Koning Willem I (koning van 1815 tot 1840) besloot dat er passagiersvervoer per trein moest komen in Nederland in 1835. Er bleken geen particuliere investeerders te zijn en daarom richtte de overheid de Hollandsche IJzeren Spoorwegmaatschappij op (voorloper van de Nederlandse Spoorwegen). De overheid financierde daarmee de aanleg van het spoorwegennet, en zorgde ervoor dat het treinkaartje betaalbaar was. De Nederlandse Spoorwegen (NS) hebben het wettelijk monopolie op passagiersvervoer per spoor gehad tot 2008.
- Oefen examens van de afgelopen 5 jaar met extra uitleg door docenten bij examenvragen
- Extra uitleg en oefenen voor elk onderwerp uit je examen
- Stel vragen en krijg direct antwoord

Vanaf 2008 heeft de overheid besloten dat ook andere vervoerders dan de NS passagiersvervoer in Nederland mogen aanbieden. Daartoe heeft de overheid Nederland in regio's ingedeeld. Per regio verkoopt de overheid één concessie (vergunning) om in die regio passagiersvervoer te verzorgen. De NS en andere vervoersmaatschappijen kunnen bieden op een concessie (vergunning) om in die regio passagiersvervoer te verzorgen. De prijs van de concessie is een vergoeding voor het gebruik van het eerder aangelegde spoorwegennet.
Leg uit van welke marktvorm er sprake is op de markt van passagiersvervoer per trein vanaf 2008.
Bijbehorende onderwerpen
Op deze pagina behandelen we vraag 31 van het centraal examen economie havo 2023 – tijdvak 1. Deze vraag is onderdeel van Opgave 6 Treinmonopolie, en is 1 punt waard.
Je kunt hier zelf het antwoord invullen en vervolgens direct de uitwerking en uitleg bekijken.
Daarnaast kun je:
- Oude antwoorden terugzien
- Extra uitleg vragen aan onze AI-hulp via de knop "Stel je vraag"
- Klikken op de bijbehorende onderwerpen uit de examenroute om verdieping te vinden
De onderwerpen bij deze vraag zijn:
- Marktvormen