Wat is een model?
Leerdoelen
•Je kunt uitleggen wat het centrum-periferiemodel inhoudt en hoe deze is opgebouwd.
•Je kunt landen indelen in het centrum-periferiemodel.
•Je kunt beredeneren waarom sommige landen in meer dan één categorie van het centrum-periferiemodel passen.
•Je kunt het centrum-periferiemodel toepassen op verschillende schaalniveaus.
Wat is het centrum-periferiemodel?
Een model, zoals het centrum-periferiemodel, is een simpele weergave van de werkelijkheid. Het helpt landen in te delen op basis van bepaalde kenmerken. De indeling laat verbanden beter zien en geeft verklaringen voor wereldwijde ontwikkelingen. Het model laat zien dat er een dominante rol is voor met name de welvarende, rijke landen.
Dominant zijn betekent niet noodzakelijk dat een land overal de baas is, maar wel dat er sprake is van een ongelijke uitwisseling van goederen, arbeid en kapitaal. Deze ongelijke uitwisseling is vaak in het voordeel van de welvarende landen. Het model verdeelt landen in drie hoofdcategorieën: centrumlanden, semi-periferielanden en periferielanden.
Centrum | Semi-periferie | Periferie | |
|---|---|---|---|
Welvaart | Rijk BNP/hoofd > €30.000 | Welvaartsstijging sinds 1990BNP/hoofd > €3.000 - €30.000 | ArmBNP/hoofd < €3.000 |
Welzijn | Hoge HDI:Goede gezondheidszorgHoge alfabetiseringsgraadHoog gemiddeld opleidingsniveauHoge mate van veiligheid | HDI stijgt:Betere gezondheidszorgToename alfabetiseringsgraadToename gemiddeld opleidingsniveauToename mate van veiligheid | Lage HDI:Slechte gezondheidszorgLage alfabetiseringsgraadLaag gemiddeld opleidingsniveauOnveilig |
Demografie | Hoge levensverwachting/vergrijzingKleine gezinnen (gem. 4 gezinsleden) Lage zuigelingensterfte | Stijgende levensverwachtingMiddelgrote gezinnen (gem. 5-6 gezinsleden)Dalende zuigelingensterfte | Lage levensverwachtingGrote gezinnen (gem. > 6 gezinsleden)Hoge zuigelingensterfte |
Economie | Groot % beroepsbevolking in (formele) dienstenHoofdkantoren van mno's (bijv. Apple)Relatief weinig sociale ongelijkheid (lage GINI-coëfficiënt - vlakke Lorenzcurve door:BelastingsysteemSociale uitkeringen | Groot % beroepsbevolking in industrie
Grote informele dienstensector
Groot deel BNP uit grondstoffenhandelProductie-/assemblagebedrijvenGrote sociale ongelijkheid (middelhoge GINI-coëfficiënt - bolle Lorenzcurve) door bijvoorbeeld:Eigendom en verdeling van winst binnen bedrijvenVerschillen steden-platteland | Groot deel (>30%) beroepsbevolking in landbouw
Grote informele dienstensector
Grootste deel BNP uit:GrondstoffenhandelLandbouwproductenKleine fabriekjes
Mijnbouw (soms in buitenlandse handen)Grote, soms enorme, sociale ongelijkheid (hoge GINI-coëfficiënt - bolle Lorenzcurve) door bijvoorbeeld:Eigendom en verdeling van winst binnen bedrijvenOntwikkelingen in de landbouw (mechanisatie/uitstoot arbeid)Verschillende machtsposities bevolkingsgroepen |
Kenmerken voor indeling
Welvaart
De belangrijkste basis voor de indeling is welvaart. Dit wordt gemeten aan de hand van het bruto nationaal product (BNP) per hoofd van de bevolking.
•Centrumlanden: over het algemeen ligt het BNP per hoofd hier hoger dan € 30.000 per persoon per jaar.
•Semi-periferie landen: het BNP per hoofd ligt hier meestal tussen de € 3.000 en € 30.000 per persoon per jaar.
•Periferie landen: hier ligt het BNP per hoofd onder de € 3.000 per persoon per jaar.
Welzijn en de Human Development Index (HDI)
Naast welvaart speelt ook welzijn een grote rol. Een belangrijke indicator hiervoor is de Human Development Index (HDI). Een hogere welvaart leidt vaak tot een hogere HDI, wat betekent:
•Betere gezondheidszorg.
•Meer mensen die naar school gaan.
•Een groter gevoel van veiligheid onder de bevolking.
•Meestal goed functionerende overheden en bestuur.
In periferie landen is de HDI daarentegen lager, de gezondheidszorg en scholing zijn vaak slecht, mensen voelen zich onveilig en er is vaak sprake van corruptie en een gebrek aan individuele vrijheden.
Demografie
De welvaart en het welzijn hebben directe gevolgen voor de demografie (de opbouw van de bevolking):
•Centrumlanden: Kennis van zaken en goede gezondheidszorg leiden tot een hoge levensverwachting, kleinere gezinnen en een lage zuigelingensterfte.
