Wat zijn organische stoffen?
Leerdoelen
•Je kunt organische en anorganische stoffen uit elkaar houden en hier voorbeelden van geven.
•Je kunt uitleggen wat stofwisseling betekent en hier voorbeelden van geven.
•Je kent de reactie van fotosynthese en verbranding.
•Je kunt uitleggen hoe fotosynthese en verbranding plaatsvindt in organismen.
Fotosynthese en verbranding
In deze samenvatting gaan we het hebben over fotosynthese en verbranding. Jullie zullen leren wat het verschil is tussen organische en anorganische stoffen, hoe stofwisseling werkt, en hoe fotosynthese en verbranding plaatsvinden in organismen.
Organische en anorganische stoffen
Organismen bestaan uit verschillende soorten stoffen die we kunnen verdelen in organische en anorganische stoffen.
Organische stoffen worden gevormd door organismen. Voorbeelden zijn glucose, zetmeel, vetten en eiwitten. Dit zijn energierijke stoffen. Anorganische stoffen komen voor in zowel organismen als de levenloze natuur. Bekende voorbeelden zijn mineralen zoals calcium, ijzer, kalium en water.
Wat is stofwisseling?
Stofwisseling, ook bekend als metabolisme, zijn alle processen in het lichaam waarbij een stof wordt omgezet in een andere stof. Dit kan zowel verbranding als fotosynthese zijn.
Fotosynthese: licht is essentieel!
Fotosynthese is het proces waarbij planten energie van zonlicht gebruiken om glucose en zuurstof te produceren. Hiervoor hebben ze drie dingen nodig: water, CO2, en licht.

Tijdens fotosynthese worden CO2 en water omgezet in glucose en zuurstof. Dit proces vindt plaats in de bladgroenkorrels van de plantencellen.
Verbranding: energie vrijmaken
Bij verbranding wordt, net als bij fotosynthese, energie geproduceerd, alleen op een andere manier. Hierbij worden glucose en zuurstof gebruikt om CO2, water en energie (warmte) te maken.

Verbranding vindt plaats in de mitochondriën van zowel planten- als dierencellen.
Samenwerking tussen fotosynthese en verbranding
Planten gebruiken de glucose en zuurstof die bij de fotosynthese vrijkomen voor verbranding. De CO2 die bij verbranding vrijkomt, wordt weer gebruikt voor fotosynthese.
In het donker kunnen planten geen fotosynthese doen omdat er dan geen licht is, maar ze kunnen wel blijven ademhalen en verbranding laten plaatsvinden.
Belangrijke termen en hun betekenis
Organische stoffen: Energiestoffen die door organismen worden gemaakt (zoals glucose).
Anorganische stoffen: Stoffen die ook in de niet-levende natuur voorkomen (zoals mineralen).
Stofwisseling: Alle processen waarbij stoffen worden omgezet in andere stoffen in een organisme.
Fotosynthese: Proces waarbij planten licht gebruiken om CO2 en water om te zetten in glucose en zuurstof.
Verbranding: Proces waarbij glucose en zuurstof worden omgezet in CO2, water en energie.













