Jaarlijkse ontwikkeling van de inflatie en de arbeidsproductiviteit (procentuele verandering ten opzichte van het voorgaande jaar)


Jaarlijkse ontwikkeling van de inflatie en de arbeidsproductiviteit (procentuele verandering ten opzichte van het voorgaande jaar)

Uit een krant, januari 2020:
Het gaat economisch goed in Nederland. De overgrote meerderheid van de bedrijven presenteert goede winstcijfers. De landelijke supermarktketens onderhandelen met de vakbonden over een nieuwe collectieve arbeidsovereenkomst (cao). De vakbonden
eisen 3,5% loonsverhoging op het jaarsalaris, met een minimale stijging van € 1.000 .

Barbara Berends is onderhandelaar van de supermarktketens, en Jacco Jansen is onderhandelaar van de vakbond. Samen bespreken zij de consequenties van de loonstijging die door de vakbond geëist is. De onderhandelaar van de werkgever vindt de looneis te hoog.
Barbara Berends: "U moet zich realiseren dat een loonkostenstijging van$3{,}5 \%binnen ons bedrijf, waar de loonkosten 40% van de totale kosten uitmaken, zal leiden tot een productiekostenstijging van 1,4%. De supermarktketens kunnen deze hoge looneis niet betalen.
Jacco Jansen reageert met de volgende uitspraken:
1.U spreekt over de nominale productiekostenstijging, maar de reële productiekostenstijging is lager.
2.Bovendien leidt de gestegen arbeidsproductiviteit tot lagere productiekosten.
3.En u moet zich realiseren dat de omzet bij supermarkten toch zal stijgen, aangezien is gebleken dat de vraag naar goederen uit de supermarkt prijsinelastisch is.
Gebruik uitspraak 1 en bron 1.
Bereken de reële productiekostenstijging bij een nominale loonkostenstijging van$3{,}5 \%als de loonkosten$40 \%van de totale kosten uitmaken.
Op deze pagina behandelen we vraag 3 van het centraal examen economie havo 2024 – tijdvak 1. Deze vraag is onderdeel van Opgave 1 Een nieuwe cao, en is 2 punten waard.
Je kunt hier zelf het antwoord invullen en vervolgens direct de uitwerking en uitleg bekijken.
Daarnaast kun je:
De onderwerpen bij deze vraag zijn: