Arbeidsmarkt & werkloosheid

Arbeidsmarkt & werkloosheid

Verberg docent
Afspelen
Geluid uitzetten
Afspeelsnelheid
00:00 / 15:39
Ondertiteling/CC
Instellingen
Volledig scherm
Oefenen
Open vraag

Leg uit waarom werknemers worden gezien als aanbieders van arbeid en werkgevers als vragers van arbeid.

Samenvatting

Leerdoelen

Je kunt uitleggen welke spelers er op de arbeidsmarkt actief zijn.

Je kunt uitleggen hoe de lonen tot stand komen.

Je kunt uitleggen hoe de beroepsgeschikte bevolking is opgebouwd.

Je kunt uitleggen waar de werkgelegenheid uit bestaat.

Je kunt uitleggen hoe de participatiegraad wordt berekend en hoe deze verandert.

Je kunt beschrijven welke soorten werkloosheid er zijn.

Je kunt uitleggen wat een cao is en waarom vakbonden belangrijk zijn.

De arbeidsmarkt

De arbeidsmarkt is net als elke andere markt, maar dan voor arbeid. Het is het geheel van vraag naar en aanbod van arbeid. De prijs die voor arbeid wordt betaald, noemen we het loon. Dit loon komt tot stand door marktwerking, dus vraag en aanbod. Dit is net zoals de prijs tot stand komt op een gewone goederenmarkt.

Spelers op de arbeidsmarkt

Op de arbeidsmarkt geldt:

Het aanbod van arbeid (Qa) komt van de werknemers. Zij bieden hun werk, tijd en vaardigheden aan.

De vraag naar arbeid (Qv) komt van de werkgevers (bedrijven en overheid). Zij vragen om werknemers om taken uit te voeren. Een ondernemer vraagt om arbeid.

Dit is belangrijk om goed te onthouden: wie vraagt naar een product of dienst, betaalt ervoor. Bedrijven vragen om arbeid en betalen daarvoor het loon. Werknemers bieden arbeid aan en ontvangen het loon.

Het loon als prijs en het evenwicht

Op de arbeidsmarkt ontstaat een evenwicht tussen vraag en aanbod. Dit evenwichtspunt bepaalt het evenwichtsloon en de hoeveelheid werk die tegen dat loon wordt aangeboden en gevraagd.

Grafiek 1: vraag- en aanbodlijn op de arbeidsmarkt
Grafiek 1: vraag- en aanbodlijn op de arbeidsmarkt

De overheid kan ingrijpen in dit marktmechanisme door een minimumloon vast te stellen. Dit doet de overheid als het evenwichtsloon te laag ligt. Een minimumloon moet altijd hoger liggen dan het loon dat op de markt uit zichzelf tot stand zou komen. Als het minimumloon namelijk lager zou zijn, zou het geen effect hebben.

Daardoor komen we in een situatie waarbij er meer aanbod dan vraag is. Stel, het evenwichtsloon ligt op €10 per uur, maar de overheid stelt een minimumloon van €12 per uur in. Tegen dit hogere loon zijn meer mensen bereid om te werken (meer aanbod), maar minder bedrijven willen mensen aannemen (minder vraag).

Bij een minimumloon van €12 per uur is de vraag naar arbeid 6 eenheden, terwijl het aanbod van arbeid 10 eenheden is.

Het verschil van 4 eenheden (10 - 6 = 4) zijn mensen die wel willen werken tegen het minimumloon, maar geen baan kunnen vinden. Zij zijn dus werkloos. Hierdoor ontstaat er werkloosheid, omdat vraag en aanbod niet meer overeenkomen.

Grafiek 2: minimumloon leidt tot overschot aan arbeidsaanbod (werkloosheid)
Grafiek 2: minimumloon leidt tot overschot aan arbeidsaanbod (werkloosheid)

Invloed op lonen

Lonen zijn niet statisch; ze kunnen veranderen onder invloed van inflatie (prijsstijgingen, waardoor je minder kunt kopen met hetzelfde geld) en CAO-loonsverhogingen.

De beroepsgeschikte bevolking

Als je werkt of een baan zoekt, bied je arbeid aan. Je maakt dan deel uit van de beroepsgeschikte bevolking.

Indeling van de bevolking

De beroepsgeschikte bevolking omvat alle mensen tussen de 15 en 75 jaar die in staat zijn om te werken. Niet iedereen binnen deze groep werkt daadwerkelijk of zoekt werk. Deze groep bestaat uit 2 subgroepen:

Inactieven: dit zijn mensen die tot de beroepsgeschikte bevolking behoren, maar niet werken én niet op zoek zijn naar werk. Denk aan studenten, mensen die vervroegd met pensioen zijn, huisvrouwen of -mannen, of mensen die ontmoedigd zijn geraakt en niet meer willen of kunnen werken.

Beroepsbevolking: dit zijn alle mensen die willen én kunnen werken. De beroepsbevolking vormt het totale arbeidsaanbod. Deze groep bestaat uit twee delen:

Werkzame beroepsbevolking: alle mensen tussen 15 en 75 jaar die betaald werk verrichten.

Werkloze beroepsbevolking: alle mensen tussen 15 en 75 jaar die betaald werk zoeken, maar dit nog niet hebben gevonden.

Diagram 1: de onderverdeling van de beroepsgeschikte bevolking
Diagram 1: de onderverdeling van de beroepsgeschikte bevolking

De participatiegraad berekenen

Om te meten hoe groot het aanbod van arbeid is, gebruiken we de participatiegraad. Er zijn twee soorten:

Bruto participatiegraad: dit percentage geeft aan welk deel van de beroepsgeschikte bevolking tot de beroepsbevolking behoort (dus werkzaam is óf werk zoekt).

\text{Bruto participatiegraad = }\frac{\text{beroepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte bevolking}}\cdot100\%\text{Bruto participatiegraad = }\frac{\text{beroepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte bevolking}}\cdot100\text{Bruto participatiegraad = }\frac{\text{beroepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte bevolking}}\cdot10\text{Bruto participatiegraad = }\frac{\text{beroepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte bevolking}}\cdot1\text{Bruto participatiegraad = }\frac{\text{beroepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte bevolking}}\cdot\text{Bruto participatiegraad = }\frac{\text{beroepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte bevolking}}\text{Bruto participatiegraad =}\frac{\text{beroepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte bevolking}}\text{Bruto participatiegraad }\frac{\text{beroepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte bevolking}}\text{Bruto participatiegraad}\frac{\text{beroepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte bevolking}}\text{Bruto participatiegraa}\frac{\text{beroepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte bevolking}}\text{Bruto participatiegra}\frac{\text{beroepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte bevolking}}\text{Bruto participatiegr}\frac{\text{beroepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte bevolking}}\text{Bruto participatieg}\frac{\text{beroepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte bevolking}}\text{Bruto participatie}\frac{\text{beroepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte bevolking}}\text{Bruto participati}\frac{\text{beroepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte bevolking}}\text{Bruto participat}\frac{\text{beroepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte bevolking}}\text{Bruto participa}\frac{\text{beroepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte bevolking}}\text{Bruto particip}\frac{\text{beroepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte bevolking}}\text{Bruto partici}\frac{\text{beroepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte bevolking}}\text{Bruto partic}\frac{\text{beroepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte bevolking}}\text{Bruto parti}\frac{\text{beroepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte bevolking}}\text{Bruto part}\frac{\text{beroepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte bevolking}}\text{Bruto par}\frac{\text{beroepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte bevolking}}\text{Bruto pa}\frac{\text{beroepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte bevolking}}\text{Bruto p}\frac{\text{beroepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte bevolking}}\text{Bruto }\frac{\text{beroepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte bevolking}}\text{Bruto}\frac{\text{beroepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte bevolking}}\text{Brutop}\frac{\text{beroepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte bevolking}}\text{Brutopa}\frac{\text{beroepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte bevolking}}\text{Brutop}\frac{\text{beroepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte bevolking}}\text{Bruto}\frac{\text{beroepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte bevolking}}\text{Brut}\frac{\text{beroepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte bevolking}}\text{Bru}\frac{\text{beroepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte bevolking}}\text{Br}\frac{\text{beroepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte bevolking}}\text{B}\frac{\text{beroepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte bevolking}}\frac{\text{beroepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte bevolking}}B\frac{\text{beroepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte bevolking}}Br\frac{\text{beroepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte bevolking}}Bru\frac{\text{beroepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte bevolking}}Br\frac{\text{beroepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte bevolking}}B\frac{\text{beroepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte bevolking}}\frac{\text{beroepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte bevolking}}\frac{\text{Bberoepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte bevolking}}\frac{\text{Brberoepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte bevolking}}\frac{\text{Bruberoepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte bevolking}}\frac{\text{Brutberoepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte bevolking}}\frac{\text{Brutoberoepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte bevolking}}\frac{\text{Bruto beroepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte bevolking}}\frac{\text{Bruto pberoepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte bevolking}}\frac{\text{Bruto paberoepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte bevolking}}\frac{\text{Bruto parberoepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte bevolking}}\frac{\text{Bruto partberoepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte bevolking}}\frac{\text{Bruto partiberoepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte bevolking}}\frac{\text{Bruto particberoepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte bevolking}}\frac{\text{Bruto particiberoepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte bevolking}}\frac{\text{Bruto participberoepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte bevolking}}\frac{\text{Bruto participaberoepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte bevolking}}\frac{\text{Bruto participatberoepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte bevolking}}\frac{\text{Bruto participatiberoepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte bevolking}}\frac{\text{Bruto participatieberoepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte bevolking}}\frac{\text{Bruto participatiegberoepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte bevolking}}\frac{\text{Bruto participatiegberoepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte bevolkin}}\frac{\text{Bruto participatiegberoepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte bevolki}}\frac{\text{Bruto participatiegberoepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte bevolk}}\frac{\text{Bruto participatiegberoepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte bevol}}\frac{\text{Bruto participatiegberoepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte bevo}}\frac{\text{Bruto participatiegberoepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte bev}}\frac{\text{Bruto participatiegberoepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte be}}\frac{\text{Bruto participatiegberoepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte b}}\frac{\text{Bruto participatiegberoepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte }}\frac{\text{Bruto participatiegberoepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte}}\frac{\text{Bruto participatiegberoepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikt}}\frac{\text{Bruto participatiegberoepsbevolking}}{\text{beroepsgeschik}}\frac{\text{Bruto participatiegberoepsbevolking}}{\text{beroepsgeschi}}\frac{\text{Bruto participatiegberoepsbevolking}}{\text{beroepsgesch}}\frac{\text{Bruto participatiegberoepsbevolking}}{\text{beroepsgesc}}\frac{\text{Bruto participatiegberoepsbevolking}}{\text{beroepsges}}\frac{\text{Bruto participatiegberoepsbevolking}}{\text{beroepsge}}\frac{\text{Bruto participatiegberoepsbevolking}}{\text{beroepsg}}\frac{\text{Bruto participatiegberoepsbevolking}}{\text{beroeps}}\frac{\text{Bruto participatiegberoepsbevolking}}{\text{beroep}}\frac{\text{Bruto participatiegberoepsbevolking}}{\text{beroe}}\frac{\text{Bruto participatiegberoepsbevolking}}{\text{bero}}\frac{\text{Bruto participatiegberoepsbevolking}}{\text{berow}}\frac{\text{Bruto participatiegberoepsbevolking}}{\text{berowp}}\frac{\text{Bruto participatiegberoepsbevolking}}{\text{berowpa}}\frac{\text{Bruto participatiegberoepsbevolking}}{\text{berowp}}\frac{\text{Bruto participatiegberoepsbevolking}}{\text{berow}}\frac{\text{Bruto participatiegberoepsbevolking}}{\text{bero}}\frac{\text{Bruto participatiegberoepsbevolking}}{\text{ber}}\frac{\text{Bruto participatiegberoepsbevolking}}{\text{ber}}\frac{\text{Bruto participatiegberoepsbevolking}}{\text{bero}}\frac{\text{Bruto participatiegberoepsbevolking}}{\text{bero}}\frac{\text{Bruto participatiegberoepsbevolking}}{\text{beroep}}\frac{\text{Bruto participatiegberoepsbevolking}}{\text{beroep}}\frac{\text{Bruto participatiegberoepsbevolking}}{\text{beroeps}}\frac{\text{Bruto participatiegberoepsbevolking}}{\text{beroepsb}}\frac{\text{Bruto participatiegberoepsbevolking}}{\text{beroepsbe}}\frac{\text{Bruto participatiegberoepsbevolking}}{\text{beroepsbes}}\frac{\text{Bruto participatiegberoepsbevolking}}{\text{beroepsbes}}\frac{\text{Bruto participatiegberoepsbevolking}}{\text{beroepsbes}}\frac{\text{Bruto participatiegberoepsbevolking}}{\text{beroepsbeschi}}\frac{\text{Bruto participatiegberoepsbevolking}}{\text{beroepsbeschi}}\frac{\text{Bruto participatiegberoepsbevolking}}{\text{beroepsbeschik}}\frac{\text{Bruto participatiegberoepsbevolking}}{\text{beroepsbeschikt}}\frac{\text{Bruto participatiegberoepsbevolking}}{\text{beroepsbeschikte}}\frac{\text{Bruto participatiegberoepsbevolking}}{\text{beroepsbeschikte }}\frac{\text{Bruto participatiegberoepsbevolking}}{\text{beroepsbeschikte }}\frac{\text{Bruto participatiegberoepsbevolking}}{\text{beroepsbeschikte b}}\frac{\text{Bruto participatiegberoepsbevolking}}{\text{beroepsbeschikte be}}\frac{\text{Bruto participatiegberoepsbevolking}}{\text{beroepsbeschikte bev}}\frac{\text{Bruto participatiegberoepsbevolking}}{\text{beroepsbeschikte bevo}}\frac{\text{Bruto participatiegberoepsbevolking}}{\text{beroepsbeschikte bevo}}\frac{\text{Bruto participatiegberoepsbevolking}}{\text{beroepsbeschikte bevol}}\frac{\text{Bruto participatiegberoepsbevolking}}{\text{beroepsbeschikte bevolk}}\frac{\text{Bruto participatiegberoepsbevolking}}{\text{beroepsbeschikte bevolk}}\frac{\text{Bruto participatiegberoepsbevolking}}{\text{beroepsbeschikte bevolk}}\frac{\text{Bruto participatiegberoepsbevolking}}{\text{beroepsbeschikte bevolking}}\frac{\text{Bruto participatiegberoepsbevolking}}{\text{beroepsbeschikte bevolking}}\frac{\text{Bruto participatiegberoepsbevolking}}{\text{beroepsbeschikte bevolking}}\cdot1\frac{\text{Bruto participatiegberoepsbevolking}}{\text{beroepsbeschikte bevolking}}\cdot1\frac{\text{Bruto participatiegberoepsbevolking}}{\text{beroepsbeschikte bevolking}}\cdot10\frac{\text{Bruto participatiegberoepsbevolking}}{\text{beroepsbeschikte bevolking}}\cdot100\frac{\text{Bruto participatiegberoepsbevolking}}{\text{beroepsbeschikte bevolking}}\cdot100\frac{\text{Bruto participatiegberoepsbevolking}}{\text{beroepsbeschikte bevolking}}\cdot100\%\frac{\text{Bruto participatiegrberoepsbevolking}}{\text{beroepsbeschikte bevolking}}\cdot100\%\frac{\text{Bruto participatiegraberoepsbevolking}}{\text{beroepsbeschikte bevolking}}\cdot100\%\frac{\text{Bruto participatiegraaberoepsbevolking}}{\text{beroepsbeschikte bevolking}}\cdot100\%\frac{\text{Bruto participatiegraadberoepsbevolking}}{\text{beroepsbeschikte bevolking}}\cdot100\%\frac{\text{Bruto participatiegraad beroepsbevolking}}{\text{beroepsbeschikte bevolking}}\cdot100\%\frac{\text{Bruto participatiegraad =beroepsbevolking}}{\text{beroepsbeschikte bevolking}}\cdot100\%\frac{\text{Bruto participatiegraad = beroepsbevolking}}{\text{beroepsbeschikte bevolking}}\cdot100\%\frac{\text{Bruto participatiegraad = beroepsbevolking}}{\text{beroepsbeschikte bevolking}}\cdot100\frac{\text{Bruto participatiegraad = beroepsbevolking}}{\text{beroepsbeschikte bevolking}}\cdot10\frac{\text{Bruto participatiegraad = beroepsbevolking}}{\text{beroepsbeschikte bevolking}}\cdot1\frac{\text{Bruto participatiegraad = beroepsbevolking}}{\text{beroepsbeschikte bevolking}}\cdot\frac{\text{Bruto participatiegraad = beroepsbevolking}}{\text{beroepsbeschikte bevolking}}\frac{\text{Bruto participatiegraad = beroepsbevolking}}{\text{beroepsbeschikte bevolkin}}\frac{\text{Bruto participatiegraad = beroepsbevolking}}{\text{beroepsbeschikte bevolki}}\frac{\text{Bruto participatiegraad = beroepsbevolking}}{\text{beroepsbeschikte bevolk}}\frac{\text{Bruto participatiegraad = beroepsbevolking}}{\text{beroepsbeschikte bevol}}\frac{\text{Bruto participatiegraad = beroepsbevolking}}{\text{beroepsbeschikte bevo}}\frac{\text{Bruto participatiegraad = beroepsbevolking}}{\text{beroepsbeschikte bev}}\frac{\text{Bruto participatiegraad = beroepsbevolking}}{\text{beroepsbeschikte be}}\frac{\text{Bruto participatiegraad = beroepsbevolking}}{\text{beroepsbeschikte b}}\frac{\text{Bruto participatiegraad = beroepsbevolking}}{\text{beroepsbeschikte }}\frac{\text{Bruto participatiegraad = beroepsbevolking}}{\text{beroepsbeschikte}}\frac{\text{Bruto participatiegraad = beroepsbevolking}}{\text{beroepsbeschikt}}\frac{\text{Bruto participatiegraad = beroepsbevolking}}{\text{beroepsbeschik}}\frac{\text{Bruto participatiegraad = beroepsbevolking}}{\text{beroepsbeschi}}\frac{\text{Bruto participatiegraad = beroepsbevolking}}{\text{beroepsbesch}}\frac{\text{Bruto participatiegraad = beroepsbevolking}}{\text{beroepsbesc}}\frac{\text{Bruto participatiegraad = beroepsbevolking}}{\text{beroepsbes}}\frac{\text{Bruto participatiegraad = beroepsbevolking}}{\text{beroepsbe}}\frac{\text{Bruto participatiegraad = beroepsbevolking}}{\text{beroepsb}}\frac{\text{Bruto participatiegraad = beroepsbevolking}}{\text{beroeps}}\frac{\text{Bruto participatiegraad = beroepsbevolking}}{\text{beroep}}\frac{\text{Bruto participatiegraad = beroepsbevolking}}{\text{beroe}}\frac{\text{Bruto participatiegraad = beroepsbevolking}}{\text{bero}}\frac{\text{Bruto participatiegraad = beroepsbevolking}}{\text{ber}}\frac{\text{Bruto participatiegraad = beroepsbevolking}}{\text{be}}\frac{\text{Bruto participatiegraad = beroepsbevolking}}{\text{b}}\frac{\text{Bruto participatiegraad = beroepsbevolking}}{\placeholder{}}\text{Bruto participatiegraad = beroepsbevolking}\text{Bruto participatiegraad = beroepsbevolkin}\text{Bruto participatiegraad = beroepsbevolki}\text{Bruto participatiegraad = beroepsbevolk}\text{Bruto participatiegraad = beroepsbevol}\text{Bruto participatiegraad = beroepsbevo}\text{Bruto participatiegraad = beroepsbev}\text{Bruto participatiegraad = beroepsbe}\text{Bruto participatiegraad = beroepsb}\text{Bruto participatiegraad = beroeps}\text{Bruto participatiegraad = beroep}\text{Bruto participatiegraad = beroe}\text{Bruto participatiegraad = bero}\text{Bruto participatiegraad = ber}\text{Bruto participatiegraad = be}\text{Bruto participatiegraad = b}\text{Bruto participatiegraad = }\text{Bruto participatiegraad =}\text{Bruto participatiegraad }\text{Bruto participatiegraad -}\text{Bruto participatiegraad }\text{Bruto participatiegraad}\text{Bruto participatiegraa}\text{Bruto participatiegra}\text{Bruto participatiegr}\text{Bruto participatieg}\text{Bruto participatie}\text{Bruto participatie }\text{Bruto participatie}\text{Bruto participati}\text{Bruto participat}\text{Bruto participa}\text{Bruto particip}\text{Bruto partici}\text{Bruto partic}\text{Bruto parti}\text{Bruto part}\text{Bruto par}\text{Bruto pa}\text{Bruto p}\text{Bruto }\text{Bruto}\text{Brut}\text{Bru}\text{Br}\text{B}

Netto participatiegraad: dit percentage geeft aan welk deel van de beroepsgeschikte bevolking daadwerkelijk aan het werk is (alleen de werkzame beroepsbevolking).

\text{ Netto participatiegraad = }\frac{\text{werkzame beroepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte bevolking}}\cdot100\%\text{ Nettoparticipatiegraad = }\frac{\text{werkzame beroepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte bevolking}}\cdot100\%\text{ Nettparticipatiegraad = }\frac{\text{werkzame beroepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte bevolking}}\cdot100\%\text{ Netparticipatiegraad = }\frac{\text{werkzame beroepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte bevolking}}\cdot100\%\text{ Neparticipatiegraad = }\frac{\text{werkzame beroepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte bevolking}}\cdot100\%\text{ Nparticipatiegraad = }\frac{\text{werkzame beroepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte bevolking}}\cdot100\%\text{ participatiegraad = }\frac{\text{werkzame beroepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte bevolking}}\cdot100\%N\text{ participatiegraad = }\frac{\text{werkzame beroepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte bevolking}}\cdot100\%Ne\text{ participatiegraad = }\frac{\text{werkzame beroepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte bevolking}}\cdot100\%Net\text{ participatiegraad = }\frac{\text{werkzame beroepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte bevolking}}\cdot100\%Nett\text{ participatiegraad = }\frac{\text{werkzame beroepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte bevolking}}\cdot100\%Netto\text{ participatiegraad = }\frac{\text{werkzame beroepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte bevolking}}\cdot100\%Nett\text{ participatiegraad = }\frac{\text{werkzame beroepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte bevolking}}\cdot100\%Net\text{ participatiegraad = }\frac{\text{werkzame beroepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte bevolking}}\cdot100\%Ne\text{ participatiegraad = }\frac{\text{werkzame beroepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte bevolking}}\cdot100\%N\text{ participatiegraad = }\frac{\text{werkzame beroepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte bevolking}}\cdot100\%\text{ participatiegraad = }\frac{\text{werkzame beroepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte bevolking}}\cdot100\%\text{B participatiegraad = }\frac{\text{werkzame beroepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte bevolking}}\cdot100\%\text{Br participatiegraad = }\frac{\text{werkzame beroepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte bevolking}}\cdot100\%\text{Bru participatiegraad = }\frac{\text{werkzame beroepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte bevolking}}\cdot100\%\text{Brut participatiegraad = }\frac{\text{werkzame beroepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte bevolking}}\cdot100\%\text{Bruto participatiegraad = }\frac{\text{werkzame beroepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte bevolking}}\cdot100\%\text{Bruto participatiegraad = }\frac{\text{werkzameberoepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte bevolking}}\cdot100\%\text{Bruto participatiegraad = }\frac{\text{werkzamberoepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte bevolking}}\cdot100\%\text{Bruto participatiegraad = }\frac{\text{werkzaberoepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte bevolking}}\cdot100\%\text{Bruto participatiegraad = }\frac{\text{werkzberoepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte bevolking}}\cdot100\%\text{Bruto participatiegraad = }\frac{\text{werkberoepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte bevolking}}\cdot100\%\text{Bruto participatiegraad = }\frac{\text{werberoepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte bevolking}}\cdot100\%\text{Bruto participatiegraad = }\frac{\text{weberoepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte bevolking}}\cdot100\%\text{Bruto participatiegraad = }\frac{\text{wberoepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte bevolking}}\cdot100\%\text{Bruto participatiegraad = }\frac{\text{beroepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte bevolking}}\cdot100\%\text{Bruto participatiegraad = }\frac{w\text{beroepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte bevolking}}\cdot100\%\text{Bruto participatiegraad = }\frac{\text{beroepsbevolking}}{\text{beroepsgeschikte bevolking}}\cdot100\%

De werkloze mensen tellen dus mee voor de bruto participatiegraad (want ze willen wel participeren), maar niet voor de netto participatiegraad.

Stijging participatiegraad

De participatiegraad is de afgelopen decennia gestegen. Dit heeft verschillende oorzaken:

Verhoogde pensioenleeftijd: mensen werken langer door.

Meer vrouwen zijn gaan werken: de emancipatie heeft ervoor gezorgd dat meer vrouwen deelnemen aan de arbeidsmarkt.

Meer deeltijdwerk: hoewel dit per persoon minder uren betekent, zijn er meer mensen nodig om dezelfde hoeveelheid werk te verrichten, waardoor meer mensen een baan hebben.

Betere voorzieningen voor kinderopvang en ouderschapsverlof: dit maakt het voor ouders gemakkelijker om werk en zorg te combineren, wat de drempel om te gaan werken verlaagt.

De werkgelegenheid

De vraag naar arbeid bestaat uit alle banen bij bedrijven en de overheid. Het geheel van beschikbare arbeidsplaatsen en vacatures, oftewel de totale vraag naar arbeid in de economie. Dit noemen we de werkgelegenheid. Werkgelegenheid kan bestaan uit:

Banen die bezet zijn: banen die al vervuld zijn door werknemers.

Vacatures: banen waarvoor nog iemand gezocht wordt.

Meten in arbeidsjaren

Werkgelegenheid wordt gemeten in arbeidsjaren. Eén arbeidsjaar staat gelijk aan een voltijdbaan op jaarbasis. Omdat deeltijdwerken tegenwoordig erg populair is, is het aantal arbeidsjaren vaak anders dan het aantal mensen dat werkt.

Voorbeeld: je hebt twee docenten. Docent A werkt twee dagen per week, en docent B werkt drie dagen per week. Samen werken zij vijf dagen per week, wat neerkomt op één arbeidsjaar. Toch zijn het twee personen.

