Les over 2 Kraakbeenweefsel en beenweefsel
Botten

Wat zijn kraakbeenweefsel en beenweefsel in ons skelet?
Leerdoelen
•Je kunt de functies en de onderdelen van het menselijk skelet benoemen.
•Je kunt de kenmerken van kraakbeenweefsel en beenweefsel uitleggen.
•Je kunt de rol van kalkzouten en lijmstof in botten beschrijven.
•Je kunt uitleggen hoe de samenstelling van botten verandert tijdens het leven.
•Je kunt beschrijven hoe lichaamsbeweging de botsterkte beïnvloedt.
Het inwendig skelet en de functies
Het menselijk lichaam heeft een inwendig skelet, wat betekent dat het skelet zich binnen in ons lichaam bevindt. Dit skelet bestaat uit botten, die ook wel beenderen worden genoemd. Het skelet heeft vier belangrijke functies:
•Stevigheid bieden aan het lichaam.
•Beweging mogelijk maken samen met de spieren.
•Bescherming bieden aan kwetsbare organen.
•Vorm geven aan het lichaam.
We kunnen het skelet onderverdelen in drie segmenten: de schedel, de romp en de ledematen.

De schedel bestaat uit de schedelbeenderen, de bovenkaak en de onderkaak.

De romp bestaat uit de wervelkolom (nekwervels, borstwervels, lendenwervels, heiligbeen en staartbeen), de borstkas (ribben, borstwervels en borstbeen), de schoudergordel (schouderbladen en sleutelbeenderen) en de bekkengordel (heupbenen). De ledematen zijn onderverdeeld in:
•De armen: opperarmbeen, ellepijp, spaakbeen, handwortelbeentjes, middenhandsbeentjes en vingerkootjes.
•De benen: dijbeen, knieschijf, scheenbeen, kuitbeen, voetwortelbeentjes, middenvoetsbeentjes en teenkootjes.
Kraakbeenweefsel en beenweefsel
Onze botten en andere delen van het skelet bestaan uit verschillende soorten weefsels. De twee belangrijkste zijn kraakbeenweefsel en beenweefsel. Bij kraakbeenweefsel liggen de cellen in groepjes bij elkaar in een elastische tussencelstof. Deze tussencelstof wordt door de cellen zelf gemaakt. Hierdoor is kraakbeen stevig, maar toch heel buigzaam. Bij volwassenen komt kraakbeen voor op plekken die flexibel moeten blijven, zoals in de neus en de oorschelpen. Bij beenweefsel liggen de cellen in kringen rondom nauwe kanaaltjes. Door deze kanaaltjes lopen bloedvaten die de cellen van voedingsstoffen voorzien. De langwerpige botcellen zijn onderling met elkaar verbonden via dunne uitlopers. De tussencelstof van beenweefsel is veel harder en steviger dan die van kraakbeen.
Samenstelling van botten: kalkzouten en lijmstof
De tussencelstof van beenweefsel bestaat voor een groot deel uit twee belangrijke stoffen die zorgen voor de unieke eigenschappen van onze botten:
•Kalkzouten: Deze stoffen maken het beenweefsel hard en stevig.
•Lijmstof: Deze stof zorgt ervoor dat het beenweefsel een beetje buigzaam blijft, zodat het niet zomaar breekt.
De werking van deze stoffen kan worden aangetoond met eenvoudige proeven:
•Als je een bot in een zoutzuuroplossing legt, lossen de kalkzouten op. Er blijft alleen lijmstof over, waardoor het bot heel buigzaam wordt.
•Als je een bot in een vlam houdt, verbrandt de lijmstof. Er blijven alleen kalkzouten over, waardoor het bot heel gemakkelijk breekt.
Veranderingen in het skelet tijdens het leven
De verhouding tussen kraakbeen, kalkzouten en lijmstof verandert sterk naarmate we ouder worden:
•Bij baby's bestaat het skelet nog grotendeels uit flexibel kraakbeenweefsel. Hierdoor zijn hun botten heel buigzaam en breken ze bijna niet.
•Tijdens de groei en ontwikkeling wordt het kraakbeenweefsel grotendeels vervangen door hard beenweefsel.
•Bij kinderen bevatten de botten nog relatief veel lijmstof en minder kalkzouten. Hun botten zijn daardoor nog redelijk buigzaam en breken minder snel.
•Bij het ouder worden neemt de hoeveelheid lijmstof in de botten steeds verder af, terwijl het aandeel kalkzouten toeneemt. Hierdoor worden de botten minder buigzaam en breken ze veel sneller.
Invloed van beweging op de botsterkte
Botten zijn levend weefsel dat zich aanpast aan de belasting die het ervaart. Wanneer botten zwaar worden belast, bijvoorbeeld door intensief te sporten, worden ze zwaarder, dikker en sterker. Dit effect is aangetoond in wetenschappelijk onderzoek naar honkbalwerpers. De werparm van deze sporters wordt extreem zwaar belast. Uit het onderzoek blijkt het volgende over de gemiddelde botsterkte in de bovenarm vergeleken met niet-sporters ():
•Jonge sporters die al een paar jaar werper zijn, hebben een botsterkte van .
•Ouderen die in hun jeugd werper waren maar daarna zijn gestopt met sporten, behouden een verhoogde botsterkte van .
•Ouderen die in hun jeugd werper waren en als volwassene zijn blijven sporten, hebben een botsterkte van .
Dit toont aan dat intensief bewegen en sporten tijdens de jeugd zorgt voor een levenslang voordeel in botsterkte.