Op welke 3 manieren kan de Europese Centrale Bank dit bereiken?
Leerdoelen
•Je kunt de kerntaken van een centrale bank benoemen.
•Je kunt uitleggen hoe de Europese Bankenunie werkt.
•Je kunt uitleggen wat monetair beleid is.
•Je kunt de voor- en nadelen van de Economische en Monetaire Unie (EMU) benoemen.
•Je kunt uitleggen of de eurozone een optimaal valutagebied is.
De Europese Centrale Bank (ECB)
Wat is een centrale bank?
Een centrale bank wordt ook wel de 'bank van de banken' genoemd. Consumenten en bedrijven lenen geld bij commerciële banken zoals ING, Rabobank of ABN AMRO. Bij deze banken hebben mensen een rekening om geld te ontvangen, te betalen, te sparen of te lenen. Alle commerciële banken hebben op hun beurt weer een rekening bij de centrale bank.
In Nederland is De Nederlandsche Bank (DNB) onze centrale bank. De DNB valt onder de Europese Centrale Bank (ECB), die een belangrijke rol speelt in ons dagelijks leven.
Kerntaken van de ECB
Prijsstabiliteit als enkelvoudig mandaat
De belangrijkste taak van de Europese Centrale Bank is het zorgen voor prijsstabiliteit. Dit is hun enkelvoudig mandaat, wat betekent dat dit hun primaire en enige taak is. Prijsstabiliteit houdt concreet in: een inflatie van ongeveer twee procent. Een kleine mate van inflatie is nodig om de economie draaiende te houden en wachtgedrag (mensen stellen aankopen uit) te voorkomen. Een te hoge inflatie is daarentegen schadelijk. Twee procent wordt als het juiste niveau beschouwd.
Monetair beleid en geldhoeveelheid (M1)
De ECB probeert deze prijsstabiliteit te bereiken door middel van monetair beleid. Dit doen ze door de geldhoeveelheid te beïnvloeden. De geldhoeveelheid die in handen is van het publiek, wordt vaak aangeduid met M1. De centrale bank kan dit bewerkstelligen door:
•De rentestand vast te stellen.
•De wisselkoersen te beïnvloeden.
Duaal mandaat: een verschil met de ECB
Niet alle centrale banken hebben een enkelvoudig mandaat. Sommige centrale banken hebben een duaal mandaat, wat betekent dat ze naast prijsstabiliteit ook andere doelen nastreven, zoals economische groei. Een bekend voorbeeld hiervan is de Federal Reserve (de FED) in de Verenigde Staten. Het combineren van prijsstabiliteit en economische groei kan echter lastig zijn.
Overige taken
Naast het waarborgen van prijsstabiliteit heeft een centrale bank nog andere belangrijke taken:
•Veilig en betrouwbaar betalingsverkeer: zorgen dat betalingen veilig verlopen, zowel in winkels als tussen personen.
•Toezicht op financiële instellingen: controleert of banken geen onverantwoorde risico's nemen met leningen of andere financiële producten. Dit toezicht gebeurt via de Europese Bankenunie.
•Beheer van externe reserves: het aanhouden van reserves in de vorm van goud, Amerikaanse dollars en Special Drawing Rights (SDR's).
De Europese Bankenunie
Doel en werking van de Bankenunie
De Europese Bankenunie is een samenwerkingsverband van banken in de eurolanden. Deze banken voldoen aan dezelfde regels, staan onder toezicht van de ECB en staan voor elkaar garant. Een belangrijk gevolg hiervan is dat overheden niet langer aansprakelijk zijn voor financiële problemen van banken.
Het resolutiefonds en het depositogarantiestelsel
De Bankenunie oefent Europees toezicht uit en werkt volgens een afwikkelmechanisme. Een cruciaal onderdeel hiervan is het resolutiefonds. Banken dragen allemaal bij aan dit fonds, zodat financiële problemen van individuele banken onderling kunnen worden opgelost. Mocht een bank failliet gaan of in zwaar weer terechtkomen, dan kan dit fonds worden gebruikt om de schade te dekken.