•Periferie landen: De levensverwachting is laag, gezinnen zijn groot (gemiddeld groter dan zes gezinsleden) en er is een hoge zuigelingensterfte.
•Semi-periferie landen: Zitten hier tussenin. De welvaart is in deze landen sinds 1990 vaak gestegen, wat resulteert in betere gezondheidszorg, meer scholing en een stijgende levensverwachting.
Economie
Werkgelegenheid per sector
De verdeling van de beroepsbevolking over de verschillende economische sectoren is een duidelijk onderscheidend kenmerk:
•Centrumlanden: Een groot percentage van de beroepsbevolking werkt in de diensten. Hier wordt over het algemeen het meest verdiend.
•Semi-periferie landen: Een groot percentage van de beroepsbevolking werkt in de industrie. Dit levert minder op dan diensten, maar meer dan landbouw of grondstoffenhandel.
•Periferie landen: Een heel groot percentage van de beroepsbevolking werkt in de landbouw. In deze sector wordt het minst verdiend. Ook komt het grootste deel van het BNP uit grondstoffenhandel of landbouwproducten.
Type bedrijven en economische activiteiten
De aard van de economische activiteiten verschilt ook sterk:
•Centrumlanden: Hier vind je de hoofdkantoren van multinationale ondernemingen (MNO's), zoals Apple, Google, Philips en ASML. Dit zijn bedrijven die wereldwijd opereren en waar veel onderzoek, ontwikkeling en management plaatsvindt.
•Semi-periferie landen: Veel industriële productie en assemblagebedrijven zijn hier gevestigd. Denk aan fabrieken zoals Foxconn in China, waar bijvoorbeeld iPhones worden geassembleerd. Het bedenken van het product gebeurt in een centrumland, het in elkaar zetten in een semi-periferie land.
•Periferie landen: Hier overheersen kleine fabriekjes en veel mijnbouw.
Sociale gelijkheid
Inkomensverschillen en meetinstrumenten
Een interessante relatie is die tussen welvaart en sociale gelijkheid: hoe hoger de welvaart, hoe groter vaak de sociale gelijkheid. Dit betekent dat de inkomensverschillen tussen mensen kleiner zijn. Dit komt onder andere door goed geregelde belastingsystemen, pensioenstelsels en uitkeringsstelsels in welvarende landen.
Ongelijkheid kan gemeten worden met de Gini-coëfficiënt of de Lorenzcurve:
•De Lorenzcurve is een grafiek met een 45-gradenlijn die perfecte gelijkheid representeert. Hoe meer de lijn van een land afwijkt van deze 45-gradenlijn, hoe groter de ongelijkheid.
•In centrumlanden is de ongelijkheid relatief klein.
•In semi-periferielanden is de ongelijkheid vaak behoorlijk groot, zeker in vergelijking met centrumlanden.
•In periferielanden is de ongelijkheid vaak nog groter. Dit heeft te maken met de lage inkomsten in de landbouw, mechanisatie die leidt tot werkloosheid en grote welvaartsverschillen tussen bevolkingsgroepen.
Centrum | Semi-periferie | Periferie | |
|---|---|---|---|
Welvaart | RijkBNP/hoofd > €30.000 | Welvaartsstijging sinds 1990BNP/hoofd > €3.000 - €30.000 | ArmBNP/hoofd < €3.000 |
Verstedelijking | Urbanisatie sinds 1850 (industriële revolutie)Hoge verstedelijkingsgraadLaag verstedelijkingstempoWereldsteden | Urbanisatie sinds 1990 (globalisering)Lage verstedelijkingsgraad (uitzondering: Zuid-Amerika)Hoog verstedelijkingstempoMegasteden | Urbanisatie sinds 2000 (globalisering)Lage verstedelijkingsgraadHoog verstedelijkingstempoMegasteden |
Macht op wereldniveau | Veel inlvoeg (G7, Europese Unie, NAVO) | Steeds meer inlvoed (OPEC, ASEAN, Mercosur, Unasur) | Nauwelijks invloed |
Kwaliteit bestuur | Goed openbaar bestuurGoede kwaliteit rechtsspraakVrije persWeinig corruptie | Redelijk openbaar bestuurMatige kwaliteit rechtspraak Vrije pers: verschilt per regioGrote corruptie | Slecht openbaar bestuur Lage kwaliteit rechtspraakVrije pers: verschilt per regioGrote corruptieVeel conflicten/oorlogen |
Landen | Triade-landen in:Noordwest-EuropaUSA + CanadaJapanAustralië + Nieuw-Zeeland | BRICS-landen:Brazilië Rusland (risico door oorlog)IndiaChina (risico door COVID aanpak)Zuid-AfrikaMIT-landen: Mexico, Indonesië, TurkijeArabische landen zoals Saudi-Arabië, Iran VAE | Veel landen in Afrika (Sub-Sahara)Centraal-Aziatische landenLanden in het noorden van Zuid-Amerika en Midden-Amerika |
Overige belangrijke kenmerken
Verstedelijking
•Centrumlanden: hebben een hoge verstedelijkingsgraad, wat betekent dat een groot deel van de bevolking al in steden woont. De urbanisatie is hier veel eerder begonnen.
