Bereken de punten A, B, C, D, E
Leerdoelen
•Je kunt uitleggen wat het consumentensurplus en wat het producentensurplus is.
•Je kunt het consumenten- en het producentensurplus tekenen.
•Je kunt verklaren waarom men streeft naar een maximaal totaal surplus.
•Je kunt een verandering in het surplus tekenen en verklaren.
•Je kunt een surplus berekenen.
Het consumentensurplus
De ene kant van de medaille is het consumentensurplus. Dit ontstaat wanneer jij als consument minder betaalt voor een product dan je eigenlijk bereid was te betalen.
Individueel consumentensurplus
Jouw persoonlijke maximale bedrag dat je bereid bent te betalen voor een product, noemen we je betalingsbereidheid. Neem bijvoorbeeld een lekkere appeltaart. Misschien ben je wel bereid om € 7,50 te betalen voor zo'n taart. Stel dat je vervolgens in de supermarkt ziet dat diezelfde appeltaart maar € 5,00 kost. Je was bereid € 7,50 te betalen, maar je hoeft maar € 5,00 af te rekenen. Het verschil, die € 2,50 (€ 7,50 - € 5,00), is jouw individuele consumentensurplus. Je hebt eigenlijk 'bespaard' en voelt je blij met deze aankoop. Dit is die psychologische winst!

Totaal consumentensurplus
Niet alleen jij, maar veel meer mensen ervaren zo'n individueel consumentensurplus bij hun aankopen. Wanneer je al die individuele consumentensurplussen bij elkaar optelt, krijg je het totale consumentensurplus. Dit totale surplus wordt in een grafiek weergegeven als de oppervlakte van een driehoek.

De groene driehoek in de grafiek toont de totale waarde van al die extra betalingsbereidheid van de consumenten. Het is het gebied onder de vraaglijn en boven de evenwichtsprijs.
Het producentensurplus
Aan de andere kant is er het producentensurplus. Dit ontstaat wanneer een verkoper een product verkoopt voor een hogere prijs dan hij of zij minimaal bereid was te accepteren.
Individueel producentensurplus
De minimale prijs waarvoor een producent een product wil verkopen, noemen we de leveringsbereidheid. De supermarkt die de appeltaart verkoopt voor €5,00, was misschien ook wel bereid om hem voor €4,50 te verkopen. Omdat de concurrentie duurdere appeltaarten verkoopt, kunnen ze €5,00 vragen. Het verschil van €0,50 (€5,00 - €4,50) is het individuele producentensurplus. De supermarkt maakt een kleine extra winst per verkochte appeltaart.
Totaal producentensurplus
Net als bij consumenten zijn er veel producenten die een individueel producentensurplus ervaren. Het totale producentensurplus is de optelsom van al deze individuele surpluses. Dit totale surplus wordt in een grafiek weergegeven als de oppervlakte van een driehoek.

De paarse driehoek in de grafiek representeert de totale waarde van de extra inkomsten voor de producenten boven hun minimale verkoopprijs. Het is het gebied boven de aanbodlijn en onder de evenwichtsprijs.
Maximaal surplus en welvaart
Samen vormen het consumenten- en producentensurplus een belangrijk concept in de economie.
Het totale surplus
Het totale surplus is simpelweg de optelsom van het consumentensurplus en het producentensurplus. Dit totale surplus is het grootst wanneer de markt in evenwicht is, dus wanneer vraag en aanbod precies aan elkaar gelijk zijn.

Het totale surplus is het gezamenlijke oppervlak van beide driehoeken. In dit evenwicht is de welvaart in de markt maximaal.
Pareto-efficiëntie
Een situatie waarin het totale surplus maximaal is, noemen we ook wel Pareto-efficiënt. Dit betekent dat het onmogelijk is om iemands situatie (consument of producent) te verbeteren zonder dat de situatie van iemand anders verslechtert. Als de prijs bijvoorbeeld zou stijgen, zou het producentensurplus toenemen, maar ten koste van het consumentensurplus. Daarom streven economen en beleidsmakers naar een maximaal surplus, omdat dit de grootste totale welvaart voor iedereen betekent.
Verloren surplus (deadweight loss)
Niet altijd bereikt een markt zijn evenwicht. Soms gaat er surplus verloren, wat betekent dat de totale welvaart afneemt. Dit gebeurt bijvoorbeeld wanneer een producent veel marktmacht heeft en de prijs kan bepalen, in plaats van dat deze tot stand komt door vraag en aanbod.
Oorzaak en gevolg van verloren surplus
Neem als voorbeeld een streamingdienst die de exclusieve rechten heeft voor het uitzenden van de Eredivisie. Zij kunnen een hogere prijs vragen dan in een concurrerende markt, omdat consumenten nergens anders terechtkunnen. Laten we die hogere prijs^{}P2noemen.

