Wat zeg je in het Duits als je iemand formeel begroet?
Leerdoelen
•Je kunt vragen stellen en beantwoorden over je naam, leeftijd, woonplaats en persoonlijke gegevens.
Een gesprek beginnen
Voordat je jezelf voorstelt, is het handig om te weten hoe je een gesprek begint. We maken onderscheid tussen mensen die je al kent en mensen die je nog niet kent.
Informeel
Als je iemand kent, gebruik je informele zinnen. Denk aan:
•Hallo Isa! - Hallo Isa!
•Guten Tag Jonas! - Goedendag, Jonas!
•Wie geht es dir? - Hoe gaat het met jou?

Formeel
Bij mensen die je niet kent, of mensen tegen wie je beleefd wilt zijn, gebruik je formele zinnen. Hierbij gebruik je vaak ‘Herr’ (meneer) of ‘Frau’ (mevrouw).
•Guten Tag, Frau Steiner - Goedendag, mevrouw Steiner.
•Guten Tag, Frau Schmidt! - Goedendag, mevrouw Schmidt.
•Wie geht es Ihnen? - Hoe gaat het met u?
Hier zie je goed het verschil tussen formeel en informeel. Voor u gebruik je 'Ihnen' en voor jou gebruik je ‘du’. Let hier goed op!

Jezelf voorstellen in het Duits
Je naam
Vragen naar iemands naam:
Duits | Nederlands |
|---|---|
Wie heißt du? | Hoe heet je? |
Wer bist du? | Wie ben jij? |
Antwoorden op de vraag naar je naam:
Duits | Nederlands |
|---|---|
Ich heiße… | Ik heet … |
Mein Name ist… | Mijn naam is… |
Je leeftijd en verjaardag
Vragen naar iemands leeftijd en verjaardag:
Duits | Nederlands |
|---|---|
Wie alt bist du? | Hoe oud ben jij? |
Wann hast du Geburtstag? | Wanneer ben je jarig? |
Antwoorden op de vraag naar je leeftijd en verjaardag:
Duits | Nederlands |
|---|---|
Ich bin … Jahre alt. | Ik ben … jaar oud. |
Ich habe Geburtstag am … | Ik ben jarig op … |
Let op: in het Nederlands zeggen we 'ik ben jarig op', maar in het Duits zeg je ‘ich habe Geburtstag am’. Zeg dus niet ‘ich bin Geburtstag am’, want dat is niet correct!
Voor je leeftijd en verjaardag is het belangrijk dat je de Duitse getallen, maanden en rangtelwoorden kent.
Je woonplaats en land van herkomst
Vragen naar iemands land van herkomst:
Duits | Nederlands |
|---|---|
Woher kommst du? | Waar kom je vandaan? |
Antwoorden op de vraag naar je land van herkomst:
Duits | Nederlands |
|---|---|
Ich komme aus … | Ik kom uit … |
Ich komme aus den Niederlanden. | Ik kom uit Nederland. |
Vragen naar iemands specifieke woonplaats (dorp of stad):
Duits | Nederlands |
|---|---|
Wo wohnst du? | Waar woon je? |
Antwoorden op de vraag naar je woonplaats:
Duits | Nederlands |
|---|---|
Ich wohne in … | Ik woon in. |
Ich lebe in … | Ik leef/woon in … |
Ich wohne in Amsterdam. | Ik woon in Amsterdam. |
Je gegevens: telefoonnummer en e-mailadres
Je kunt veel combinaties maken met de zin: Was ist deine… (Wat is jouw…?) Vragen naar gegevens:
Duits | Nederlands |
|---|---|
Was ist deine Handynummer? | Wat is je telefoonnummer? |
Was ist deine E-Mail-Adresse? | Wat is je e-mailadres? |
Was ist deine Snapchat? | Wat is je Snapchat? |
Antwoorden op de vraag naar je gegevens:
Duits | Nederlands |
|---|---|
Meine … ist … | Mijn … is … |
Meine Handynummer ist … | Mijn telefoonnummer is … |
Meine E-Mail-Adresse ist … | Mijn e-mailadres is … |
Zorg ervoor dat je je telefoonnummer ook in het Duits kunt opnoemen! De getallen moeten in het Duits zijn, anders verstaat een Duitser er niets van.
Voorbeeld: zo stel je jezelf voor!
Duits | Nederlands |
|---|---|
Ich bin Nienke. Ich bin zweiundzwanzig Jahre alt und ich komme aus den Niederlanden. Ich wohne jetzt in Rotterdam und meine Handynummer ist null, drei, vier, acht, neun, zwei, sechs, vier, neun. Meine E-Mail-Adresse ist Nienke@jojoschool.nl. | Ik ben Nienke, ik ben tweeëntwintig jaar oud en ik kom uit Nederland. Ik woon nu in Rotterdam en mijn telefoonnummer is 034892649. Mijn e-mailadres is Nienke@jojoschool.nl.
|














