Les over 6 Afweer
Afweer
Domein bactriën

Hoe werkt de afweer van je lichaam tegen ziekteverwekkers?
Leerdoelen
•Je kunt beschrijven hoe het lichaam zich beschermt tegen ziekteverwekkers met de huid en slijmvliezen.
•Je kunt het verschil tussen een besmetting en een infectie uitleggen.
•Je kunt uitleggen hoe witte bloedcellen ziekteverwekkers onschadelijk maken.
•Je kunt beschrijven hoe je immuun wordt voor een specifieke ziekte.
•Je kunt het belang en de werking van inentingen en antibiotica uitleggen.
Wat zijn ziekteverwekkers en afweer?
Van veel virussen en bacteriën kun je ziek worden. Ook kun je ziek worden van sommige schimmels, dieren en stoffen. Virussen, bacteriën, schimmels en dieren die je ziek kunnen maken, noem je ziekteverwekkers. Gelukkig word je niet zomaar ziek. Je lichaam verdedigt zich hiertegen. Deze verdediging van je lichaam noem je afweer.

De eerste verdedigingslinie: Huid en slijmvliezen
Ziekteverwekkers kunnen niet gemakkelijk in het lichaam binnendringen dankzij verschillende barrières:
•Huid: Ziekteverwekkers kunnen hier normaal gesproken niet doorheen. In de huid wordt talg gemaakt. Deze vettige stof helpt mee om ziekteverwekkers af te weren, waardoor schimmels bijvoorbeeld niet goed op de huid kunnen groeien. Als je een wond hebt of gestoken bent door een insect, kunnen ziekteverwekkers wel binnendringen.
•Slijmvliezen: Deze bevinden zich in de mondholte, neusholte, longen en geslachtsorganen om bescherming te bieden tegen indringers.
•Speeksel: Bevat stoffen die bacteriën doden.
•Maagsap: Dit sap in de maag is erg zuur. Veel bacteriën en andere ziekteverwekkers in je voedsel gaan hierdoor dood.
Besmetting, infectie en koorts
Wanneer ziekteverwekkers je lichaam binnendringen, heb je een besmetting opgelopen. Als de ziekteverwekkers zich vervolgens in het lichaam gaan vermenigvuldigen, spreek je van een infectie. Je lichaam kan hierop reageren door de temperatuur te laten stijgen; je krijgt dan koorts. Door de koorts kunnen ziekteverwekkers zich minder goed vermenigvuldigen. Je kunt je lichaam extra helpen door een goede hygiëne te behouden, zoals regelmatig je handen wassen na een toiletbezoek en voor het eten.
De rol van witte bloedcellen en antistoffen
Als ziekteverwekkers toch succesvol binnendringen, komen de witte bloedcellen in actie. Er zijn verschillende soorten witte bloedcellen met hun eigen manier van werken:
•Sommige witte bloedcellen kunnen bacteriën insluiten en doden.
•Andere witte bloedcellen maken antistoffen. Dit zijn speciale eiwitten die zich specifiek aan een ziekteverwekker hechten om deze onschadelijk te maken.

Immuniteit
Wanneer je voor het eerst besmet raakt met een bepaalde ziekteverwekker (zoals het waterpokkenvirus), moeten je witte bloedcellen eerst leren hoe ze de juiste antistoffen moeten maken. Bij een tweede infectie met ditzelfde virus herkennen de witte bloedcellen de indringer meteen en maken ze direct heel snel grote hoeveelheden antistoffen aan. Je wordt dan niet meer ziek: je bent immuun geworden.

Omdat antistoffen heel specifiek zijn, ben je door immuniteit voor de ene ziekte niet automatisch beschermd tegen een andere ziekte. Daarnaast veranderen sommige ziekteverwekkers, zoals het coronavirus en het verkoudheidsvirus, steeds een klein beetje van vorm. Hierdoor herkent je afweersysteem ze niet direct en kun je herhaaldelijk verkouden worden of corona krijgen.
Medicijnen en inentingen
Als je toch ziek bent geworden door een infectie, kan een arts medicijnen voorschrijven. Ook kun je vooraf worden beschermd met een inenting.
Antibiotica
Infecties die door bacteriën worden veroorzaakt, kunnen worden bestreden met antibiotica. Dit zijn stoffen die bacteriën doden. Een bekend voorbeeld van een antibioticum is penicilline. Let op: antibiotica werken alleen tegen bacteriën, en dus absoluut niet tegen virussen, schimmels of dieren.

Inentingen (vaccinaties)
Bij een inenting (of vaccinatie) krijg je een injectie met (delen van) dode of verzwakte ziekteverwekkers. Je wordt hier niet echt ziek van, maar je witte bloedcellen leren zo wel alvast hoe ze de juiste antistoffen moeten maken. Mocht je later in contact komen met de echte ziekteverwekker, dan maakt je lichaam direct snel veel antistoffen aan en word je niet ziek. Je bent dan immuun geworden. In Nederland worden kinderen tegen verschillende belangrijke ziekten ingeënt:
•DKTP-inenting: Beschermt baby's tegen vier ziekten: difterie, kinkhoest, tetanus en polio (kinderverlamming).
•BMR-inenting: Bevat verzwakte virussen die beschermen tegen de bof, de mazelen en rodehond.
•HPV-vaccinatie: Wordt vanaf 12-jarige leeftijd aan tieners gegeven om te beschermen tegen het HP-virus (HPV). Dit virus kan baarmoederhalskanker en andere soorten kanker veroorzaken en kan via seksueel contact worden overgedragen.
Daarnaast kun je specifieke vaccinaties krijgen wanneer je op reis gaat naar landen buiten Europa, of tijdens gerichte inentingscampagnes bij de uitbraak van een nieuwe ziekte.