Les over 17.2 Obligatielening
Theorie aandelen en obligaties

Hoe werkt een obligatielening en hoe bereken je agio?
Leerdoelen
•Je kunt obligaties omschrijven.
•Je kunt de verschillen noemen tussen aandelen en obligaties.
•Je kunt agio op obligaties bij een emissie berekenen.
•Je kunt de inhoud van een prospectus voor een obligatielening beschrijven.
•Je kunt de toewijzing van obligaties bij overtekening berekenen.
•Je kunt de invloed van de rentestand op de beurskoers van obligaties uitleggen.
•Je kunt de verschillende manieren van aflossing van een obligatielening beschrijven.
Wat is een obligatielening?
Een obligatie is een bewijs van deelneming in een geldlening. Een obligatielening is een geldlening op lange termijn die in kleine bedragen is opgesplitst. Dit is vooral aantrekkelijk bij zeer grote leningen, omdat het eenvoudiger is om duizend mensen te vinden die elk € 50 willen uitlenen dan één persoon die bereid is € 50.000 uit te lenen. Een nadeel van een obligatielening ten opzichte van een onderhandse lening is dat er sprake is van emissiekosten (kosten die verbonden zijn aan het uitgeven van obligaties) en administratiekosten. Een obligatielening kan ook worden afgesloten als een achtergestelde lening. Dit houdt in dat bij een eventuele liquidatie van de onderneming andere schuldeisers hun geld eerder terugkrijgen dan de obligatiehouders. Overheden (publiekrechtelijke lichamen) sluiten grote obligatieleningen af voor de uitvoering van openbare werken zoals inpoldering en wegenbouw. Ondernemingen gebruiken obligatieleningen voornamelijk voor de aanschaf van vaste activa.
Emissie, prospectus en toewijzing
Voordat de emissie plaatsvindt, probeert de onderneming of instelling het publiek te bereiken via advertenties en publiceert zij een prospectus. In een prospectus staan zeven belangrijke zaken vermeld:
•de verhouding tussen eigen en vreemd vermogen;
•de resultaten van de afgelopen jaren en de toekomstverwachtingen;
•het doel van de lening en de grootte van het te lenen bedrag;
•de datum waarop de emissiekoers bekend wordt gemaakt;
•de manier van aflossen en wanneer dit gebeurt;
•het tijdstip waarop moet worden ingeschreven;
•het tijdstip waarop de obligaties beschikbaar zijn en moeten worden betaald.
Wanneer een lening erg aantrekkelijk is, ontstaat er overtekening: er wordt op meer obligaties ingeschreven dan er geëmitteerd kunnen worden. Inschrijvers krijgen in dat geval slechts een deel van hun inschrijving toegewezen. De formule voor deze toewijzing is: Als een onderneming bijvoorbeeld 10.000 obligaties emitteert en er wordt in totaal op 15.000 obligaties ingeschreven, dan ontvangt iemand die voor 90 obligaties heeft ingeschreven: obligaties.
Invloed van de rentestand op de beurskoers
Obligatiehouders kunnen beursgenoteerde obligaties verkopen via de effectenbeurs. De beurskoers is voornamelijk afhankelijk van de actuele rentestand die geldt voor nieuw uit te geven obligaties:
•Stijgende marktrente: als de nieuwe rentestand hoger is dan de vaste interestvoet van de oude obligatie, kiezen beleggers liever voor de nieuwe obligatie. De oude obligatie kan dan alleen worden verkocht tegen een lagere koers (onder 100%, oftewel onder pari).
•Dalende marktrente: als de marktrente lager is dan de vaste interestvoet van de obligatie, stijgt de beurskoers van de oude obligatie boven 100% (boven pari).

Aflossing van een obligatielening
Een obligatielening moet worden terugbetaald. Een onderneming of instelling kan een obligatielening op drie manieren aflossen:
1.Aflossing in één keer aan het einde van de looptijd van de lening.
2.Aflossing in gedeelten gedurende een aantal jaren door middel van uitloting op basis van het eindcijfer van de genummerde obligaties.
3.Inkopen van de eigen obligaties op de effectenbeurs.
Vergelijking: aandelen versus obligaties
Er bestaan belangrijke overeenkomsten en verschillen tussen aandelen en obligaties:
Overeenkomsten
•Voor de onderneming zijn zowel aandelen als obligaties middelen om aan lang vermogen te komen.
•Voor de belegger zijn het alternatieve waardepapieren.
•Zowel aandelen als obligaties zijn vaak verhandelbaar via de effectenbeurs.
Verschillen
Kenmerk | Aandelen | Obligaties |
|---|---|---|
Aard van het papier | Bewijs van mede-eigendom in een nv of bv | Schuldbewijs |
Vermogenstype | Deel van het eigen vermogen | Deel van het vreemd vermogen |
Tijdsduur vermogen | Permanent vermogen | Tijdelijk vermogen (wordt afgelost) |
Zeggenschap | Medezeggenschap (stemrecht) in de AVA | Geen zeggenschap |
Risico | Hoger risico bij slechte resultaten | Minder risico bij slechte resultaten |
Koersverloop | Koers onstabiel, afhankelijk van winstverwachting | Koers stabieler, voornamelijk afhankelijk van rentestand |
Vergoeding | Dividend als beloning (afhankelijk van de winst) | Vast interestpercentage |
Plaatsen van obligaties en agio berekenen
Het plaatsen (uitgeven) van obligaties gebeurt op vergelijkbare wijze als bij aandelen:
•A pari: de obligaties worden geplaatst tegen de nominale waarde (100%).
•Boven pari: de obligaties worden geplaatst boven de nominale waarde. Hierdoor ontstaat agio.
Agio op obligaties ontstaat wanneer het vaste interestpercentage op de obligaties hoger is dan de marktrente op het moment van plaatsing.
Rekenvoorbeeld agio en interestkosten
Stel dat Bacule NV 10.000 obligaties van elk € 10 nominaal uitgeeft tegen een emissiekoers van 105%:
•Ontvangen bedrag bij emissie: .
•Aflossingsbedrag: de onderneming hoeft uitsluitend de nominale waarde af te lossen: .
•Agio op obligaties: er is sprake van agio omdat de obligaties voor meer dan 100% worden geplaatst ().
•Jaarlijkse interestkosten na gedeeltelijke aflossing: als er 20% van de obligatielening is afgelost, resteert er nog 80% van de nominale schuld (). Bij een vast rentepercentage van 5% bedragen de jaarlijkse interestkosten: .