Waarom wordt er een toegerekend loon voor zelfstandigen berekend?
Leerdoelen
•Je kunt uitleggen waarom er een toegerekend loon voor zelfstandigen wordt gerekend.
•Je kunt uitleggen wat de categoriale inkomensverdeling is.
•Je kunt uitleggen wat een arbeidsinkomensquote is.
•Je kunt uitleggen wat een kapitaalinkomensquote is.
•Je kunt uitleggen hoe je de loonkosten per product berekent.
Inkomenscategorieën
Je primaire inkomen, het inkomen dat je verdient met het leveren van productiefactoren, wordt bepaald door de kwaliteit en kwantiteit van de productiefactoren die je ter beschikking hebt:
•Kapitaal: machines, gebouwen of geld. De beloning hiervoor is rente of huur.
•Arbeid: menselijke inspanning en kennis. De beloning hiervoor is loon.
•Natuur: grondstoffen, land en natuurlijke hulpbronnen. De beloning hiervoor is pacht.
•Ondernemerschap: het combineren van de andere productiefactoren, het nemen van risico's en het innoveren. De beloning hiervoor is winst.
Deze productiefactoren en hun beloningen zijn fundamenteel voor het begrijpen van hoe inkomen in een economie tot stand komt en wordt verdeeld. Een handig ezelsbruggetje om de productiefactoren te onthouden is KANO: Kapitaal, Arbeid, Natuur, Ondernemerschap.
Het toegerekend loon voor zelfstandigen
Voor zelfstandigen is het lastig om te bepalen welk deel van hun inkomen loon is en welk deel winst. Een zelfstandige, bijvoorbeeld een zzp'er, combineert immers vaak arbeid en ondernemerschap in één persoon. Daarom gebruikt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) het begrip toegerekend loon zelfstandigen. Dit is een schatting van het gemiddelde loon dat een zelfstandige zou verdienen als hij in loondienst zou zijn, berekend door het CBS. Door dit toegerekend loon te gebruiken, kan het CBS onderscheid maken tussen de beloning voor de productiefactor arbeid en de beloning voor de productiefactor ondernemerschap (winst) binnen het inkomen van zelfstandigen. Dit is essentieel voor een nauwkeurige inkomensverdeling.
De categoriale inkomensverdeling
Zodra alle inkomens, inclusief het toegerekend loon voor zelfstandigen, in kaart zijn gebracht, kan je een verdeling maken: de categoriale inkomensverdeling geeft de verdeling van het nationaal inkomen weer over de verschillende beloningen voor de productiefactoren. Het laat zien hoeveel procent van het totale inkomen bijvoorbeeld naar loon (arbeid), rente/huur (kapitaal), pacht (natuur) en winst (ondernemerschap) gaat.
Een verdeling kan er bijvoorbeeld zo uitzien:
•20% gaat naar kapitaal (rente en huur)
•50% gaat naar arbeid (loon, inclusief toegerekend loon)
•5% gaat naar natuur (pacht)
•25% gaat naar ondernemerschap (winst)
Deze verdeling is belangrijk, omdat het inzicht geeft in de structuur van een economie. Zo kan je bijvoorbeeld zien of een land voornamelijk arbeidsintensief of kapitaalintensief produceert.
Arbeidsinkomensquote (AIQ) en kapitaalinkomensquote (KIQ)
Een belangrijke focus binnen de categoriale inkomensverdeling ligt op de verdeling tussen arbeid en kapitaal. Deze verdeling wordt vaak uitgedrukt in de arbeidsinkomensquote en de kapitaalinkomensquote.
AIQ
De arbeidsinkomensquote (AIQ) geeft aan welk deel van het nationaal inkomen is verdiend met arbeid. Dit omvat alle lonen en het deel van de winst van zelfstandigen dat wordt toegerekend aan arbeid. De formule hiervoor is: AIQ = (arbeidsinkomen / nationaal inkomen) × 100%
KIQ
De kapitaalinkomensquote (KIQ) daarentegen geeft aan welk deel van het nationaal inkomen is verdiend met kapitaal. Dit omvat huur, rente, pacht en dividend. De formule hiervoor is: KIQ = (Kapitaalinkomen / Nationaal inkomen) × 100%
Samen moeten de AIQ en de KIQ altijd optellen tot 100% (of zeer dicht daarbij, afhankelijk van hoe nauwkeurig de categorieën zijn afgebakend). Een hoge AIQ betekent vaak dat een land arbeidsintensief produceert, wat je bijvoorbeeld veel ziet in ontwikkelingslanden.