Om het verschil tussen het aantal werkende personen en het aantal arbeidsjaren uit te drukken, gebruiken we de P/A-ratio (personen per arbeidsjaar):

\text{P/A-ratio = }\frac{\text{aantal mensen dat werkt }}{\text{aantal arbeidsjaren}}\text{P/A-ratio = }\frac{\text{aantal mensen at werkt }}{\text{aantal arbeidsjaren}}\text{P/A-ratio = }\frac{\text{aantal mensen wat werkt }}{\text{aantal arbeidsjaren}}\text{P/A-ratio = }\frac{\text{aantal mensen wat werkt }}{\text{aantal arbeidsjare}}\text{P/A-ratio = }\frac{\text{aantal mensen wat werkt }}{\text{aantal arbeidsjar}}\text{P/A-ratio = }\frac{\text{aantal mensen wat werkt }}{\text{aantal arbeidsja}}\text{P/A-ratio = }\frac{\text{aantal mensen wat werkt }}{\text{aantal arbeidsj}}\text{P/A-ratio = }\frac{\text{aantal mensen wat werkt }}{\text{aantal arbeids}}\text{P/A-ratio = }\frac{\text{aantal mensen wat werkt }}{\text{aantal arbeid}}\text{P/A-ratio = }\frac{\text{aantal mensen wat werkt }}{\text{aantal arbei}}\text{P/A-ratio = }\frac{\text{aantal mensen wat werkt }}{\text{aantal arbe}}\text{P/A-ratio = }\frac{\text{aantal mensen wat werkt }}{\text{aantal arb}}\text{P/A-ratio = }\frac{\text{aantal mensen wat werkt }}{\text{aantal ar}}\text{P/A-ratio = }\frac{\text{aantal mensen wat werkt }}{\text{aantal a}}\text{P/A-ratio = }\frac{\text{aantal mensen wat werkt }}{\text{aantal }}\text{P/A-ratio = }\frac{\text{aantal mensen wat werkt }}{\text{aantal}}\text{P/A-ratio = }\frac{\text{aantal mensen wat werkt }}{\text{aanta}}\text{P/A-ratio = }\frac{\text{aantal mensen wat werkt }}{\text{aant}}\text{P/A-ratio = }\frac{\text{aantal mensen wat werkt }}{\text{aan}}\text{P/A-ratio = }\frac{\text{aantal mensen wat werkt }}{\text{aa}}\text{P/A-ratio = }\frac{\text{aantal mensen wat werkt }}{\text{a}}\text{P/A-ratio = }\frac{\text{aantal mensen wat werkt }}{\placeholder{}}\text{P/A-ratio =}\frac{\text{aantal mensen wat werkt }}{\placeholder{}}\text{P/A-ratio }\frac{\text{aantal mensen wat werkt }}{\placeholder{}}\text{P/A-ratio}\frac{\text{aantal mensen wat werkt }}{\placeholder{}}\text{P/A-rati}\frac{\text{aantal mensen wat werkt }}{\placeholder{}}\text{P/A-rat}\frac{\text{aantal mensen wat werkt }}{\placeholder{}}\text{P/A-ra}\frac{\text{aantal mensen wat werkt }}{\placeholder{}}\text{P/A-r}\frac{\text{aantal mensen wat werkt }}{\placeholder{}}\text{P/A-}\frac{\text{aantal mensen wat werkt }}{\placeholder{}}\text{P/A}\frac{\text{aantal mensen wat werkt }}{\placeholder{}}\text{P/}\frac{\text{aantal mensen wat werkt }}{\placeholder{}}\text{P}\frac{\text{aantal mensen wat werkt }}{\placeholder{}}\frac{\text{aantal mensen wat werkt }}{\placeholder{}}P\frac{\text{aantal mensen wat werkt }}{\placeholder{}}\frac{\text{aantal mensen wat werkt }}{\placeholder{}}\frac{\text{Paantal mensen wat werkt }}{\placeholder{}}\frac{\text{P/aantal mensen wat werkt }}{\placeholder{}}\frac{\text{P/Aaantal mensen wat werkt }}{\placeholder{}}\frac{\text{P/A-aantal mensen wat werkt }}{\placeholder{}}\frac{\text{P/A-raantal mensen wat werkt }}{\placeholder{}}\frac{\text{P/A-raaantal mensen wat werkt }}{\placeholder{}}\frac{\text{P/A-rataantal mensen wat werkt }}{\placeholder{}}\frac{\text{P/A-ratiaantal mensen wat werkt }}{\placeholder{}}\frac{\text{P/A-ratioaantal mensen wat werkt }}{\placeholder{}}\frac{\text{P/A-ratio aantal mensen wat werkt }}{\placeholder{}}\frac{\text{P/A-ratio =aantal mensen wat werkt }}{\placeholder{}}\frac{\text{P/A-ratio = aantal mensen wat werkt }}{\placeholder{}}\text{P/A-ratio = aantal mensen wat werkt }\text{P/A-ratio = aantal mensen wat werkt}\text{P/A-ratio = aantal mensen wat werk}\text{P/A-ratio = aantal mensen wat wer}\text{P/A-ratio = aantal mensen wat we}\text{P/A-ratio = aantal mensen wat w}\text{P/A-ratio = aantal mensen wat }\text{P/A-ratio = aantal mensen wat}\text{P/A-ratio = aantal mensen wa}\text{P/A-ratio = aantal mensen w}\text{P/A-ratio = aantal mensen }\text{P/A-ratio = aantal mensen d}\text{P/A-ratio = aantal mensen da}\text{P/A-ratio = aantal mensen dat}\text{P/A-ratio = aantal mensen dat }\text{P/A-ratio = aantal mensen dat}\text{P/A-ratio = aantal mensen da}\text{P/A-ratio = aantal mensen d}\text{P/A-ratio = aantal mensen }\text{P/A-ratio = aantal mensen}\text{P/A-ratio = aantal mense}\text{P/A-ratio = aantal mens}\text{P/A-ratio = aantal men}\text{P/A-ratio = aantal me}\text{P/A-ratio = aantal m}\text{P/A-ratio = aantal }\text{P/A-ratio = aantal}\text{P/A-ratio = aanta}\text{P/A-ratio = aant}\text{P/A-ratio = aan}\text{P/A-ratio = aa}\text{P/A-ratio = a}\text{P/A-ratio = }\text{P/A-ratio = A}\text{P/A-ratio = }\frac{\text{P/A-ratio = }}{\placeholder{}}\text{P/A-ratio = }\text{P/A-ratio =}\text{P/A-ratio }\text{P/A-ratio}\text{P/A-rati}\text{P/A-rat}\text{P/A-ra}\text{P/A-r}\text{P/A-}\text{P/A}\text{P/}\text{P}