Daarnaast is er een Europees depositogarantiestelsel. Dit stelsel verzekert een saldo tot honderdduizend euro per bankrekening. Als een bank failliet gaat, ben je je geld tot dit bedrag niet kwijt; je krijgt het terug uit het depositogarantiestelsel. Sommige mensen met meer spaargeld spreiden hun vermogen daarom over verschillende bankrekeningen bij diverse banken, om zo te profiteren van de garantie op elke rekening.
Bankruns en stresstests
Het depositogarantiestelsel verkleint de kans op een bankrun. Een bankrun ontstaat wanneer de langlopende bezittingen van een bank niet snel genoeg kunnen worden verkocht om aan kortlopende verplichtingen te voldoen. Denk aan een situatie waarin veel mensen tegelijk hun geld willen opnemen, maar de bank dit niet direct kan uitbetalen. Paniek kan dan leiden tot nog meer opnames, waardoor de bank in acute problemen komt. De wetenschap dat je geld tot honderdduizend euro veilig is, voorkomt deze paniek.
Om banken te behoeden voor problemen bij economisch zwaar weer, worden ze regelmatig onderworpen aan stresstests onder toezicht van de ECB. De Nederlandsche Bank (DNB) kan een financieel zwakke bank verplichten om haar kapitaalbuffers te verhogen (meer geld in kas te houden) of, in extreme gevallen, de banklicentie intrekken.
Externe reserves van De Nederlandsche Bank (DNB)
Nederland beheert ongeveer 30 miljard euro aan externe reserves. Deze reserves zijn verdeeld over drie vormen:
1.Goud: wordt aangehouden om tijdens financiële crises aan betalingsverplichtingen te kunnen voldoen.
2.Amerikaanse dollars: noodzakelijk voor betalingsverplichtingen en het wisselkoersbeleid van de ECB, die met wisselkoersen de inflatie kan sturen.
3.Special Drawing Rights (SDR's): dit zijn tegoeden van DNB bij het Internationaal Monetair Fonds (IMF), bedoeld om aan betalingsverplichtingen te voldoen.
De Economische en Monetaire Unie (EMU)
Wat is de EMU?
De Economische en Monetaire Unie (EMU) markeert de start van de gemeenschappelijke EU-munt, de euro. De ECB fungeert als centrale bank van de EMU. Niet alle landen die lid zijn van de Europese Unie (EU) doen mee aan de EMU, maar het aantal eurolanden groeit gestaag.

Het stabiliteits- en groeipact: toetredingseisen
Om deel te kunnen nemen aan de EMU en de euro in te voeren, moeten landen voldoen aan de eisen van het stabiliteits- en groeipact. Deze eisen zijn:
•Inflatie: de inflatie van een land mag niet hoger zijn dan 1,5 procentpunt boven de gemiddelde inflatie van de drie EU-landen met de laagste inflatie.
•Rekenvoorbeeld inflatie-eis: stel de gemiddelde inflatie in de drie landen met de laagste inflatie is 1,5%. Dan mag de inflatie in het kandidaat-land maximaal 1,5% + 1,5 procentpunt = 3% zijn.
•Rente: de rente op langlopende leningen mag niet hoger zijn dan 2 procentpunten boven de rente van de drie EU-landen met de laagste rente.
•Rekenvoorbeeld rente-eis: als de gemiddelde rente in de drie landen met de laagste rente 2% is, dan mag de rente in het kandidaat-land maximaal 2% + 2 procentpunten = 4% zijn.
•Begrotingstekort: het begrotingstekort van de overheid mag niet hoger zijn dan 3% van het bruto binnenlands product (bbp).
•Overheidsschuld: de overheidsschuld mag niet hoger zijn dan 60% van het bbp.
•Wisselkoers: de wisselkoers van de nationale munt mag niet sterk afwijken van die van de euro en moet een vergelijkbare ontwikkeling laten zien.
Gevolgen van tekorten en schulden: de vicieuze cirkel
Een oplopend begrotingstekort en overheidsschuld binnen de EMU kunnen een negatieve invloed hebben op de economische groei van een land. De gevolgen van een stijgend begrotingstekort op de economische groei zijn weergegeven in het schema.

