Leerdoelen
•Je kunt de verschillende indelingscriteria voor een organisatie noemen
•Je kunt de absolute omvang en de relatieve omvang van een organisatie uitleggen en berekenen voor zover het afzet- en/of omzetaandeel betreft
•Je kunt het bestaansrecht van een organisatie uitleggen
•Je kunt uitleggen in welke maatschappelijke behoeften een organisatie voorziet
Indelingscriteria voor organisaties
Bij het indelen van organisaties maken we gebruik van verschillende criteria. De meest relevante zijn:

Juridische indeling
•Rechtspersonen: Dit zijn entiteiten waarbij het privévermogen gescheiden is van het bedrijfsvermogen. Voorbeelden zijn besloten vennootschappen (bv) en naamloze vennootschappen (nv). Eigenaren zijn niet privé aansprakelijk.
•Natuurlijke personen: Hierbij ben je persoonlijk aansprakelijk voor de schulden van het bedrijf, zoals bij een eenmanszaak of een vennootschap onder firma (vof).
Commerciële indeling
•Commerciële organisaties: Deze zijn gericht op het maken van winst, zoals een bv of nv.
•Niet-commerciële organisaties: Voorbeelden hiervan zijn stichtingen en verenigingen, die niet primair op winst zijn gericht.
Absolute en relatieve omvang
Absolute omvang
Absoluut betekent dat je een bepaalde waarde meet. De absolute omvang van een organisatie kan op verschillende manieren worden gemeten:
•Omzet in euro's: De totale opbrengst van de verkopen in een bepaalde periode.
•Waarde van de bezittingen: Wat de organisatie bezit en de waarde daarvan.
•Aantal werknemers: Hoeveel mensen er in dienst zijn bij de organisatie.
Relatieve omvang
Relatief betekent dat het ten opzichte van iets is. Het wordt vaak uitgedrukt als percentage. De relatieve omvang verwijst naar het marktaandeel van de organisatie, wat kan worden berekend op basis van afzet of omzet.
Berekening van marktaandeel
•Marktaandeel in afzet:
•Marktaandeel in omzet:
Bestaansrecht van een organisatie
Het bestaansrecht van een organisatie is de reden waarom deze bestaat, en dit hangt nauw samen met de maatschappelijke behoeften die ze vervult.
Maatschappelijke behoeften
Innovatie: Organisaties brengen nieuwe ideeën en producten op de markt, wat de concurrentie stimuleert en leidt tot technologische vooruitgang.
Producten en diensten: Ze creëren producten en diensten die voor consumenten essentieel zijn, zoals voedsel, kleding en technologie.
Werkgelegenheid: Bedrijven bieden banen aan, wat bijdraagt aan de economie en de levensstandaard van individuen.
Belastingopbrengsten: Bedrijven dragen bij aan de staatskas door belastingbetaling, waarmee publieke diensten zoals onderwijs en sociale zekerheid worden gefinancierd.
Inkomen: Werknemers van bedrijven ontvangen een inkomen. Dit inkomen wordt weer uitgegeven en zo ontstaat er een circulatie van geld, producten en diensten.




