Jan van Gils, bioloog bij het NIOZ (Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee) doet onderzoek naar hoe de kanoet (Calidris canutus, afbeelding 1) zich aanpast aan klimaatverandering.



Edzard Borneman
Jan van Gils, bioloog bij het NIOZ (Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee) doet onderzoek naar hoe de kanoet (Calidris canutus, afbeelding 1) zich aanpast aan klimaatverandering.

Het kleinere lichaam betekent ook een kortere snavel (afbeelding 4). Dit heeft grote gevolgen voor het voedselzoeken in Mauritanië. Het schelpdier Loripes lucinalis komt in hoge dichtheden voor en vormt nu nog de belangrijkste prooi van de kanoet. Een ander schelpdier dat wordt gegeten is Dosinia isocardia, hiervan is de populatiedichtheid veel lager. cKanoeten eten ook wortels van zeegras (Zostera noltii), maar deze bevatten relatief weinig voedingsstoffen.Op welke diepte deze drie voedselbronnen zich voornamelijk bevinden is weergeven in afbeelding 4. |
Over de gevolgen van de veranderingen in lichaamsbouw worden drie uitspraken gedaan:
1.Doordat kleinere kanoeten van meer voedselbronnen gebruik gaan maken, behoren ze tot een hoger trofisch niveau dan grotere kanoeten.
2.Een kanoet met een snavel korter dan 30 mm kan minder Loripes lucinalis vangen dan een kanoet met een langere snavel.
3.Kanoeten met een kortere snavel moeten meer tijd besteden aan voedsel zoeken dan kanoeten met een langere snavel.
Noteer de nummers 1, 2 en 3 onder elkaar op je antwoordblad en geef achter elk nummer aan of de betreffende uitspraak juist of onjuist is.
Op deze pagina behandelen we vraag 40 van het centraal examen biologie havo 2019 – tijdvak 2. Deze vraag is onderdeel van Kanoet met te korte snavel, en is 2 punten waard.
Je kunt hier zelf het antwoord invullen en vervolgens direct de uitwerking en uitleg bekijken.
Daarnaast kun je: