Het proces van bloedstolling draait om de werking van bloedplaatjes, oftewel trombocyten. Deze spelen een belangrijke rol in het stollingsproces.

Dit proces begint wanneer er een beschadiging optreedt in bijvoorbeeld een bloedvat, de eerste reactie is vasoconstrictie. Dit betekent dat de bloedvaten die naar de beschadigde plek leiden, samenknijpen om minder bloed naar die plek te laten stromen. Dit is een logische eerste stap om bloedverlies te minimaliseren.

De tweede stap is dat het gat zo klein mogelijk moet worden. Daarom beginnen de bloedplaatjes aan de wand van de beschadiging te kleven en vormen ze een propje om het gat te vernauwen.

Fibrine en het herstel van weefsel
De derde stap in het proces van bloedstolling betreft de uiteindelijk sluiting en herstelling van het weefsel: dit gebeurt door een netwerk van fibrinedraden te vormen. Denk aan een spinnenweb over de wond die de wond afsluit en ook bloedcellen en bloedplaatjes opvangt.

Dit proces om fibrine draden te creëren kan ingewikkeld aanvoelen, maar het is eigenlijk een kettingreactie van reacties die leidt tot fibrine. Het uiteindelijke doel van deze kettingreactie is om fibrinogeen om te zetten in fibrine.
Fibrinogeen is oplosbaar in het bloed, terwijl fibrine een soort web vormt dat niet oplosbaar is. Het enzym trombine is verantwoordelijk voor deze transformatie. Maar trombine zelf wordt eerst gevormd uit protrombine door een getriggerd trombokinase complex. Dit is dus een cascade van reacties, waarbij een resultaat leidt tot een nieuwe reactie.
Vasoconstructie, bloedplaatjes en stollingsfactoren
Wanneer een bloedvat beschadigd raakt, trekken de spieren in de wand van het bloedvat samen, dit veroorzaakt vasoconstructie waardoor de bloedstroom naar het bloedvat afneemt. De tweede stap is dat bloedplaatjes aan de bloedvatwand gaan kleven. Hierdoor neemt de grootte van het gat af en ontstaat een klein 'propje'.
Tijdens de derde stap komen er allerlei stoffen vrij uit de bloedplaatjes en het beschadigde weefsel. Een van deze stoffen is trombokinase, een enzym dat door de bloedplaatjes wordt geproduceerd. Onder invloed van stollingsfactoren in het bloedplasma, zoals calcium, en stollingsfactoren die in de lever worden vervaardigd, zal trombokinase protrombine omzetten in trombine.

Vitamine K en bloedstolling
Vitamine K speelt een andere belangrijke rol bij de bloedstolling aangezien het de vorming van protrombine en andere bloedstollingscomponenten stimuleert.
Studies hebben namelijk aangetoond dat vitamine K essentieel is voor een goede bloedstolling. Als je medicatie neemt die de bloedstolling moet vertragen of stoppen, is het inname van extra vitamine K vaak niet aan te raden. Bij een tekort aan vitamine K, zoals bij overmatig gebruik van antibiotica of bij pasgeboren baby'tjes, wordt vaak extra vitamine K toegediend. Deze vitamine wordt ook door bacteriën in onze darmen aangemaakt.
Aspirine en bloedstolling
Zelfs alledaagse medicijnen zoals aspirine hebben invloed op het proces van bloedstolling. Aspirine remt namelijk de aanmaak van trombine, wat betekent dat het als soort antistollingsmiddel fungeert. Het voorkomt stolselvorming in het bloed en verlaagt de kans op trombose. Dit is ook de reden waarom sommige vaatchirurgen dagelijks aspirine innemen.




