Les over 4 Spieren
Spieren

Hoe werken de spieren en het spierstelsel van de mens?
Leerdoelen
•Je kunt de bouw van een skeletspier beschrijven van spiercel tot pees.
•Je kunt stapsgewijs uitleggen hoe een spier samentrekt en beweging veroorzaakt.
•Je kunt uitleggen wat een antagonistisch paar is en hier voorbeelden van geven.
Het spierstelsel en de bouw van een spier
Botten kunnen bewegen doordat er spieren aan vastzitten. Overal in je lichaam zitten spieren. Veel van deze spieren zitten aan botten vast; dit noemen we skeletspieren. Door deze skeletspieren te gebruiken, kun je je lichaam bewegen. Alle skeletspieren in je lichaam vormen samen het spierstelsel.

Een skeletspier heeft een heel specifieke, gelaagde opbouw:
•Een spier bestaat uit een aantal spierbundels.
•Elke spierbundel bestaat weer uit een grote hoeveelheid spiervezels. Een spiervezel ontstaat door de samensmelting van heel veel spiercellen en bevat daardoor veel celkernen.
•Elke afzonderlijke spierbundel is omgeven door een beschermende laag bindweefsel.
•Om de gehele spier heen ligt ook een stevige laag bindweefsel: de spierschede. Deze spierschede geeft stevigheid en bescherming aan de spier.
•Aan de uiteinden van de spier gaat het bindweefsel van de spierschede over in stevige, niet-elastische pezen. Met deze pezen zit de spier stevig vast aan de botten.

De werking van een spier
De plaats waar een pees aan een bot vastzit, heet de aanhechtingsplaats. Terwijl een spier kan samentrekken en ontspannen, kan een pees dat niet. Het samentrekken van een spier verloopt via een vast proces:
1.De spier krijgt via zenuwcellen een elektrisch seintje vanuit de hersenen.
2.De spiervezels in de spier trekken hierdoor samen.
3.De spier wordt korter en dikker.
4.De spier trekt via de pezen de botten waar hij aan vastzit naar elkaar toe.
5.De afstand tussen de aanhechtingsplaatsen wordt kleiner, waardoor er een beweging ontstaat.
Voor het samentrekken van spieren is energie nodig in de vorm van . Deze energie wordt vrijgemaakt door verbranding in de spiercellen. Bij grote inspanningen moeten er veel spiervezels tegelijk samentrekken. Er is dan veel energie nodig, waardoor er veel verbranding plaatsvindt en je het warm krijgt.

Samenwerking tussen spieren: antagonisten
Spieren kunnen alleen actief samentrekken (korter en dikker worden) om aan een bot te trekken. Wanneer een spier ontspant, wordt hij wel weer lang en dun, maar hij kan het bot niet zelfstandig terugduwen. Om een bot weer in de oorspronkelijke positie te brengen, is er altijd een tweede spier nodig die de tegenovergestelde beweging maakt. Spieren waarvan het samentrekken een tegengesteld effect heeft, noemen we een antagonistisch paar (of antagonisten). Zij werken nauw samen om bewegingen vloeiend mogelijk te maken. Een bekend voorbeeld van zo'n paar bevindt zich in de bovenarm:
•De biceps (ook wel de armbuigspier genoemd) zorgt ervoor dat de arm buigt wanneer deze samentrekt.
•De triceps (ook wel de armstrekspier genoemd) ligt aan de achterzijde van de bovenarm. Wanneer de triceps samentrekt, strekt de arm zich weer.
Wanneer de biceps samentrekt om de arm te buigen, moet de triceps ontspannen. Om de arm vervolgens weer te strekken, trekt de triceps samen en ontspant de biceps zich.
