Jan van Gils, bioloog bij het NIOZ (Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee) doet onderzoek naar hoe de kanoet (Calidris canutus, afbeelding 1) zich aanpast aan klimaatverandering.



Edzard Borneman
Jan van Gils, bioloog bij het NIOZ (Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee) doet onderzoek naar hoe de kanoet (Calidris canutus, afbeelding 1) zich aanpast aan klimaatverandering.

Het kleinere lichaam betekent ook een kortere snavel (afbeelding 4). Dit heeft grote gevolgen voor het voedselzoeken in Mauritanië. Het schelpdier Loripes lucinalis komt in hoge dichtheden voor en vormt nu nog de belangrijkste prooi van de kanoet. Een ander schelpdier dat wordt gegeten is Dosinia isocardia, hiervan is de populatiedichtheid veel lager. Kanoeten eten ook wortels van zeegras (Zostera noltii), maar deze bevatten relatief weinig voedingsstoffen. Op welke diepte deze drie voedselbronnen zich voornamelijk bevinden is weergeven in afbeelding 4. |

Van Gils verwacht dat het voedselprobleem van de kanoet effect heeft op de evolutie van de soort. In afbeelding 5 is weergegeven hoe hij denkt dat de kanoet zich zou kunnen ontwikkelen. Links staat de huidige kanoet, rechts de veel kleinere kanoet van de toekomst. De kleinere kanoet ontwikkelt een langere snavel volgens de voorspelling van Van Gils.
Leg uit hoe deze langere snavel door evolutie kan ontstaan.
Op deze pagina behandelen we vraag 41 van het centraal examen biologie havo 2019 – tijdvak 2. Deze vraag is onderdeel van Kanoet met te korte snavel, en is 3 punten waard.
Je kunt hier zelf het antwoord invullen en vervolgens direct de uitwerking en uitleg bekijken.
Daarnaast kun je: