Wat gebeurt er met lucht in een lagedrukgebied?
Leerdoelen
•Je kunt uitleggen wat hoge- en lagedrukgebieden zijn en hoe deze ontstaan.
•Je kunt de Wet van Buys Ballot uitleggen en de oorzaak hiervan benoemen.
Lucht in beweging
Om ons heen is altijd lucht, die voortdurend beweegt. Deze beweging van lucht kennen we als wind. De wind ontstaat door verschillen in luchtdruk op aarde. Lucht beweegt altijd van een plek met hoge luchtdruk naar een plek met lage luchtdruk. Hoe groter het verschil in luchtdruk tussen twee gebieden, hoe harder de wind waait.
Hoge- en lagedrukgebieden
Gebieden met lage luchtdruk zijn plekken waar de lucht opstijgt. Dit gebeurt op verschillende plekken:
•Bij de evenaar: hier is het warm, waardoor veel water verdampt en warme lucht opstijgt.
•Rond 60 graden noorder- en zuiderbreedte: op deze plekken botst warme lucht met koude lucht, waarna de warme lucht opstijgt.
Gebieden met hoge luchtdruk zijn plekken waar de lucht juist daalt. Dit komt doordat de lucht die eerder is opgestegen, hoog in de atmosfeer afkoelt. Afgekoelde lucht is zwaarder, waardoor deze weer naar beneden zakt en een hogedrukgebied vormt.
De wet van Buys Ballot
De wind die van hoge naar lage druk waait, beweegt niet in een rechte lijn. Er is een afwijking. In de negentiende eeuw ontdekte de Nederlandse wetenschapper Buys Ballot dat luchtstromen een afwijking hebben. Deze afwijking wordt veroorzaakt door de rotatie van de aarde om zijn eigen as. Terwijl de lucht van het ene naar het andere gebied stroomt, draait de aarde verder. Hierdoor krijgt de luchtstroom een kromming in plaats van een rechte lijn.
Dit is de kern van de Wet van Buys Ballot: wind buigt af door de draaiing van de aarde.
De Wet van Buys Ballot heeft het mogelijk gemaakt dat we de windrichtingen beter begrijpen, wat een enorme stap voorwaarts was in weersvoorspelling. Daarnaast geeft het een betere verklaring voor de aanwezigheid van specifieke klimaten op aarde, omdat de wind daar ook een belangrijke invloed op heeft.
Afwijking op het noordelijk en zuidelijk halfrond
De richting van de afwijking hangt af van het halfrond waar je je bevindt:
•Op het noordelijk halfrond: als je met je rug naar de wind staat, stroomt de lucht met een afwijking naar rechts.
•Op het zuidelijk halfrond: als je met je rug naar de wind staat, stroomt de lucht met een afwijking naar links.
Het weer en klimaat voorspellen
Om het weer te voorspellen zijn verschillende factoren van belang, waaronder:
•Luchtdruk: is er hoge of lage druk, wat betekent dat lucht daalt of stijgt? Dit beïnvloedt de stabiliteit van het weer.
•Windrichting: dankzij de wet van Buys Ballot weten we hoe stormen en regen zich verplaatsen, bijvoorbeeld naar het oosten of het westen.
•Temperatuur: de temperatuur is altijd een belangrijke factor voor weersvoorspellingen.
De ontdekking van Buys Ballot is erg belangrijk voor het voorspellen van het weer. Omdat we nu beter begrijpen hoe luchtstromen bewegen en afbuigen, kunnen we nauwkeuriger voorspellen waar bijvoorbeeld regen of stormen naartoe gaan. Als we weten dat een luchtstroom met regen afwijkt naar rechts op het noordelijk halfrond, kunnen we voorspellen welke gebieden die regen zullen ontvangen.