Een hogere P/A-ratio betekent dat er meer mensen in deeltijd werken. Er zijn relatief meer mensen aan het werk vergeleken met het aantal arbeidsjaren.

Ruim of krap op de arbeidsmarkt

De verhouding tussen vraag en aanbod van arbeid bepaalt of we spreken van een ruime of krappe arbeidsmarkt.

Ruime arbeidsmarkt
Krappe arbeidsmarkt
Er is meer aanbod dan vraag naar arbeid
Er is meer vraag dan aanbod naar arbeid
Veel werkloosheid
Weinig werkloosheid
Lonen zullen dalen
Lonen zullen stijgen
Bestedingen dalen
Bestedingen stijgen
Minder productie
Meer productie
Grotere overheidstekorten
Kleinere overheidstekorten
Prijzen zullen dalen of minder hard stijgen
Prijzen zullen makkelijker stijgen (bestedingsinflatie)

Werkloosheid

Werkloosheid betekent dat mensen wel willen werken, maar geen werk kunnen vinden. Er zijn verschillende redenen waarom mensen werkloos kunnen zijn.

De verschillende soorten werkloosheid

Conjuncturele werkloosheid: dit ontstaat wanneer de vraag naar producten en diensten afneemt in een economische neergang (recessie). Bedrijven produceren minder, dus neemt de werkloosheid toe. Wanneer de economie aantrekt, neemt deze werkloosheid weer af.

Structurele werkloosheid: dit ontstaat door blijvende veranderingen in de economie, bijvoorbeeld door technologische ontwikkelingen, het minimumloon, veranderingen in de beroepsbevolking of een mismatch tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt. Een voorbeeld van een mismatch is wanneer er veel vacatures zijn voor programmeurs, maar er vooral werkzoekenden zijn met een achtergrond in de geschiedenis.

Frictiewerkloosheid: dit is de korte periode van werkloosheid tussen twee banen, of tussen het afronden van een studie en het vinden van de eerste baan. Deze vorm van werkloosheid is meestal tijdelijk en niet problematisch. Soms kiezen mensen er zelfs bewust voor om even 'frictiewerkloos' te zijn.

Seizoenswerkloosheid: dit is werkloosheid gerelateerd aan specifieke seizoenen of weersomstandigheden. Bepaalde werkzaamheden zijn niet het hele jaar nodig. Denk aan personeel in strandtenten dat in de zomer volop werk heeft, maar in de winter vaak werkloos is.

Oorzaken van werkloosheid

Naast de specifieke soorten werkloosheid, zijn er ook algemene oorzaken die bijdragen aan werkloosheid:

Fricties op de arbeidsmarkt: een algemene term voor de problemen die ontstaan wanneer vraag en aanbod niet goed op elkaar aansluiten, bijvoorbeeld door een mismatch tussen arbeidsvraag en arbeidsaanbod in opleiding, kwaliteiten of geografische regio.

Te weinig vraag naar producten: als consumenten minder kopen, produceren bedrijven minder en hebben ze minder personeel nodig.

Hoge loonkosten: als lonen te hoog zijn, kan het voor bedrijven onaantrekkelijk zijn om personeel aan te nemen of te houden, zeker in vergelijking met het buitenland.

Hoogte en voorwaarden van sociale uitkeringen: als werkloosheidsuitkeringen aantrekkelijk zijn, kan dit de motivatie om snel een nieuwe baan te vinden verminderen.

Vrijhandel en nieuwe technologie: toenemende import van goedkope producten uit het buitenland kan leiden tot minder werkgelegenheid in eigen land. Ook automatisering, robotisering en AI kunnen banen overnemen.

Vaste en flexibele contracten

Als je een baan hebt gevonden, kun je verschillende soorten contracten krijgen. Het onderscheid tussen vaste en flexibele contracten is belangrijk.

Vaste contracten

Bij een vast contract liggen je loon en arbeidsuren meestal vast. Dit type contract biedt veel zekerheid:

Je kunt alleen onder specifieke omstandigheden worden ontslagen.

Je bent verplicht verzekerd tegen arbeidsongeschiktheid en werkloosheid.

Je bouwt verplicht pensioen op.

Flexibele contracten

Een flexibel contract biedt minder zekerheid. Dit is vaak het geval bij oproepkrachten. Deze werknemers werken de ene week meer uren dan de andere, afhankelijk van de behoefte van de werkgever. Ze hebben geen verplichte verzekering en bouwen geen verplicht pensioen op, daar zijn ze zelf verantwoordelijk voor. Een voorbeeld van een flexibel contract is ZZP'ers (Zelfstandigen Zonder Personeel). Dit zijn ondernemers die als zelfstandige opdrachten uitvoeren.

Voor- en nadelen van de flexibilisering

Het bestaan van zowel vaste als flexibele contracten heeft voor- en nadelen voor de arbeidsmarkt.

Voordelen:

Makkelijker de juiste mensen op de juiste plek: bedrijven kunnen flexibel personeel inzetten om pieken op te vangen of voor projecten van korte duur.

Prikkels om beter te presteren: omdat flexibel personeel makkelijker te ontslaan is, kan dit een prikkel zijn om goed te presteren.

Oplossen van tekorten met hogere lonen: bij schaarste kan een organisatie een hoger loon bieden voor tijdelijk personeel om snel een tekort op te lossen.

Nadelen:

Minder investering in personeel: in flexibel personeel wordt vaak minder geïnvesteerd in opleidingen en trainingen, omdat ze mogelijk snel weer vertrekken.

Meer wervings- en opleidingskosten: bedrijven moeten vaker nieuw flexibel personeel werven en inwerken, wat tijd en geld kost.

Kosten voor de overheid bij dalende economie: in tijden van economische neergang (zoals de coronapandemie) kunnen veel flexibele werknemers hun baan verliezen, wat hoge kosten voor de overheid betekent voor het betalen van uitkeringen.

Cao en de rol van vakbonden

De cao staat voor collectieve arbeidsovereenkomst. Dit is een overeenkomst tussen de werkgever- en werknemersorganisaties. Deze overeenkomst wordt niet met één werknemer gesloten, maar collectief, voor alle werknemers in een bepaalde bedrijfstak of bij een bepaald bedrijf. Een cao regelt de arbeidsvoorwaarden en geldt vooral voor werknemers met een vast contract.

De cao wordt gesloten tussen:

Werkgeversorganisaties: organisaties die de belangen van werkgevers behartigen.

Werknemersorganisaties (of vakbonden): organisaties die de belangen van werknemers behartigen.

De afspraken in een cao gaan over zowel de primaire arbeidsvoorwaarden (zoals loon, werktijden) als de secundaire arbeidsvoorwaarden (zoals pensioenregelingen, reiskostenvergoeding, verlofdagen). Het belangrijke is: zelfs als je geen lid bent van een vakbond, geldt de cao van jouw sector ook voor jou.

Vakbonden: de stem van werknemers

Vakbonden zijn cruciale spelers in het proces van cao-onderhandelingen. Zij onderhandelen namens de werknemers over de arbeidsvoorwaarden. Er zijn vakbonden per bedrijfstak (bijvoorbeeld voor de zorg, de bouw of het onderwijs). Soms zijn er zelfs meerdere vakbonden actief binnen één bedrijfstak die samen aan de onderhandelingstafel zitten.

De kracht van een vakbond in de onderhandelingen is afhankelijk van de organisatiegraad, het percentage werknemers in een sector dat lid is van een vakbond. Hoe hoger de organisatiegraad, hoe sterker de positie van de vakbond en hoe meer gewicht hun eisen in de schaal leggen. Voor individuele werknemers heeft het voordelen dat een vakbond onderhandelt: je hoeft dan niet zelf te onderhandelen over je loon en andere voorwaarden, want deze liggen vast in de cao.

Bekijk ook
4,8

Voeg je bij ruim 80.000 leerlingen die al leren met JoJoschool

Helemaal compleet!

Alle informatie die ik voor mijn toetsen moet kennen is aanwezig, de powerpoints zijn duidelijk en makkelijk te begrijpen. De opdrachten passen altijd goed bij het onderwerp en ondersteunen goed bij het leren. JoJoschool is erg overzichtelijk voor mij!

Heel overzichtelijk

Ik gebruik het nu voor Biologie, het werkt ontzettend goed, het is heel overzichtelijk en alles wordt behandeld. Hoog rendement haal ik met leren, geen langdradige verhalen, maar ook niet te moeilijk. Het houdt ook automatisch bij hoe ver je bent.

Beter dan YouTube

Het is voor mij een erg goede manier om de leerstof voor toetsen te begrijpen. De video’s zijn een stuk duidelijker en beter dan de meeste video’s op YouTube.

Waarom kies je voor JoJoschool?

Hoger scoren

86% van onze leerlingen zegt hoger te scoren.

Betaalbaar en beter

Een alternatief op dure bijles, altijd uitgelegd door bevoegde docenten.

Sneller begrijpen

83% van onze leerlingen zegt onderwerpen sneller te begrijpen.

Ontdek JoJoschool 🎁

Met ons overzichtelijke platform vol met lessen en handige tools heb je alles voor school binnen handbereik. Maak je account aan en ervaar het zelf!

“Door JoJoschool kan ik makkelijker en beter leren” - Anne, 3 havo
Cookies
Meer uitleg

Om deze website goed te laten werken plaatsen we functionele cookies. We plaatsen analytische cookies om te bepalen welke onderdelen van de website het meest interessant zijn voor bezoekers. We plaatsen marketing cookies om de effectiviteit van onze campagnes te kunnen meten.