•Periferielanden: hebben vaak een lagere verstedelijkingsgraad, maar de steden groeien er wel heel snel, dus het verstedelijkingstempo is hoog.
Macht en invloed op wereldniveau
•Centrumlanden: hebben over het algemeen het meest te zeggen in de wereld.
•Semi-periferielanden: komen steeds meer op en willen ook meer invloed. Ze vormen ook hun eigen verbanden, zoals ASEAN (Associatie van Zuidoost-Aziatische Naties) of Mercosur (gemeenschappelijke markt van het Zuiden), vergelijkbaar met de Europese Unie (EU) die vooral uit centrumlanden bestaat. De invloed van landen als China op mondiaal niveau neemt bijvoorbeeld sterk toe. De verhoudingen verschuiven voortdurend.
Kwaliteit van bestuur
•Centrumlanden: het bestuur is hier doorgaans goed geregeld.
•Periferielanden: de kwaliteit van bestuur is vaak veel slechter, met veel corruptie, een slechte rechtspraak en gebrek aan een vrije pers.
•Semi-periferie landen: zitten hier tussenin.
Indeling van landen: voorbeelden
De "Triade" en "BRICS/MIT"
Globaal kun je de volgende indeling hanteren:
•Centrumlanden (de "Triade"): Noordwest-Europa, Noord-Amerika, Japan. Australië wordt hier vaak ook bij gerekend.
•Semi-periferie landen (BRICS en MIT landen):
•BRICS: Brazilië, Rusland, India, China, Zuid-Afrika.
•MIT: Mexico, Indonesië, Turkije. (Er is over deze indeling veel te discussiëren, gezien de ontwikkelingen in landen als Rusland en Zuid-Afrika.)
•Periferie landen: veel landen ten zuiden van de Sahara in Afrika.
Indeling is niet altijd eenvoudig: Qatar en Gabon
De indeling in het model lijkt soms simpel, maar dat is het niet altijd. Landen kunnen kenmerken van meerdere categorieën vertonen, waardoor het belangrijk is om te kijken welk kenmerk het meest relevant is voor de vraag die gesteld wordt.
•Qatar:
•Argument voor periferie/semi-periferie: de inkomsten komen hoofdzakelijk uit grondstoffenhandel (olie en gas).
•Argument voor centrumland: ze hebben een enorm hoog BNP per hoofd.
•Gabon:
•Argument voor periferieland: 50% van de bevolking werkt in de landbouw.
•Argument voor semi-periferieland: het BNP per hoofd is $12.000 (wat binnen de semi-periferiecategorie valt).
Je moet dus altijd bekijken: over welk kenmerk gaat het eigenlijk? En waarop wordt een indeling gebaseerd?
Toepassing op verschillende schaalniveaus
De centrum-periferieverhoudingen zijn overal te vinden en kunnen op verschillende schaalniveaus worden toegepast:
•Mondiaal schaalniveau: de indeling van landen zoals we die net besproken hebben.
•Nationaal schaalniveau: binnen een land kunnen er welvarende regio's (centra) en minder welvarende regio's (periferieën) zijn.
•Regionaal schaalniveau: denk aan provincies of delen van Europa.
•Lokaal schaalniveau: zelfs binnen je eigen stad kun je centrum-periferieverhoudingen zien, bijvoorbeeld in de aanwezigheid van rijke en arme buurten, of een bedrijvig stadscentrum versus een rustige buitenwijk.
China: een complex geval in het model
Vaak wordt de vraag gesteld waarom China, ondanks zijn stijgende welvaart, nog steeds vaak als semi-periferieland wordt aangeduid. Dit kun je analyseren met het stappenplan dat we eerder hebben doorlopen.
De belangrijkste indeling is gebaseerd op welvaart, gemeten naar BNP per hoofd. China's BNP per hoofd valt nog vaak binnen de categorie van semi-periferielanden. Daarnaast exporteert China veel industrieproducten, wat kenmerkend is voor een land met een sterke industriële sector, typisch voor de semi-periferie.
Toch zijn er ook argumenten om China als (wordend) centrumland te beschouwen:
•De macht en invloed van China op wereldniveau nemen exponentieel toe.
•China heeft inmiddels ook veel hoofdkantoren van internationaal opererende bedrijven.
Dit voorbeeld illustreert dat indelingen niet altijd zwart-wit zijn en dat je moet kijken naar een combinatie van kenmerken en de context. Het centrum-periferiemodel helpt wel om de structurele verhoudingen in de wereld te begrijpen en te verklaren.













