Geef van elk van de onderstaande beweringen aan of deze wel of niet overeenkomt met het fragment.
1.De vrouw voelt zich in korte tijd veel ouder geworden.
2.De vrouw hecht waarde aan nieuwe spullen.
3.De tenniskwaliteiten van de vrouw leidden regelmatig tot discussie.
4.De vrouw vermoedt, dat haar echtgenoot er nog een andere relatie op na houdt.
5.Tijdens het zwemmen lukt het de vrouw om haar hoofd leeg te maken.
6.De werkgever van de vrouw zegt het spijtig te vinden, dat hij haar weer op zakenreis moet sturen.
7.Met de parelketting probeert de vrouw haar echtgenoot iets duidelijk te maken.
Noteer achter elk nummer op het antwoordblad 'wel' of 'niet'.