Stel, de overheid heeft een begrotingstekort dat stijgt.
1.Dit betekent dat de overheid meer geld moet lenen.
2.De vraag naar leningen stijgt.
3.Aangezien rente de prijs van een lening is, stijgt de rente.
4.Een hogere rente maakt lenen duurder, waardoor bedrijven en consumenten minder geld lenen en daardoor hun bestedingen dalen. Dit remt de economische groei.
5.De stijgende rente heeft nog een ander gevolg: de rentelasten van het land nemen toe.
6.Hogere rentelasten betekenen meer uitgaven voor de overheid, zonder dat daar extra inkomsten tegenover staan.
7.Dit leidt tot een verdere toename van het begrotingstekort. Deze vicieuze cirkel is schadelijk voor de economische groei van een land.
Voor- en nadelen van de euro en de EMU
Voordelen van de euro
•Geen wisselkoersrisico: bij handel tussen eurolanden is er geen wisselkoersrisico meer. Bedrijven in Nederland en Duitsland kunnen handelen zonder zich zorgen te maken dat de wisselkoers plotseling ongunstig wordt, zoals dat wel het geval kan zijn bij handel met de Verenigde Staten.
•Lagere transactiekosten: het wisselen van geld kost tijd en geld. Deze transactiekosten zijn verdwenen bij handel binnen de eurozone.
•Transparante markt: prijzen zijn gemakkelijk te vergelijken tussen eurolanden. Dit draagt bij aan een transparante markt, omdat je niet langer prijzen hoeft om te rekenen naar je eigen valuta.
•Stabielere munt: de euro als geheel is internationaal veel stabieler dan de individuele valuta's die Europese landen voorheen hadden.
Nadelen van de euro
•Geen zelfstandig wisselkoersbeleid: landen kunnen niet langer een flexibele of vaste wisselkoers kiezen om hun import en export te beïnvloeden. Je zit vast aan de wisselkoers van de euro. Dit betekent dat een land geen zelfstandig wisselkoersbeleid kan voeren om de betalingsbalans te verbeteren.
•Centraal rentebeleid: de ECB stelt één rente vast voor de gehele eurozone. De inflatie verschilt echter per land. Een hoge rente, gunstig voor een land met hoge inflatie, kan nadelig zijn voor een land met lage inflatie. Individuele landen kunnen niet afwijken van dit centrale rentebeleid.
Is de eurozone een optimaal valutagebied?
Theorie van optimale valutagebieden
Volgens de theorie van optimale valutagebieden hebben landen profijt van een gemeenschappelijke munt als de voordelen opwegen tegen de nadelen. Dit vereist de aanwezigheid van alternatieve aanpassingsmechanismen. Omdat landen hun eigen monetaire en wisselkoersbeleid opgeven, moeten zij op andere manieren kunnen reageren op economische schokken. Dit kan via aanpassingen in prijzen, lonen, migratie van arbeidskrachten of inkomensoverdrachten tussen landen. Zulke mechanismen vragen om een verregaande economische samenwerking.
Waarom de eurozone geen optimaal valutagebied is
De eurozone wordt over het algemeen niet beschouwd als een optimaal valutagebied. Dit komt door een aantal factoren:
•Geen centraal anticyclisch begrotingsbeleid: er is geen sprake van een centraal beleid op EMU-niveau om de economie te stimuleren in een recessie of af te remmen in een hoogconjunctuur.
•Beperkte arbeidsmobiliteit: door verschillen in taal en cultuur is het niet eenvoudig voor mensen om in een ander euroland te gaan werken. De arbeidsmobiliteit is beperkt, wat betekent dat aanpassingen via migratie moeilijk zijn.
•Gebrek aan verregaande samenwerking: de andere aanpassingsmechanismen, zoals flexibele lonen en prijzen over de grenzen heen of grote inkomensoverdrachten, zijn onvoldoende ontwikkeld door een gebrek aan verregaande economische samenwerking.













