Het lidwoordje staat in het Nederlands. Het bijvoeglijk naamwoord staat al in het Duits. Vertaal het lidwoordje en geef het bijvoeglijk naamwoord de juiste uitgang.
Het gebruik van bijvoeglijke naamwoorden in het Duits
Wat is een bijvoeglijk naamwoord?
Een bijvoeglijk naamwoord vertelt een eigenschap of geeft een toestand aan van een zelfstandig naamwoord. Voorbeelden zijn: de knappe vrouw, de dikke leraar. In deze zinnen zijn "knap" en "dik" bijvoeglijke naamwoorden omdat ze iets zeggen over de vrouw en de leraar. Andere voorbeelden van bijvoeglijke naamwoorden zijn: rijk, arm, klein, groot, lief, schattig.
Voorbeelden van Duitse bijvoeglijke naamwoorden zijn: klein, groß, schnell, dick, dünn, reich, arm, hell (licht), dunkel, frei, nett, freundlich, lustig (grappig).
De der-Gruppe
De der-Gruppe kun je zien als de "de" groep. Dit zijn woorden zoals "de" of "het" in het Nederlands. Wanneer een bijvoeglijk naamwoord volgt op een der-woord, verandert de uitgang afhankelijk van de naamval en het geslacht van het zelfstandig naamwoord.
Mannelijk: der nette Mann (eerste naamval)
Vrouwelijk: die nette Frau
Onzijdig: das nette Kind
Meervoud: die netten Leute
In de tweede, derde en vierde naamval veranderen de uitgangen. Bijvoorbeeld, in de meervoudsvorm eindigt het bijvoeglijk naamwoord altijd op -en.


De ein-Gruppe
De ein-Gruppe lijken op de der-groepen, maar er zijn enkele verschillen. De uitgangen van bijvoeglijke naamwoorden in de ein-groepen worden beïnvloed door het lidwoord dat ervoor staat.
Mannelijk: ein netter Mann
Vrouwelijk: eine nette Frau
Onzijdig: ein tolles Kind
Let op dat bij onzijdige woorden in de eerste naamval de uitgang -es wordt gebruikt, zoals in "ein tolles Kind".


De Null-Gruppe
Soms staat er geen lidwoord voor het bijvoeglijk naamwoord. In dat geval gebruik je de uitgangen van de der-groepen.
Mannelijk: netter Mann
Vrouwelijk: nette Frau
Onzijdig: nettes Kind
In de tweede naamval krijgen mannelijke en onzijdige woorden de uitgang -en, zoals in "guten Mannes" en "tollen Kindes".


Praktische Tips
Sleutelregel: In de meervoudsvorm eindigen bijvoeglijke naamwoorden altijd op -en.
Trucje: Gebruik de uitgangen van de lidwoorden als hint voor de uitgangen van bijvoeglijke naamwoorden.














