Les over 5 Het netvlies
De ogen

Hoe werkt het netvlies en wat is de functie ervan?
Leerdoelen
•Je kunt de bouw en de werking van het netvlies uitleggen.
•Je kunt het verschil in functie en ligging tussen staafjes en kegeltjes beschrijven.
•Je kunt de functie van de gele vlek en de blinde vlek verklaren.
•Je kunt uitleggen wat roodgroenkleurenblindheid is en hoe honden kleuren waarnemen.
De bouw van het netvlies
Wanneer je naar je omgeving kijkt, valt er licht in je oog. Dit licht gaat achtereenvolgens door het hoornvlies, de ooglens en het glasachtig lichaam om uiteindelijk op het netvlies terecht te komen. Het netvlies is de binnenste laag van het oog waarin de zintuigcellen liggen. Deze zintuigcellen worden door het licht geprikkeld en geven vervolgens impulsen af. Deze elektrische signalen worden via de oogzenuw naar de hersenen geleid, waar ze worden verwerkt tot een beeld. Het netvlies bestaat uit twee hoofdlagen: een laag met zintuigcellen en een laag met zenuwcellen. De laag met zenuwcellen ligt tegen het glasachtig lichaam aan en geleidt de impulsen. Om het netvlies heen liggen nog twee andere vliezen: het vaatvlies (dat bloedvaten bevat voor de voeding van het oog) en het harde oogvlies (de beschermende buitenlaag).

Staafjes en kegeltjes
In de laag van de zintuigcellen liggen twee verschillende soorten cellen met elk een eigen functie: de staafjes en de kegeltjes.
•Kegeltjes: Deze cellen werken alleen als er voldoende licht is. Met kegeltjes kun je kleuren en details waarnemen. Er zijn drie typen kegeltjes, die elk gevoelig zijn voor rood, groen of blauw licht. Door de samenwerking tussen deze typen kunnen we alle andere kleuren zien. Lezen en televisiekijken doe je dus met je kegeltjes. De meeste kegeltjes liggen geconcentreerd in de gele vlek.
•Staafjes: Deze cellen zijn erg gevoelig en werken ook goed als er weinig licht is. Hierdoor kun je met staafjes in de schemering nog voorwerpen waarnemen. Met staafjes zie je echter geen details en neem je alleen contrasten in grijs en zwart-wit waar. De staafjes liggen verspreid over het hele netvlies, behalve in de gele vlek.

De gele vlek en de blinde vlek
Op het netvlies bevinden zich twee bijzondere gebieden:
•De gele vlek: Dit is een gebied in het centrum van het netvlies waar de meeste kegeltjes liggen. Met dit deel van het oog kun je het scherpst zien. Als je ergens aandachtig naar kijkt, richt je je ogen automatisch zo dat het beeld precies op de gele vlek valt.
•De blinde vlek: Dit is de plaats waar de uitlopers van de zenuwcellen zich verzamelen en als oogzenuw het oog verlaten richting de hersenen. Op deze plek is het netvlies onderbroken en liggen er geen zintuigcellen. Licht dat op de blinde vlek valt, wordt dus niet waargenomen.
Kleurenblindheid bij mens en dier
Wanneer bepaalde kegeltjes in het netvlies niet goed werken, is er sprake van kleurenblindheid. De meest voorkomende vorm hiervan is roodgroenkleurenblindheid. Mensen met deze afwijking kunnen de kleuren rood en groen moeilijk of niet van elkaar onderscheiden. Ook in het dierenrijk verschilt de waarneming van kleuren. Honden hebben bijvoorbeeld hondenogen met slechts twee soorten kegeltjes, in tegenstelling tot de drie soorten bij de mens. Hierdoor zien honden veel minder kleuren en zijn zij in feite roodgroenkleurenblind. Een rode bal valt voor een hond in het groene gras dus nauwelijks op door de kleur. In plaats daarvan reageren honden vooral op beweging en geur om voorwerpen terug te vinden.