conjuncturele werkloosheid: dit ontstaat wanneer de vraag naar producten en diensten afneemt in een economische neergang (recessie). Bedrijven produceren minder, dus neemt de werkloosheid toe. Wanneer de economie aantrekt, neemt deze werkloosheid weer af.

Structurele werkloosheid: dit ontstaat door blijvende veranderingen in de economie, bijvoorbeeld door technologische ontwikkelingen, het minimumloon, veranderingen in de beroepsbevolking of een mismatch tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt. Een voorbeeld van een mismatch is wanneer er veel vacatures zijn voor programmeurs, maar er vooral werkzoekenden zijn met een achtergrond in de geschiedenis.

Frictiewerkloosheid: dit is de korte periode van werkloosheid tussen twee banen, of tussen het afronden van een studie en het vinden van de eerste baan. Deze vorm van werkloosheid is meestal tijdelijk en niet problematisch. Soms kiezen mensen er zelfs bewust voor om even 'frictiewerkloos' te zijn.

Seizoenswerkloosheid: dit is werkloosheid gerelateerd aan specifieke seizoenen of weersomstandigheden. Bepaalde werkzaamheden zijn niet het hele jaar nodig. Denk aan personeel in strandtenten dat in de zomer volop werk heeft, maar in de winter vaak werkloos is.

Oorzaken van werkloosheid

Naast de specifieke soorten werkloosheid, zijn er ook algemene oorzaken die bijdragen aan werkloosheid:

Fricties op de arbeidsmarkt: een algemene term voor de problemen die ontstaan wanneer vraag en aanbod niet goed op elkaar aansluiten, bijvoorbeeld door een mismatch tussen arbeidsvraag en arbeidsaanbod in opleiding, kwaliteiten of geografische regio.

Te weinig vraag naar producten: als consumenten minder kopen, produceren bedrijven minder en hebben ze minder personeel nodig.

Hoge loonkosten: als lonen te hoog zijn, kan het voor bedrijven onaantrekkelijk zijn om personeel aan te nemen of te houden, zeker in vergelijking met het buitenland.

Hoogte en voorwaarden van sociale uitkeringen: als werkloosheidsuitkeringen aantrekkelijk zijn, kan dit de motivatie om snel een nieuwe baan te vinden verminderen.

Vrijhandel en nieuwe technologie: toenemende import van goedkope producten uit het buitenland kan leiden tot minder werkgelegenheid in eigen land. Ook automatisering, robotisering en AI kunnen banen overnemen.

Vaste en flexibele contracten

Als je een baan hebt gevonden, kun je verschillende soorten contracten krijgen. Het onderscheid tussen vaste en flexibele contracten is belangrijk.

Vaste contracten

Bij een vast contract liggen je loon en arbeidsuren meestal vast. Dit type contract biedt veel zekerheid:

Je kunt alleen onder specifieke omstandigheden worden ontslagen.

Je bent verplicht verzekerd tegen arbeidsongeschiktheid en werkloosheid.

Je bouwt verplicht pensioen op.

Flexibele contracten

Een flexibel contract biedt minder zekerheid. Dit is vaak het geval bij oproepkrachten. Deze werknemers werken de ene week meer uren dan de andere, afhankelijk van de behoefte van de werkgever. Ze hebben geen verplichte verzekering en bouwen geen verplicht pensioen op, daar zijn ze zelf verantwoordelijk voor. Een voorbeeld van een flexibel contract is ZZP'ers (Zelfstandigen Zonder Personeel). Dit zijn ondernemers die als zelfstandige opdrachten uitvoeren.

Voor- en nadelen van de flexibilisering

Het bestaan van zowel vaste als flexibele contracten heeft voor- en nadelen voor de arbeidsmarkt.

Voordelen:

Makkelijker de juiste mensen op de juiste plek: bedrijven kunnen flexibel personeel inzetten om pieken op te vangen of voor projecten van korte duur.

Prikkels om beter te presteren: omdat flexibel personeel makkelijker te ontslaan is, kan dit een prikkel zijn om goed te presteren.

Oplossen van tekorten met hogere lonen: bij schaarste kan een organisatie een hoger loon bieden voor tijdelijk personeel om snel een tekort op te lossen.

Nadelen:

Minder investering in personeel: in flexibel personeel wordt vaak minder geïnvesteerd in opleidingen en trainingen, omdat ze mogelijk snel weer vertrekken.

Meer wervings- en opleidingskosten: bedrijven moeten vaker nieuw flexibel personeel werven en inwerken, wat tijd en geld kost.

Kosten voor de overheid bij dalende economie: in tijden van economische neergang (zoals de coronapandemie) kunnen veel flexibele werknemers hun baan verliezen, wat hoge kosten voor de overheid betekent voor het betalen van uitkeringen.

Cao en de rol van vakbonden

De cao staat voor collectieve arbeidsovereenkomst. Dit is een overeenkomst tussen de werkgever- en werknemersorganisaties. Deze overeenkomst wordt niet met één werknemer gesloten, maar collectief, voor alle werknemers in een bepaalde bedrijfstak of bij een bepaald bedrijf. Een cao regelt de arbeidsvoorwaarden en geldt vooral voor werknemers met een vast contract.

De cao wordt gesloten tussen:

Werkgeversorganisaties: organisaties die de belangen van werkgevers behartigen.

Werknemersorganisaties (of vakbonden): organisaties die de belangen van werknemers behartigen.

De afspraken in een cao gaan over zowel de primaire arbeidsvoorwaarden (zoals loon, werktijden) als de secundaire arbeidsvoorwaarden (zoals pensioenregelingen, reiskostenvergoeding, verlofdagen). Het belangrijke is: zelfs als je geen lid bent van een vakbond, geldt de cao van jouw sector ook voor jou.

Vakbonden: de stem van werknemers

Vakbonden zijn cruciale spelers in het proces van cao-onderhandelingen. Zij onderhandelen namens de werknemers over de arbeidsvoorwaarden. Er zijn vakbonden per bedrijfstak (bijvoorbeeld voor de zorg, de bouw of het onderwijs). Soms zijn er zelfs meerdere vakbonden actief binnen één bedrijfstak die samen aan de onderhandelingstafel zitten.

De kracht van een vakbond in de onderhandelingen is afhankelijk van de organisatiegraad, het percentage werknemers in een sector dat lid is van een vakbond. Hoe hoger de organisatiegraad, hoe sterker de positie van de vakbond en hoe meer gewicht hun eisen in de schaal leggen. Voor individuele werknemers heeft het voordelen dat een vakbond onderhandelt: je hoeft dan niet zelf te onderhandelen over je loon en andere voorwaarden, want deze liggen vast in de cao.

Veelgestelde vragen
Bekijk ook

Voor elk vak alles wat je nodig hebt

Vind uitleg, oefeningen en oefentoetsen voor elk vak dat je volgt. Zo heb je school op een rijtje en meer vrijheid voor andere dingen.

JuliaLeerling
Trustpilot
Ik vind JoJoschool echt heel fijn en het heeft mij dit schooljaar erg geholpen. Ik vind de uitleg filmpjes heel duidelijk en ze helpen je de stof beter te begrijpen. Ook kun je goed oefenen met de woordenlijsten voor taalvakken, waardoor het stampen een stuk makkelijker wordt. Zeker een aanrader!
Roemer O.Leerling
Trustpilot
Heel handige uitleg filmpjes met opdrachten die ook echt horen bij dat onderwerp. Echt handig voor bij het leren van toetsen!
TeddyLeerling
Google
Extreem goede school, duidelijke uitleg, behulpzame en geduldige docenten. Zeker een aanrader van een H4 leerling!
Lourdes S.Leerling
Trustpilot
Jojoschool heeft mij onwijs goed geholpen. Het heeft een goede chatbot die je helpt bij alles, waardoor je 24/7 een "docent" bij je hebt. Ook kan je met oude examens oefenen en veel oefenopdrachten maken onder uitleg videos waardoor je de stof nog beter begrijpt.
MaramLeerling
Google
ik gebruik het om te leren en het helpt oprecht je zult altijd wel onderwerpen vinden waar je naar opzoek bent met uitleg filmpjes en opdrachten waarmee je de antwoorden erbij krijgt zodat je kunt kijken wat je fout hebt gemaakt en waarom, ook handige ai bot die je vragen kunt stellen
SallyLeerling
Trustpilot
Ik vond het heel fijn om te gebruiken, vooral voor de vakken bio en Nask. Door de uitleg (filmpjes) ben ik een heel eind gekomen. Ik vond het heel duidelijk en kon overal makkelijk bij komen. Volgend jaar zeker ga ik het zeker weer gebruiken,en door dit allemaal geef ik het ook 5 sterren!
LianneLeerling
Google
Jojoschool heeft me echt door mijn examenperiode heen geholpen toen ik het niet meer zag zitten. Als ik geen overzicht meer had, gaf jojoschool mij die weer terug. Door alle duidelijke filmpjes en oefeningen ben ik nu met vlag en wimpel geslaagd!
Saathiya S.Leerling
Trustpilot
Mijn ervaring met JoJo School is heel goed. Ik heb veel geleerd en voelde me altijd goed geholpen. Met Jojo school kan je makkelijk leren en als ik het niet begreep was er altijd duidelijke uitleg om mij te helpen. Daarnaast is de sfeer prettig en motiverend. Ik raad JoJo School zeker aan!
Noella W.Leerling
Google
heeft me heel erg geholpen met voorbereiden voor me eindexamens!
Emma B.Leerling
Trustpilot
Ik ben super tevreden! JoJoschool heeft me super goed geholpen met mijn toetsen en huiswerk! Aanrader!
EvaLeerling
Trustpilot
Mijn school heeft jojoschool aangeschaft voor de hele school en ik ben zeer tevreden. Ik kan al mijn boeken er vinden die ik bijvoorbeeld bij StudyGo niet kan vinden. Ik gebruik het nu voor een half jaar en het werk super goed en voor de vakken waar ik eerst een 6 haalde haal ik nu een 8! Vooral de oefen opdrachten en filmpjes helpen mij super veel en ben er erg tevreden over en ga het zeker blijven gebruiken! (Havo 4)
Lucas L.Leerling
Google
heel handig, vooral voor de middelbare school
LotteLeerling
Trustpilot
het werkt heel goed en helpt je ook echt om het te begrijpen
Ela T.Leerling
Google
Goed
Julian Z.Leerling
Trustpilot
Heel goed om te gebruiken voor school mijn cijfers gingen omhoog.
Jason T.Leerling
Google
Echt goede website om te leren, die tamara kocken kan niet uitleggen tho
Nubia P.Leerling
Trustpilot
Het is een goede website om te leren voor toetsen ze hebben goede uitleg video’s en bijna elk boek
Cira J.J.Leerling
Google
Jojo school heeft mij veel ondersteuning gegeven tijdens de examenperiode en is één van de beste hulpmiddelen geweest
Julia H.Leerling
Trustpilot
Ideale website om op te leren voor je toetsen! Er zijn woordenlijsten, uitleg videos, (ai) tutor’s en als er toch iets mis is is het heel makkelijk om contact op te nemen en krijg je bijna meteen hulp. 5/5 website!
KyraLeerling
Google
Jojo schools aas echt heel handig, heb waarschijnlijk echt niet mijn examens kunnen slagen zonder!!
leerlingen gebruiken JoJoschool
85.000
leert beter
94%
heeft meer zelfvertrouwen
86%
haalt hogere cijfers
90%

Leer jezelf vrij

School gefixt, hoofd weer vrij.

Leer op jouw niveau, in jouw tempo en voor jouw doel. JoJoschool helpt je precies met wat jij nog nodig hebt. Zodat je verder komt, meer vertrouwen krijgt en daarna ook gewoon weer tijd hebt voor leuke dingen.