2018 2019 2020 6.474
aantal supermarkten en winkelvloeroppervlak
2017 | 2018 | 2019 | 2020 | |
aantal supermarkten | 6.200 | 6.331 | 6.474 | 6.386 |
winkelvloeroppervlakte × 1.000 m2 | 4.453 | 4.581 | 4.675 | 4.772 |

2018 2019 2020 6.474
2017 | 2018 | 2019 | 2020 | |
aantal supermarkten | 6.200 | 6.331 | 6.474 | 6.386 |
winkelvloeroppervlakte × 1.000 m2 | 4.453 | 4.581 | 4.675 | 4.772 |
opbrengstenmatrix voor de supermarktketens
Keten 2 | |||
Akkoord gaan met 10 cent prijsverhoging | Onderhandelen over lagere prijsverhoging | ||
Keten 1 | Akkoord gaan met 10 procent prijsverhoging | (- € 6.000 , - € 6.000) | (- € 2.000 , - € 10.000) |
Onderhandelen over lagere prijsverhoging | (- € 10.000 , - € 2.000) | (- € 3.000 , - € 3.000) |
6
(de genummerde pijlen geven oorzaak-gevolgrelaties weer; een - betekent een negatief verband, een + betekent een positief verband; bij pijl 4, 5 en 6 ontbreekt het teken).

Uit een rapport over de Nederlandse detailhandel in levensmiddelen:
Er is sprake van schaalvergroting bij supermarkten: de gemiddelde grootte van supermarkten, gemeten in winkelvloeroppervlak, neemt toe. In dezelfde periode is het aantal supermarkten licht gestegen. |
Op deze pagina behandelen we vraag 11 van het centraal examen economie havo 2022 – tijdvak 1. Deze vraag is onderdeel van Opgave 3 Mag het iets meer zijn?, en is 2 punten waard.
Je kunt hier zelf het antwoord invullen en vervolgens direct de uitwerking en uitleg bekijken.
Daarnaast kun je:
De onderwerpen bij deze vraag zijn: