Een duivenmelker kweekt en traint postduiven om mee te doen aan wedstrijden.
Bij een wedstrijd worden duiven naar een verre plek van huis gebracht en daar losgelaten. De duif die het snelst weer in het eigen hok terug is, heeft gewonnen. Om de weg terug te vinden, maken duiven gebruik van herkenningspunten in de omgeving, van geuren en van de stand van de zon.

Als een jonge duif uit het ei is gekomen, richt hij zijn kopje omhoog en doet de bek wijd open als de ouderduif eraan komt. De ouderduif reageert door de jonge duif te voeden.
Na ruim drie weken kunnen de jonge duiven vliegen en kunnen ze zonder de zorg van de ouders.
De eerste dagen dat de jonge duiven vliegen, blijven ze in de buurt van het hok. In die periode kunnen ze handtam gemaakt worden. De jonge duiven zien andere duiven bedelen om voer bij de duivenmelker en gaan dit ook doen. De duivenmelker geeft ze dan voer. Daarna kunnen duiven getraind worden door ze iedere week een stukje verder weg te brengen en ze voer te geven als ze terugkomen.



