Waar bestaat dierlijke mest uit?
Leerdoelen
•Je kunt uitleggen op welke manieren mensen zoveel mogelijk voedsel proberen te produceren.
•Je kent drie vormen van landbouw.
•Je kunt uitleggen hoe bestrijding wordt gebruikt en de voor- en nadelen benoemen.
Productie van voedsel
Deze samenvatting gaat over hoe mensen zoveel mogelijk voedsel produceren om de groeiende wereldbevolking te voeden. Je leert over verschillende vormen van landbouw, methoden voor gewasbescherming, en manieren om de productie te verhogen. Ook leer je over de voordelen en nadelen van verschillende technieken en methoden.
Vormen van landbouw
1. Akkerbouw
Akkerbouw is een vorm van landbouw waarbij gewassen zoals tarwe, mais en aardappelen worden verbouwd.
2. Tuinbouw
Tuinbouw betreft de teelt van groente, fruit en bloemen.
3. Veeteelt
Veeteelt gaat over het houden van dieren zoals koeien, schapen en varkens voor voedselproductie.

Manieren om meer voedsel te produceren
De mens probeert altijd zo een hoog mogelijke opbrengst te produceren in de landbouw. Dat is nodig om de wereldbevolking te voorzien van genoeg voedsel. Dit wordt gedaan bij gewassen door bemesting, het bewerken van grond en door bescherming tegen plagen en ziekten. Bij landbouwhuisdieren wordt dit gedaan door middel van krachtvoer en fokprogramma's.
Bemesting
Om planten goed te laten groeien moet de bodem genoeg planten en mineralen bevatten. Het verbouwen van gewassen haalt mineralen uit de bodem. Door de bodem te bemesten, worden mineralen aangevuld. De bodem kan bemest worden met kunstmest of stalmest.
Voordelen kunstmest: Specifieke mineralen kunnen eenvoudig toegevoegd worden.
Voordelen stalmest: Dit zijn uitwerpselen en urine van landbouwdieren. Het bevordert de bodemstructuur en maakt de bodem luchtiger.
Bodembewerking
Het ploegen van het land om de bodemstructuur te verbeteren.
Voordelen:
•Beter wortelen van planten.
•Betere toevoer van zuurstof en lucht in de bodem.
•Bevordering van het leven van reducenten. Reducenten zorgen ervoor dat mest wordt afgebroken in de bodem.
Bestrijding van ziekten en plagen
Sommige organismen kunnen gewassen ziek maken. Insecten en dieren eten delen van de gewassen en worden hier ziek van. Als veel dieren voedingsgewassen aantasten heet dit een plaag. Door ziekte en plagen wordt de opbrengst van gewassen lager. Dit kan voorkomen worden door bestrijding.
Gebruik van bestrijdingsmiddelen
Er zijn niet-selectieve bestrijdingsmiddelen: deze maken alle organismen dood. En er zijn selectieve bestrijdingsmiddelen: deze maken een soort dood. Bestrijdingsmiddelen hebben voordelen en nadelen:
Voordelen:
•Ze zijn erg effectief in het doden van schadelijke organismen.
Nadelen:
•Doden ook nuttige organismen.
•Giftige stoffen worden langzaam afgebroken, wat leidt tot accumulatie in de voedselketen.
•Ontstaan van resistentie bij dieren en insecten.
Biologische Bestrijding
1.Natuurlijke vijanden: Schadelijke organismen worden bestreden door natuurlijke vijanden in te zetten. Bijvoorbeeld lieveheersbeestjes inzetten tegen bladluizen.
2.Wisselteelt (Vruchtwisseling): Elk jaar een ander gewas telen zodat specifieke plagen verdwijnen. Bijvoorbeeld na een bloemkoolgewas, een wortelgewas telen.
Verhoging van voedselproductie door selectie
Kunstmatige selectie houdt in dat gewassen met gunstige eigenschappen met elkaar worden gekruist om betere nakomelingen te krijgen. Genetische modificatie houdt in dat een gunstig gen van de ene soort wordt toegevoegd aan een andere soort om betere gewassen te creëren. Een organisme dat op deze manier is veranderd, wordt een transgeen organisme genoemd.
Verhoging van voedselproductie door veeteelt
Bij veeteelt worden dieren selectief met elkaar gekruist om gunstige eigenschappen te combineren. Dit kan gebeuren met behulp van kunstmatige inseminatie of IVF. Landbouwhuisdieren krijgen ook speciaal krachtvoer, dat veel energie bevat om de groei te bevorderen.
Met deze methoden dragen de landbouw en veeteelt bij aan een hogere voedselproductie om de wereldbevolking van genoeg voedsel te voorzien.














