- Bollen
- Bestaan uit wortels en lokken die reservevoedsel en knoppen bevatten, waaruit een nieuwe plant kan ontstaan met dezelfde erfelijke eigenschappen als de ouderplant.
- Celdeling
- Een vorm van ongeslachtelijke voortplanting bij bacteriën.
- DNA
- De erfelijke informatie die in alle cellen van een organisme in de celkern zit en één op één wordt gekopieerd bij ongeslachtelijke voortplanting.
- Knollen
- Een verdikking van een stukje stengel, zoals een aardappel, die dezelfde erfelijke informatie bevat als de rest van de plant en waaruit nieuwe planten kunnen ontstaan.
- Knopvorming
- Een vorm van ongeslachtelijke voortplanting bij eenstellige schimmels zoals gisten.
- Ongeslachtelijke voortplanting
- Voortplanting waarbij slechts één ouder betrokken is, geen versmelting van geslachtscellen plaatsvindt, en het DNA één op één wordt gekopieerd, resulterend in nakomelingen met precies dezelfde erfelijke informatie als de ouder.
- Poliep
- Een stadium in de levenscyclus van een kwal, ontstaan uit geslachtelijke voortplanting, waaruit ongeslachtelijk meerdere kleine kwalletjes ontstaan met dezelfde erfelijke informatie.
- Stekken
- Een methode van voortplanting waarbij een afgesneden stengeltje wortels vormt en uitgroeit tot een nieuwe plant met dezelfde erfelijke eigenschappen als de ouderplant.
- Uitlopers
- Stengels die boven de grond lopen, zoals bij aardbeienplanten, waaruit een nieuwe plant kan ontstaan met dezelfde erfelijke eigenschappen als de ouderplant.
- Weefselkweek
- Een methode waarbij een afgesneden knop (groeipunt) wordt gebruikt om een volledige nieuwe plant te laten groeien met dezelfde erfelijke eigenschappen als de ouderplant.
- Wortelstokken
- Ondergrondse stengels, vergelijkbaar met uitlopers, waaruit een nieuwe plant kan ontstaan met dezelfde erfelijke eigenschappen als de ouderplant.