Stel dat in de evenwichtssituatie 700 producten werden verkocht, maar bij de hogere prijsnog maar 500. Het surplus ontstaat alleen voor de producten die daadwerkelijk worden verkocht. De 200 producten die nu niet meer worden verkocht (het verschil tussen 700 en 500), zorgen voor verloren surplus.
In de grafiek zie je dat het consumentensurplus kleiner wordt (oppervlak). Een deel van het oorspronkelijke consumentensurplus gaat naar de producent (oppervlak, doordat de prijs stijgt). Het producentensurplus wordt daardoor groter (oppervlak). Echter, de totale welvaart daalt, want er is een gebied dat volledig verloren gaat, namelijk de oppervlakken en. Dit noemen we het verloren surplus, ook wel de Harberger-driehoek of deadweight loss (DWL).
Een partij met veel marktmacht kan dus de verdeling van het surplus beïnvloeden (meer voor zichzelf) én zorgen voor een afname van het totale surplus, wat betekent dat de welvaart daalt.
Surplus berekenen
Om de omvang van surplus te meten, maken we gebruik van geometrische formules. Aangezien surplus vaak wordt weergegeven als een driehoek in een vraag- en aanbodgrafiek, is het berekenen van de oppervlakte van een driehoek een cruciale vaardigheid.
De basis
De formule voor de oppervlakte van een driehoek is: (lengte × breedte) × 0,5. Dit passen we toe op de grafieken.
Berekening consumentensurplus en producentensurplus bij evenwicht
Laten we een voorbeeld nemen van een evenwichtssituatie.

Stel:
•De maximale betalingsbereidheid voor het product is € 50.
•De evenwichtsprijs is € 25.
•Het aantal verkochte producten in evenwicht (de hoeveelheid) is 100.
•De minimale leveringsbereidheid (waar de aanbodlijn start bij) is € 15.
Om het consumentensurplus te berekenen:
•Breedte (prijsverschil): € 50 (max. betalingsbereidheid) - € 25 (evenwichtsprijs) = € 25.
•Lengte (hoeveelheid): 100 producten. De berekening is dan:
Om het producentensurplus te berekenen:
•Breedte (prijsverschil): € 25 (evenwichtsprijs) - € 15 (minimale leveringsbereidheid) = € 10.
•Lengte (hoeveelheid): 100 producten. De berekening is dan: Het totale surplus bij evenwicht is dan: € 1250 (consumentensurplus) + € 500 (producentensurplus) = € 1750.
Berekening verloren surplus
Nu een voorbeeld van verloren surplus, veroorzaakt door een hogere prijs.

Stel:
•Evenwichtshoeveelheidwas 100.
•De evenwichtsprijswas € 25.
•Door marktmacht stijgt de prijs naarP2=\euro37P2=.
•De verkochte hoeveelheid daalt naar 60.
•De leveringsbereidheid bij een hoeveelheid van 60 is € 20 (af te lezen van de aanbodlijn). Het aantal producten dat niet meer wordt verkocht, is. Dit vormt de 'lengte' van de driehoeken D en E die samen het verloren surplus vormen.
•Berekening driehoek D:
•Lengte: 40 (producten).
•Breedte: € 37 (nieuwe prijs) - € 25 (evenwichtsprijs) = € 12.
•OppervlakteD:(40\times\euro12)\times0,5=\euro240D(40\times\euro12)\times0,5=\euro240
•Berekening driehoek E:
•Lengte: 40 (producten).
•Breedte: € 25 (evenwichtsprijs) - € 20 (leveringsbereidheid bij) = € 5.
•OppervlakteE:(40\times\euro5)\times0,5=\euro100E(40\times\euro5)\times0,5=\euro100 Het totale verloren surplus is de som vanen:
Berekening van het nieuwe surplus na prijsstijging
We kunnen ook het nieuwe consumenten- en producentensurplus berekenen in de situatie met de hogere prijsen verkochte hoeveelheid = 60.
•Nieuw consumentensurplus (oppervlak A):
•Dit is een driehoek.
•Lengte: 60 (verkochte producten).
•Breedte: € 50 (max. betalingsbereidheid) - € 37 (nieuwe prijs ) = € 13.
•OppervlakteA:(60\times\euro13)\times0,5=\euro390A(60\times\euro13)\times0,5=\euro390
•Nieuw producentensurplus (oppervlak B + C):
De berekening van het oppervlak
•Oppervlakis een rechthoek.
•Lengte: 60 (verkochte producten).
•Breedte: € 37 (nieuwe prijs ) - € 20 (leveringsbereidheid bij) = € 17.
•OppervlakteB:60\times\euro17=\euro1020B60\times\euro17=\euro1020
De berekening van het oppervlak
•Oppervlakis een driehoek.
•Lengte: 60 (verkochte producten).
•Breedte: € 20 (leveringsbereidheid bij ) - € 15 (minimale leveringsbereidheid) = € 5.
•Oppervlakte C:(60\times\euro5)\times0,5=\euro150C(60\times\euro5)\times0,5=\euro150 Het totale nieuwe producentensurplus is de som van en:
Het totale surplus in deze situatie is de som van het nieuwe consumentensurplus en het nieuwe producentensurplus:













