Marktvormen

Marktvormen

Verberg docent
Afspelen
Geluid uitzetten
Afspeelsnelheid
00:00 / 16:05
Ondertiteling/CC
Instellingen
Volledig scherm
Oefenen
Examentraining

Test je kennis met de 13 examenvragen die aan dit onderwerp zijn gekoppeld.

Open vraag

Kies de juiste marktvorm bij de gegeven markt. Doe dit door het schema te gebruiken. (Je hebt dus steeds de optie

Aanbieders 
Homogeen
Heterogeen
Veel
A. Volkomen Concurrentie
B. Monopolistische concurrentie
Weinig
C. Homogene Oligopolie
D. Heterogene Oligopolie
Een
E. Monopolie

1. Olie 

2. Benzine 

3. Spijkerbroeken

4. Kabelprovider

5. Supermarkten

6. Opticiens

7. Nieuw medicijn 

8. Computers

9. Tarwe

10. Auto’s 

Samenvatting

Er zijn twee belangrijke onderscheidende kenmerken waar je marktsoorten aan herkent: het soort goed dat wordt aangeboden  en de hoeveelheid aanbieders.

Ten eerste moet je kijken naar de goederen aangeboden worden en beoordelen of deze homogeen of heterogeen zijn. Homogene goederen zijn goederen die van elke aanbieder hetzelfde zijn in de ogen van de afnemer. Voorbeelden hiervan zijn olie en goud. Heterogene goederen zijn goederen die van elke aanbieder verschillend zijn in de ogen van de afnemer. Een voorbeeld hiervan is kleding.

Ten tweede kijk je naar de hoeveelheid aanbieders. Zijn er veel of weinig aanbieders? Het kan ook voorkomen dat er slechts één enkele aanbieder is.

Volkomen concurrentie

Dit is eigenlijk de perfecte markt en ontstaat voornamelijk bij het aanbod van grondstoffen. Denk hierbij aan goud, olie, graan en mais. Bij volkomen concurrentie is er dus sprake van een homogeen product en veel aanbieders. Andere kenmerken van volkomen concurrentie zijn:

Aanbieders zijn hoeveelheidsaanpassers. De individuele aanbieder heeft geen invloed op de prijs. De prijs is voor de individuele aanbieder een gegeven. Omdat hij streeft naar maximale winst, zal hij net zoveel producten aanbieden totdat zijn winst maximaal is. Hij past dus zijn hoeveelheid aan.

Er is vrije toetreding tot de markt.

De markt is transparant. Iedereen weet welke prijzen er tot stand komen en het is duidelijk wie er op deze markt actief is.

Zelfde kosten en technologie voor elke aanbieders.

Winst bij volkomen concurrentie

In de onderstaande grafieken is te zien dat de evenwichtsprijs van de markt exact hetzelfde is als de prijs bij de individuele aanbieder. Bij volkomen concurrentie kan een individuele aanbieder immers geen invloed op de prijs uitoefenen.

De individuele aanbieder kan echter wel verandering brengen in de hoeveelheid die hij produceert. Door meer te gaan produceren verminderen zijn kosten waardoor hij meer winst maakt. Dit is te zien aan de dalende lijn.

Het enige wat de aanbieder stopt om meer te produceren is het bereiken van de productiecapaciteit (staande lijn). Aanbieders zullen proberen de productiecapaciteit te bereiken om zo een maximale winst te behalen.

Weergave: winst bij volkomen concurrentie
Weergave: winst bij volkomen concurrentie

Monopolie

Bij een monopolie is er sprake van één aanbieder. Er is dus ook sprake van een homogeen product aangezien er geen andere producten van aanbieders zijn om mee te vergelijken.

Dit is een markt die wij als consument niet willen zien, omdat een aanbieder zowel prijs als productie zelf kan bepalen.

Er zijn 4 soorten monopolie:

1.Feitelijk monopolie. In dit geval is heeft een aanbieder de anderen eruit gewerkt waardoor het te lastig wordt voor anderen om in de markt te treden. Bijvoorbeeld het aanbod van treinverkeer door de NS.

2.Natuurlijk monopolie. Bij een natuurlijk monopolie zijn de schaalvoordelen van een aanbieder zo'n grote rol gaan spelen dat er in de markt slechts plaats is voor één aanbieder. Bijvoorbeeld Google.

3.Staatsmonopolie. De overheid is in dit geval de enige die het goed aan mag bieden. Bijvoorbeeld paspoorten.

4.Technisch monopolie. Door patentrechten mag niemand anders dit goed aanbieden. Bijvoorbeeld het aanbod van medicijnen door farmaceutische bedrijven.

De kenmerken van een monopolie zijn:

De aanbieder is prijszetter

Er is sprake van prijsdiscriminatie. Doordat de aanbieder prijszetter is, kan hij aan verschillen consumenten verschillende prijzen vragen.

Er is veel wetgeving om een monopolie te voorkomen.

Mededingingsautoriteiten proberen een monopolie te voorkomen en gezonde concurrentie te waarborgen.

Winst bij een monopolie

Vraag en aanbod: Bij een monopolie is er geen sprake van een aanbodlijn aangezien er maar een aanbieder is. De vraaglijn is in het geval van een monopolie ook de prijslijn. Als een monopolist weet wat de vraag is, zal hij hier ook de prijs op baseren. QV = P = GO

Winst voor de monopolist: De marginale opbrengstenlijn (MO) daalt twee keer zo snel als de vraaglijn (GO). Een monopolist verdient dus meer naarmate hij extra produceert. Dit gaat door totdat MO=0. Vanaf dit punt maakt hij verlies.

De kosten kunnen geplot worden in een marginale kostenlijn (MK). Deze kan proportioneel, degressief of progressief zijn. Voor dit voorbeeld wordt er uitgegaan van een proportioneel variabele MK dus een horizontale lijn.

De maximale winst bij een monopolie is bereikt wanneer de marginale opbrengstenlijn kruist met de marginale kostenlijn. Maximale winst wordt dus bereikt wanneer MO = MK

Weergave: winst bij een monopolie
Weergave: winst bij een monopolie

Vanaf dit punt kun je dus aflezen wat de afzet is bij een maximale winst:

Dit geldt ook voor de verkoopprijs (VKP) en de kosten per product (KPP).

De maximale winst kan vervolgens berekend worden door het verschil tussen de verkoopprijs en de kosten per product te vermenigvuldigen met de omzet. Dit dien je dan ook in de grafiek te arceren. Maximale winst = (vkp-kpp) x omzet

Weergave: maximale winst = (vkp - kpp) x omzet
Weergave: maximale winst = (vkp - kpp) x omzet

Oligopolie

Een oligopolie is een marktvorm waar zowel homogene als heterogene goederen kunnen worden aangeboden. Kenmerkend aan deze marktvorm is dat er maar weinig aanbieders zijn. Dit betekent dat de concurrentie elkaar nauwlettend in de gaten houdt. Bij een homogeen product is hier nog meer sprake van doordat de verschillen in het product voor de consument nog zichtbaarder zijn. Een goed voorbeeld van een oligopolie is de markt van telefoonaanbieders.

Prijzenoorlog: Het is voor de aanbieders binnen deze marktvorm verleidelijk om hun prijzen te verlagen. Dit kan echter wel leiden tot een prijzenoorlog. Een prijzenoorlog is een soort strijd tussen aanbieders om een groter marktaandeel te verkrijgen door hun prijzen alsmaar te verlagen. Dit kan er soms toe leiden dat de zwakkere ondernemingen failliet gaan. Wanneer de prijzenoorlog is afgelopen brengen de aanbieders hun prijzen vaak weer omhoog.

Kenmerken oligopolie

Er kan gekozen worden voor een prijs of niet-prijsconcurrentie.

Prijsstarheid. Aanbieders willen hun prijzen niet verhogen of verlagen, omdat zij bang zijn voor een prijzenoorlog

Productdifferentiatie. Aanbieders kiezen er voor om zich te onderscheiden van de rest. Denk hierbij aan de verkoop van voetbalplaatjes door supermarkten.

Kartelvorming. De aanbieders kunnen onderling afspraken maken over hun prijzen. Dit is in Europa niet toegestaan.

Winst bij een oligopolie

Voor het behalen van maximale winst bij een oligopolie geldt hetzelfde als bij een monopolie. De maximale winst wordt behaald bij MO = MK. Als je dit kruispunt op de grafiek kunt aantonen, kun je alle andere gegevens (Bijv. de prijs) ook uit de grafiek afleiden.

Monopolistische concurrentie

Deze marktvorm heeft een groot aantal aanbieders die heterogene producten verkoopt. Denk hierbij aan de schoenenindustrie. De kenmerken voor een monopolistische concurrentie luiden als volgt:

Het onderscheidend vermogen is erg belangrijk. Door het grote aanbod van heterogene producten is het belangrijk om je te onderscheiden.

Er is veel sprake van overnames. Grotere bedrijven nemen kleinere bedrijven over.

Er is veel sprake van fusies. Bedrijven kiezen er in dit geval voor om samen een bedrijf te worden.

De vraagcurve verschuift constant.

Winst bij een monopolistische concurrentie

Voor het behalen van maximale winst bij een monopolistische concurrentie geldt hetzelfde als bij een monopolie en oligopolie. De maximale winst wordt behaald bij MO = MK. Als je dit kruispunt op de grafiek kunt aantonen, kun je alle andere gegevens (Bijv. de prijs) ook uit de grafiek afleiden.

Weergave van alle marktvormen

Overzicht alle marktvormen
Overzicht alle marktvormen
Veelgestelde vragen
Bekijk ook
4,8

Voeg je bij ruim 80.000 leerlingen die al leren met JoJoschool

Helemaal compleet!

Alle informatie die ik voor mijn toetsen moet kennen is aanwezig, de powerpoints zijn duidelijk en makkelijk te begrijpen. De opdrachten passen altijd goed bij het onderwerp en ondersteunen goed bij het leren. JoJoschool is erg overzichtelijk voor mij!

Heel overzichtelijk

Ik gebruik het nu voor Biologie, het werkt ontzettend goed, het is heel overzichtelijk en alles wordt behandeld. Hoog rendement haal ik met leren, geen langdradige verhalen, maar ook niet te moeilijk. Het houdt ook automatisch bij hoe ver je bent.

Beter dan YouTube

Het is voor mij een erg goede manier om de leerstof voor toetsen te begrijpen. De video’s zijn een stuk duidelijker en beter dan de meeste video’s op YouTube.

Waarom kies je voor JoJoschool?

Hoger scoren

86% van onze leerlingen zegt hoger te scoren.

Betaalbaar en beter

Een alternatief op dure bijles, altijd uitgelegd door bevoegde docenten.

Sneller begrijpen

83% van onze leerlingen zegt onderwerpen sneller te begrijpen.

Ontdek JoJoschool 🎁

Met ons overzichtelijke platform vol met lessen en handige tools heb je alles voor school binnen handbereik. Maak je account aan en ervaar het zelf!

“Door JoJoschool kan ik makkelijker en beter leren” - Anne, 3 havo