AIQ, KIQ en het investeringsklimaat
De AIQ is nauw verbonden met de loonontwikkeling en de arbeidsproductiviteit.
•Als de AIQ daalt, betekent dit dat de beloningen voor arbeid (lonen) relatief lager zijn dan de arbeidsproductiviteit (wat een werknemer produceert in een bepaalde tijd). Dit leidt tot lagere loonkosten per product, waardoor het voor bedrijven aantrekkelijker wordt om te investeren in kapitaalgoederen en kapitaalintensiever te produceren.
•Als de AIQ stijgt, gaat de KIQ omlaag en andersom. Dit is logisch, want samen moeten ze immers 100% zijn.
•Een dalende KIQ (en dus stijgende AIQ) verslechtert het investeringsklimaat, omdat de relatieve beloning voor kapitaal afneemt. Bedrijven zullen minder geneigd zijn om te investeren.
•Een stijgende KIQ (en dus dalende AIQ) verbetert juist het investeringsklimaat, omdat het aantrekkelijker wordt voor bedrijven om investeringen te doen.
Inzicht in AIQ en KIQ geeft dus een belangrijke indicatie van het economische klimaat en de aantrekkelijkheid van een land voor investeringen.
Loonkosten per product
Voor bedrijven is het cruciaal om te weten hoeveel de arbeid kost per eenheid product. Dit helpt hen om de verkoopprijs te bepalen en concurrerend te blijven.
Wat is arbeidsproductiviteit?
Voordat we de loonkosten per product kunnen berekenen, moeten we het begrip arbeidsproductiviteit begrijpen. Arbeidsproductiviteit is de hoeveelheid product die een werknemer in een bepaalde tijdseenheid produceert. Denk bijvoorbeeld aan een postbode: hoeveel brieven bezorgt de postbode op één dag? Dat is de arbeidsproductiviteit van die postbode. Het meten van deze productiviteit is essentieel voor bedrijven om efficiëntie te analyseren.
De berekening van loonkosten per product
De loonkosten per product bereken je door de totale loonkosten per werknemer te delen door de arbeidsproductiviteit. De formule is: Loonkosten per product = (Loonkosten per werknemer / Arbeidsproductiviteit)
Stel dat een postbode €100 per dag kost en 200 brieven bezorgt. De loonkosten per brief zijn dan €100 / 200 = €0,50 per brief.
Veranderingen in de loonkosten per product worden vaak berekend met behulp van indexcijfers. Een indexcijfer van 100 wordt gebruikt als basisjaar.
Rekenvoorbeeld: veranderingen in loonkosten per product
Laten we een voorbeeld bekijken: De lonen zijn met 3,8% gestegen, terwijl de arbeidsproductiviteit door slimme investeringen met 5% is gestegen. Bereken de verandering van de loonkosten per product.
Stap 1: Bepaal de indexcijfers voor loon en arbeidsproductiviteit.
•Basisjaar (start) is 100.
•Lonen zijn met 3,8% gestegen, dus het indexcijfer voor de lonen is 100 + 3,8 = 103,8.
•Arbeidsproductiviteit is met 5% gestegen, dus het indexcijfer voor de arbeidsproductiviteit is 100 + 5 = 105.
Stap 2: Bereken de nieuwe loonkosten per product met indexcijfers.
•De formule voor de verandering in loonkosten per product is: (index loonkosten per werknemer / index arbeidsproductiviteit) × 100.
•Het indexcijfer voor de loonkosten per product is dan: (103,8 / 105) × 100 = 98,1.
Stap 3: Interpreteer de uitkomst.
•Het resultaat van 98,1 betekent dat de loonkosten per product zijn afgenomen.
•De afname is 100 - 98,1 = 1,9%.
•De loonkosten per product zijn dus met 1,9% afgenomen. Dit is gunstig voor een bedrijf, omdat het product goedkoper wordt om te produceren, waardoor de concurrentiepositie kan verbeteren of de winstmarges kunnen toenemen.












