Les over 3 Het ademhalingsstelsel

Les over 3 Het ademhalingsstelsel

Gemaakt door Ainstein
3 Het ademhalingsstelsel
Deze video bestaat uit
  • Het ademhalingsstelselHet ademhalingsstelsel
  • AdemhalingsstelselAdemhalingsstelsel
Verberg docent
Afspelen
Geluid uitzetten
Afspeelsnelheid
00:00 / 08:45
Ondertiteling/CC
Instellingen
Volledig scherm
Presenter poster
Onderwerpen in deze video
Meer informatie

Hoe werkt het ademhalingsstelsel van de mens precies?

Leerdoelen

Je kunt de delen van het ademhalingsstelsel benoemen met hun kenmerken en functies.

Je kunt de weg van de lucht door het ademhalingsstelsel beschrijven.

Je kunt de werking van de huig en het strotklepje tijdens het slikken uitleggen.

Je kunt uitleggen hoe de gaswisseling tussen de longblaasjes en de longhaarvaten plaatsvindt.

Bouw en functie van het ademhalingsstelsel

Voor de verbranding in je lichaam is zuurstof nodig. Zuurstof neem je op uit de lucht met je longen. Het ademhalingsstelsel bestaat uit alle organen die samenwerken om lucht in en uit je lichaam te vervoeren en gaswisseling mogelijk te maken. Naast de longen horen ook de neus, het strottenhoofd en het middenrif bij dit stelsel.

Schematisch overzicht van het menselijk ademhalingsstelsel met alle onderdelen
Schematisch overzicht van het menselijk ademhalingsstelsel met alle onderdelen

Het middenrif is een stevig, gespierd vlies dat onder de longen ligt. Het verdeelt de romp in twee ruimtes: de borstholte en de buikholte. Het middenrif kan omhoog en omlaag bewegen om de ademhaling te ondersteunen. De weg die de lucht aflegt tijdens een inademing verloopt in een vaste volgorde:

1.Lucht komt het lichaam binnen via de neusholte of de mondholte.

2.De lucht stroomt door de keelholte en passeert het strottenhoofd.

3.De lucht gaat door de luchtpijp, die zich vertakt in twee bronchiën (één naar elke long).

4.De bronchiën vertakken zich in steeds kleinere buisjes: de luchtpijptakjes.

5.De lucht komt ten slotte aan in de trosjes longblaasjes aan het einde van de luchtpijptakjes.

De neusholte en neusademhaling

De meeste mensen ademen in via de neus. De wand van de neusholte is bedekt met neusslijmvlies, waarin cellen zitten die slijm produceren. Dit slijm maakt de ingeademde lucht vochtig. Vlak onder het neusslijmvlies lopen veel kleine bloedvaatjes; het bloed hierin verwarmt de binnenstromende lucht.

Doorsnede van de neusholte met het neusslijmvlies, de bloedvaten, neusharen en het reukzintuig
Doorsnede van de neusholte met het neusslijmvlies, de bloedvaten, neusharen en het reukzintuig

De neusholte heeft ook een belangrijke beschermende en keurende functie:

Neusharen: vangen vooraan in de neus grote stofdeeltjes op.

Neusslijmvlies: laat kleine stofdeeltjes en ziekteverwekkers vastplakken.

Trilharen: kleine haarcellen op het slijmvlies die het slijm met gevangen deeltjes continu naar de keelholte verplaatsen, waar het wordt ingeslikt.

Reukzintuig: bevindt zich boven in de neusholte en keurt de binnenstromende lucht om te waarschuwen voor stinkende of gevaarlijke gassen.

Ademen door de neus is gezonder dan ademen door de mond. Bij mondademhaling wordt de lucht minder goed gezuiverd, verwarmd en vochtig gemaakt, waardoor het slijmvlies in de longen beschadigd kan raken. Ook werkt het reukzintuig minder goed bij mondademhaling.

De keelholte: ademen, slikken en verslikken

Via de neusholte of mondholte komt de lucht in de keelholte. De keelholte is een gemeenschappelijke doorgang voor zowel lucht als voedsel. Om te zorgen dat voedsel niet in de luchtwegen terechtkomt, werken de huig en het strotklepje samen.

De stand van de huig en het strotklepje tijdens ademen, slikken en verslikken
De stand van de huig en het strotklepje tijdens ademen, slikken en verslikken

De stand van deze onderdelen verschilt per situatie:

Ademen: de slokdarm en de luchtpijp staan beide open. De huig sluit de neusholte niet af en het strotklepje laat de luchtpijp open, zodat lucht vrij heen en weer kan stromen.

Slikken: de huig klapt omhoog en sluit de neusholte af. Tegelijkertijd sluit het strotklepje de luchtpijp af. Voedsel beweegt hierdoor veilig van de mondholte naar de slokdarm.

Verslikken: als je praat of lacht tijdens het slikken, sluiten de huig en het strotklepje niet goed. Er komt dan voedsel of drank in de luchtpijp of neusholte. Krachtig hoesten helpt om het voedsel weer uit de luchtpijp te verwijderen.

Luchtpijp, bronchiën en strottenhoofd

Aan de bovenkant van de luchtpijp bevindt zich het strottenhoofd. Bij volwassen mannen is de voorkant van het strottenhoofd zichtbaar als de adamsappel. In het strottenhoofd liggen de stembanden, waarmee geluid gemaakt kan worden. De luchtpijp sluit aan op het strottenhoofd en is een stevige, holle buis. In de wand van de luchtpijp en de bronchiën zitten hoefijzervormige kraakbeenringen. Deze ringen zorgen ervoor dat de luchtpijp en bronchiën niet dichtklappen en altijd openstaan. De wanden van de kleinste luchtpijptakjes bevatten geen kraakbeenringen, maar kleine spiertjes. De wanden van de gehele luchtweg (luchtpijp, bronchiën, luchtpijptakjes en longblaasjes) zijn bekleed met slijmvlies met trilharen om vuil af te voeren naar de keelholte.

Gaswisseling in de longblaasjes

Aan het uiteinde van de kleinste luchtpijptakjes liggen trosjes longblaasjes. De longen bevatten honderden miljoenen longblaasjes, die samen een enorm oppervlak hebben van 70 tot 100 m² (vergelijkbaar met anderhalf klaslokaal).

Detail van de longblaasjes en longhaarvaten met de uitwisseling van zuurstof en koolstofdioxide
Detail van de longblaasjes en longhaarvaten met de uitwisseling van zuurstof en koolstofdioxide

Rondom de longblaasjes ligt een dicht netwerk van hele kleine bloedvaatjes: de longhaarvaten. De wanden van de longblaasjes en de longhaarvaten zijn uiterst dun. Hierdoor kan er gemakkelijk gaswisseling plaatsvinden:

Zuurstof uit de ingeademde lucht passeert de dunne wanden en wordt opgenomen in het bloed van de longhaarvaten.

Koolstofdioxide (een afvalstof van de verbranding) afkomstig uit het bloed passeert de wanden in omgekeerde richting en komt in de longblaasjes terecht, waarna het wordt uitgeademd.