Onderzoekers menen dat warme zomers, zoals die van 2003, met de daarbij optredende uitstoot van CO2, de koolstofkringloop verstoren. Aan de andere kant zou de hoge temperatuur de activiteit van reducenten in de bodem verhogen, waardoor daar meer mineralen vrijkomen. De planten zouden hierdoor beter groeien en dus ook meer CO2 uit de atmosfeer binden.
Onderzoekers hebben tussen 1980 en 2000 op bepaalde stukken land de gevolgen onderzocht van een verhoogde activiteit van reducenten bij een temperatuurstijging van de omgeving. Zij bemestten jaarlijks die stukken land met fosfor- en stikstofverbindingen. Na afloop van het hele project onderzochten zij de plantengroei en de bodemsamenstelling en vergeleken die waarden met die van onbemeste stukken land.
Stoffen waarin fosfor en/of stikstof voorkomen, zijn:
1 DNA;
2 fosfaat;
3 nitraat;
4 stikstofgas.
Welke van deze stoffen heeft men als extra meststof aan de bodem toegevoegd?













