Waarvoor staat HDI?
Leerdoelen
•Je kunt de verschillende manieren benoemen om welvaart en welzijn van een land te meten.
•Je kunt de nadelen van het bruto nationaal product (BNP) per hoofd als maatstaf voor welvaart uitleggen.
•Je kunt het verschil tussen sociale ongelijkheid en regionale ongelijkheid uitleggen aan de hand van concrete voorbeelden.
Bruto nationaal product (BNP) per hoofd
De meest gangbare en toegepaste manier om welvaart te meten, is door het bruto nationaal product (BNP) per hoofd van de bevolking te berekenen. Dit getal vertegenwoordigt alle inkomsten van een land, gedeeld door het aantal inwoners. Het wordt meestal uitgedrukt in dollars of euro’s.
Voordelen
Het BNP per hoofd heeft enkele duidelijke voordelen:
•Het maakt een snelle en eenvoudige vergelijking tussen landen mogelijk.
•Er zijn veel gegevens over beschikbaar, zowel in atlassen als in statistieken voor toetsvragen.
Nadelen
Hoewel het BNP per hoofd een nuttige maatstaf is, vertelt het niet het hele verhaal en kent het belangrijke nadelen:
Koopkracht
Het BNP per hoofd houdt geen rekening met de koopkracht in een land. Koopkracht verwijst naar hoeveel je met een bepaald bedrag kunt kopen. Wat in het ene land duur is, kan in het andere land veel goedkoper zijn.
Voorbeeld: De prijs van een Big Mac hamburger, die overal ter wereld dezelfde ingrediënten heeft, kan sterk verschillen. In Venezuela is een Big Mac bijvoorbeeld een stuk goedkoper dan in Zwitserland. Dit prijsverschil is een uitdrukking van de koopkracht: voor hetzelfde geldbedrag kun je in het ene land meer kopen dan in het andere. Het BNP per hoofd houdt hier geen rekening mee.

Inkomensverschillen binnen een land
Het BNP per hoofd is een gemiddelde en maskeert grote inkomensverschillen binnen een land. Het vertelt niet hoe de rijkdom verdeeld is over de bevolking of tussen verschillende gebieden. Er kunnen zowel rijke als arme mensen, en rijke als arme regio's zijn in één land, die het gemiddelde getal beïnvloeden.
Welzijn niet meegenomen
De maatstaf houdt geen rekening met het welzijn van de bevolking, wat veel meer omvat dan alleen financiële inkomsten.
Informele sector en zelfvoorzienende landbouw
In veel landen is er een aanzienlijke informele sector (diensten die niet officieel geregistreerd zijn) en zelfvoorzienende landbouw (boeren die voor eigen gebruik produceren). Deze economische activiteiten worden niet meegenomen in het BNP per hoofd, waardoor een deel van de werkelijke welvaart buiten beeld blijft.
Welvaart versus welzijn
Om een completer beeld te krijgen van hoe goed het met een land gaat, is het belangrijk om zowel naar welvaart als naar welzijn te kijken.
Indicatoren voor welvaart
Naast het BNP per hoofd zijn er andere indicatoren die iets zeggen over de welvaart van een land:
•Samenstelling van de beroepsbevolking: hoe groter het percentage van de beroepsbevolking dat in de landbouw werkt, hoe armer een land doorgaans is. Een vuistregel is: als 30% van de beroepsbevolking in de landbouw werkt, wordt het land als arm beschouwd.
Indicatoren voor welzijn
Welzijn gaat over de levenskwaliteit van de inwoners. Belangrijke maatstaven hiervoor zijn:
•Zuigelingensterfte: het aantal kinderen dat sterft tussen nul en één jaar. Hoe lager de zuigelingensterfte, hoe beter de gezondheidszorg en leefomstandigheden.
•Levensverwachting: de gemiddelde leeftijd die mensen in een land bereiken. Een hoge levensverwachting duidt op goede gezondheidszorg, voeding en leefomstandigheden.
•Alfabetiseringsgraad: het percentage mensen dat kan lezen en schrijven. Soms zie je ook het percentage analfabeten (mensen die niet kunnen lezen en schrijven), wat het tegenovergestelde is. Een hoge alfabetiseringsgraad wijst op een goed onderwijssysteem.
Human Development Index (HDI)
De Human Development Index (HDI), ook wel de VN-welzijnsindex genoemd, combineert deze welzijnsindicatoren (zuigelingensterfte, levensverwachting en alfabetiseringsgraad) met de koopkracht van de bevolking om een uitgebreider beeld te geven van het welzijn in een land.
Aanvullende indicatoren voor welvaart
Om echt goed te bepalen hoe welvarend een land is en hoe de welvaart zich in de toekomst kan ontwikkelen, zijn aanvullende gegevens nodig.
Handelsbalans: import en export
De handelsbalans geeft inzicht in de waarde van de goederen die een land importeert en exporteert:
•Wat wordt geëxporteerd? Landen die voornamelijk grondstoffen exporteren, verdienen hier minder aan dan landen die duurdere, bewerkte producten of diensten exporteren (bijvoorbeeld machines).
•Waarheen wordt geëxporteerd? Export naar rijkere landen kan hogere prijzen opleveren dan export van hetzelfde product naar armere landen.
•Wat wordt geïmporteerd? Zijn het dure eindproducten of goedkope grondstoffen?
Interne afzetmarkt
Voor de handelsbalans en de algehele welvaart is ook de interne afzetmarkt van belang. Een grote bevolking is gunstig, maar alleen als deze bevolking ook voldoende koopkracht heeft om producten te kopen. Een land met veel inwoners die straatarm zijn, zal bijvoorbeeld weinig iPhones verkopen, ongeacht de bevolkingsgrootte.
Verdeling van de beroepsbevolking over sectoren
De beroepsbevolking kan worden onderverdeeld in drie sectoren:
1.Landbouw (primaire sector): hier wordt doorgaans het minste geld verdiend. Zoals eerder genoemd: als 30% van de beroepsbevolking in de landbouw werkt, is het land arm.
2.Industrie (secundaire sector): hier wordt meer verdiend dan in de landbouw. Veel semi-periferielanden, zoals de BRICS-landen (Brazilië, Rusland, India, China, Zuid-Afrika), hebben veel geld verdiend met industrie.
3.Diensten (tertiaire en quartaire sector): hier wordt gemiddeld het meest verdiend. Deze sector is vooral dominant in Noord-Amerika en West-Europa.
Hoe meer mensen in de dienstensector werken, hoe hoger het gemiddelde inkomen en daarmee de welvaart van een land.
Samenstelling van de bevolking
De samenstelling van de bevolking, vaak af te lezen uit een bevolkingsgrafiek, heeft invloed op de huidige en toekomstige welvaart van een land.
Jonge bevolking (0-15 jaar)
Een groot aantal jonge mensen (onder de 15 jaar) betekent een potentiële grote beroepsbevolking over 20-25 jaar. Dit is gunstig, mits er voldoende banen zijn; anders bestaat het risico op hoge werkloosheid.
Werkende bevolking (20-45 jaar)
Een groot deel van de bevolking in de leeftijdscategorie 20-45 jaar is gunstig voor de industrie. Een overschot aan arbeidskrachten kan leiden tot meer concurrentie op de arbeidsmarkt, waardoor de lonen dalen. Dit trekt vaak MNO’s (multinationale ondernemingen) aan die op zoek zijn naar goedkope arbeid.
Oudere bevolking (65+)
Een toenemend aantal mensen boven de 65 jaar duidt op vergrijzing. Deze groep is economisch gezien vaak minder productief en kost de maatschappij juist veel geld (zorgkosten, pensioenen), wat de toekomstige welvaart van een land kan beïnvloeden.
Ongelijkheid in welvaart: sociaal en regionaal
Welvaart is niet altijd gelijk verdeeld binnen een land. Dit kan zich op twee manieren uiten:
Sociale ongelijkheid
Sociale ongelijkheid verwijst naar welvaartsverschillen tussen verschillende groepen mensen binnen een samenleving.
•Etniciteit: in sommige landen, zoals Brazilië, is er een verband tussen etniciteit en welvaart. Een donkere huidskleur kan daar bijvoorbeeld correleren met een grotere kans op een lagere welvaart.
•Opleidingsniveau: mensen met een hogere opleiding hebben doorgaans een hogere welvaart. Opleidingsniveau is vaak ook gerelateerd aan de welvaart van het gezin waaruit iemand komt; een rijker gezin kan meer investeren in aanvullende opleidingen.
Regionale ongelijkheid
Regionale ongelijkheid beschrijft de ongelijke verdeling van welvaart over verschillende geografische gebieden binnen een land.
•Ligging en natuurlijke hulpbronnen: de aanwezigheid van delfstoffen (bijvoorbeeld olie, diamanten) of vruchtbare grond op bepaalde plekken kan leiden tot welvaartsverschillen. Als bevolkingsgroepen ongelijk verdeeld zijn over deze rijke en arme gebieden, versterkt dit de ongelijkheid.
•Invloed van kolonialisme: in Afrikaanse landen zie je bijvoorbeeld dat kuststeden en -dorpen tijdens het kolonialisme vaak sneller groeiden en welvarender werden, omdat ze dienden als handelsposten en transportknooppunten voor de koloniale machten. Dit leidde tot een achterstand in de ontwikkeling van het binnenland en veroorzaakte regionale ongelijkheid.
India als voorbeeld: waarom nog geen welvarend land?
India is een land waar de welvaart enorm groeit. Toch wordt het (nog) niet gerekend tot de welvarende landen of de centrumlanden. Dit komt door een combinatie van de eerder besproken maatstaven:
•Het BNP per hoofd in India is, ondanks de groei, nog steeds relatief laag.
•Een groot percentage van de bevolking werkt in de landbouw, wat wijst op een lagere gemiddelde welvaart.
•De export van India bestaat voor een groot deel uit grondstoffen en landbouwproducten, wat minder winstgevend is dan de export van hoogwaardige industriële producten of diensten.













