Voedselpiramide
In de onderstaande afbeelding zie je vier soorten piramiden. De breedte van de lagen moet het aantal individuele organismen voorstellen.

Welke piramide hoort bij de voedselketen: eikenboom -> bosmuis -> teek?


Edzard BornemanTest je kennis met de 6 examenvragen die aan dit onderwerp zijn gekoppeld.
In de onderstaande afbeelding zie je vier soorten piramiden. De breedte van de lagen moet het aantal individuele organismen voorstellen.

Welke piramide hoort bij de voedselketen: eikenboom -> bosmuis -> teek?
Een van de kernbegrippen in de studie van ecosystemen is de voedselketen. Voedselketens illustreren de verschillende niveaus van predatie en energiestromen in een ecosysteem. Het is belangrijk om te weten dat een voedselketen altijd begint bij een plant. De reden hierachter wordt later in dit artikel uitgelegd.
Binnen een voedselketen eten organismen elkaar op. Bijvoorbeeld, een plant wordt gegeten door een herbivoor (planteneter), zoals een rups. Deze rups kan vervolgens worden gegeten door een predator, zoals een koolmees. In deze keten is de koolmees op zijn beurt weer een prooi voor een wezel. Dit illustreert hoe de pijlen in een voedselketen altijd wijzen naar het organisme dat eet.
Binnen een voedselketen hebben we verschillende termen om de rollen van verschillende organismen te beschrijven.
•Producent: Dit is altijd de eerste schakel in de voedselketen en is vaak een plant.
•Consument: Dit zijn de dieren die planten (herbivoren) of andere dieren (carnivoren) eten.
•Top Predator: Dit is het dier aan het einde van de voedselketen dat niet meer door andere dieren wordt gegeten.
•Detrivoor: Dit zijn dieren die afval en dode dieren eten.
•Reducent: Deze term beschrijft bacteriën en schimmels die het organisch materiaal afbreken tot anorganische stoffen, een proces dat mineralisatie wordt genoemd.

In de echte wereld zijn voedselketens meestal onderdeel van een veel complexer voedselweb. In een voedselweb zijn er verschillende overlappende voedselketens waarin de soorten op verschillende manieren met elkaar interacteren.

Planten zijn autotroof, wat betekent dat ze hun eigen voedsel kunnen produceren. Ze maken organische stoffen uit anorganische stoffen zoals water, CO2, mineralen en zonlicht. Dit proces staat bekend als fotosynthese. Er zijn ook chemo-autotroof organismen die in plaats van zonlicht oxidatie van anorganische stoffen gebruiken.
Om moleculen op te bouwen (assimilatie), hebben we energie nodig. De energie voor de productie van organische moleculen door autotrofe organismen (producenten) komt van de zon of oxidatieprocessen. Tijdens de afbraak van organische stoffen (dissimilatie) komt energie vrij die heterotrofe organismen (consumenten) gebruiken om te leven.
In een voedselketen hebben we verschillende schakels of trofische niveaus. Dit zijn de producenten, de consumenten van de eerste orde (die de producenten eten), de consumenten van de tweede orde (die de consumenten van de eerste orde eten), enzovoort.

Belangrijk om te begrijpen is dat de energieoverdracht tussen elk trofisch niveau inefficiënt is, gemiddeld slechts ongeveer 10% van de energie wordt doorgegeven aan het volgende niveau. Deze inefficiëntie is de reden waarom voedselketens meestal maar een paar niveaus hebben; er is simpelweg niet genoeg energie om een groot aantal trofische niveaus te ondersteunen.
Deze trofische niveaus kunnen grafisch worden weergegeven in een voedselpiramide. In zo'n piramide is elk niveau een weergave van de hoeveelheid energie of biomassa op dat trofische niveau.
•Energiepiramide: toont de stroom van energie van het ene trofische niveau naar het volgende. Aan de basis van de piramide staat de producent, bovenaan de top predator.
•Biomassapiramide: geeft de totale biomassa (het totale gewicht van alle organismen) op elk trofisch niveau weer. Net als bij de energiepiramide, is de biomassa het grootst bij de producenten en het kleinst bij de top predator.

Voedselketens en -webben geven een overzicht van de complexe interacties en energiestromen in ecosystemen. Ze helpen ons om te begrijpen hoe energie door de natuur stroomt, van de zon naar producenten en vervolgens via consumenten naar de top van de keten. Hoewel het idee van een voedselketen eenvoudig lijkt, zijn echte ecosystemen complex en vaak met elkaar verweven, wat resulteert in een voedselweb.
Alle informatie die ik voor mijn toetsen moet kennen is aanwezig, de powerpoints zijn duidelijk en makkelijk te begrijpen. De opdrachten passen altijd goed bij het onderwerp en ondersteunen goed bij het leren. JoJoschool is erg overzichtelijk voor mij!
Ik gebruik het nu voor Biologie, het werkt ontzettend goed, het is heel overzichtelijk en alles wordt behandeld. Hoog rendement haal ik met leren, geen langdradige verhalen, maar ook niet te moeilijk. Het houdt ook automatisch bij hoe ver je bent.
Het is voor mij een erg goede manier om de leerstof voor toetsen te begrijpen. De video’s zijn een stuk duidelijker en beter dan de meeste video’s op YouTube.

86% van onze leerlingen zegt hoger te scoren.

Een alternatief op dure bijles, altijd uitgelegd door bevoegde docenten.

83% van onze leerlingen zegt onderwerpen sneller te begrijpen.







