Les over 1 Het zintuigenstelsel
Het zintuigstelsel

Wat is het zintuigenstelsel en hoe werkt het precies?
Leerdoelen
•Je kunt uitleggen wat het zintuigenstelsel is en welke zintuigen hieronder vallen.
•Je kunt beschrijven hoe impulsen ontstaan en welke rol de drempelwaarde hierbij speelt.
•Je kunt het verschil tussen een adequate en een niet-adequate prikkel uitleggen.
•Je kunt verklaren hoe gewenning, motivatie en de grote hersenen onze waarneming beïnvloeden.
Het zintuigenstelsel
Een zintuig is een orgaan dat reageert op prikkels uit je omgeving. Alle zintuigen samen in je lichaam vormen het zintuigenstelsel. Met dit stelsel neem je personen en voorwerpen in je omgeving waar, waarna je lichaam hierop kan reageren.

In je lichaam liggen verschillende typen zintuigen:
•In je ogen liggen de gezichtszintuigen.
•In je oren liggen de gehoorzintuigen en de evenwichtszintuigen.
•In je neus liggen de reukzintuigen.
•Op je tong liggen de smaakzintuigen.
•In je huid liggen verschillende typen zintuigen waarmee je kunt voelen. Deze reageren op warmte, koude, druk of aanraking.
Het ontstaan van impulsen
Zintuigen reageren op prikkels uit de omgeving. In de zintuigcellen ontstaan pas impulsen (elektrische signalen) als een prikkel sterk genoeg is. Deze impulsen worden vervolgens naar je hersenen gestuurd om verwerkt te worden. De zwakste prikkel die nog net een impuls veroorzaakt, noem je de drempelwaarde. Als een prikkel zwakker is dan deze waarde, ontstaan er geen impulsen en neem je de prikkel niet waar. Een heel zacht geluid hoor je bijvoorbeeld niet.

Elk type zintuigcel is speciaal gevoelig voor één specifieke prikkel. Dit noem je de adequate prikkel. Voor de zintuigcellen in je oog is licht bijvoorbeeld de adequate prikkel. De drempelwaarde voor deze adequate prikkel is heel laag. Zintuigcellen kunnen soms ook andere, niet-adequate prikkels waarnemen, maar de drempelwaarde hiervoor is veel hoger. Als je bijvoorbeeld een harde klap op je oog krijgt (een mechanische prikkel), zie je 'sterretjes'. Door de harde dreun ontstaan er toch impulsen in de gezichtszintuigen. Deze impulsen gaan naar de gezichtscentra in de grote hersenen. De plaats waar de impulsen in de grote hersenen aankomen, bepaalt uiteindelijk welke waarneming je doet.
Invloeden op de waarneming
De drempelwaarde voor een prikkel is niet altijd constant. Je waarneming kan door verschillende factoren worden beïnvloed:
•Gewenning: Wanneer zintuigcellen langere tijd achter elkaar dezelfde prikkel ontvangen, ontstaan er steeds minder impulsen. Hierdoor voel je na een tijdje bijvoorbeeld de druk van je kleding op je huid niet meer.
•Motivatie: Je eigen interesse of concentratie speelt een rol. Als je heel aandachtig luistert, hebben de zintuigcellen in je oren een lagere drempelwaarde voor geluiden.
•De grote hersenen: Je hersenen verwerken niet alle waarnemingen even snel. Het lezen van een woord gaat bijvoorbeeld sneller dan het benoemen van de kleur waarin het woord is afgedrukt. Ook bepalen je hersenen hoe je een beeld interpreteert, wat ertoe kan leiden dat mensen dezelfde afbeelding (zoals een jurk) in verschillende kleuren waarnemen.