Geofactoren: wederzijdse invloed van mens, klimaat en landschap

Geofactoren: wederzijdse invloed van mens, klimaat en landschap

Verberg docent
Afspelen
Geluid uitzetten
Afspeelsnelheid
00:00 / 19:30
Ondertiteling/CC
Instellingen
Volledig scherm
Oefenen
Examentraining

Test je kennis met de 2 examenvragen die aan dit onderwerp zijn gekoppeld.

Maak de 2 opgaven die bij dit onderwerp horen.
Samenvatting

Leerdoelen

Je kunt uitleggen wat een geofactor is.

Je kunt uitleggen waarom een landschap een dynamisch systeem is.

Je kunt de invloed van klimaatverandering op verschillende landschapszones benoemen en toelichten.

Wat zijn geofactoren?

Geofactoren zijn alle elementen die invloed hebben op het landschap en elkaar wederzijds beïnvloeden. Deze factoren bepalen hoe een landschap eruitziet en hoe het zich ontwikkelt. De relatie tussen deze factoren is constant in beweging, waardoor landschappen voortdurend veranderen.

Biotische en abiotische factoren

Bij geofactoren maken we onderscheid tussen levende en niet-levende elementen.

Biotische factoren zijn levende onderdelen van het landschap, zoals de mens, flora (planten) en fauna (dieren).

Abiotische factoren zijn niet-levende onderdelen, zoals het klimaat, gesteente, reliëf, bodem, water en lucht.

Al deze factoren staan in wisselwerking met elkaar. Verandert één factor, dan heeft dat vaak direct gevolgen voor andere factoren. Dit noemen we terugkoppelingseffecten. Als bijvoorbeeld de mens ingrijpt in een landschap door bomen te kappen, heeft dit gevolgen voor het klimaat (minder CO2-opname), de bodem (meer erosie) en de waterhuishouding (snellere afvoer van water).

Een dynamisch systeem

Door deze constante wisselwerking en terugkoppelingseffecten is een landschap een dynamisch systeem. Dit betekent dat een landschap nooit stilstaat, maar altijd in ontwikkeling is. De mens speelt hierin een zeer dominante rol. Wij zijn de meest bepalende geofactor en hebben de grootste impact op de veranderingen in het landschap.

Om de complexiteit van deze relaties te begrijpen, kun je denken aan een schema met de mens bovenaan, gesteente, ondergrond en klimaat daaronder, en daartussen elementen als bodem, water, lucht, flora en fauna. Alle onderdelen beïnvloeden elkaar onophoudelijk.

Afbeelding

Belangrijke geofactoren voor landschappen

Naast de mens zijn er ook andere geofactoren die essentieel zijn voor het ontstaan en de ontwikkeling van landschappen:

Klimaat: Hoeveel neerslag valt er en wanneer? Wat zijn de temperaturen in de zomer en winter? Deze informatie is cruciaal om te bepalen of een gebied geschikt is voor bijvoorbeeld landbouw.

Gesteente: Het type gesteente in een gebied bepaalt, na verwering (afbraak van gesteente) en erosie (vervoer van afbraakmateriaal), de samenstelling van de bodem. Is het klei of zand? Dit heeft grote invloed op de vruchtbaarheid van de bodem.

Reliëf: De hoogte en steilheid van een landschap bepalen hoeveel water er afstroomt en hoe snel. Hoe steiler, hoe sneller het water naar beneden stroomt, wat kan leiden tot meer erosie.

Deze factoren vormen de basis van de fysische dimensie van een landschap.

De invloed van de mens: landbouw en landschapsverandering

De mens is een krachtige geofactor die landschappen ingrijpend kan veranderen, vaak met als doel het land geschikt te maken voor landbouw.

Voorbeeld van een veranderend landschap: Frankrijk

Stel je een bergachtig gebied voor in Zuidoost-Frankrijk, op 1100 meter boven zeeniveau met een CS-klimaat (mediterraan klimaat met droge zomers) en een ondergrond van schalie en leisteen.

Om dit gebied geschikt te maken voor landbouw, moest de mens ingrijpen. De hellingen waren te steil en bedekt met bos. De eerste stap was ontbossen: bomen werden gekapt om plaats te maken voor gewassen. Dit had directe gevolgen:

Minder CO2-opname door bomen, wat de samenstelling van de lucht beïnvloedt.

Minder evapotranspiratie (verdamping van water door planten), wat kan leiden tot toenemende droogte in het gebied.

Snellere afstroming van water op de kale hellingen, met als gevolg meer erosie en het wegspoelen van vruchtbare bodem.

Om deze erosie tegen te gaan en de helling bruikbaar te maken, bouwden mensen terrassen: vlakke stukken grond op verschillende hoogtes, ondersteund door muurtjes. Dit vermindert de steilheid en vertraagt de waterafvoer.

Dit voorbeeld laat zien hoe de mens zich aanpast aan de natuurlijke omstandigheden en tegelijkertijd het landschap vormt. Het voormalige bos op een helling transformeert naar landbouwgrond.

Landbouw en kringlopen

De landbouw heeft een grote impact op de natuurlijke kringlopen. In een natuurlijk ecosysteem vallen bladeren van planten en bomen op de grond, bemesten deze, en voeden zo nieuwe plantjes. Dit is een gesloten kringloop. Zodra de mens gewassen gaat telen en deze van het land haalt, wordt deze voedselkringloop doorbroken.

Om toch hoge opbrengsten te krijgen, wordt vaak monocultuur toegepast: het telen van steeds hetzelfde gewas op een groot oppervlak.

Monocultuur beïnvloedt de vruchtbaarheid van de bodem op verschillende niveaus:

Chemisch: De voedingsstoffen in de bodem (zoals fosfor, kalium en stikstof) worden sneller uitgeput door de constante vraag van één type gewas. De mens vult dit vaak aan met kunstmest.

Fysisch: De bodemstructuur, de hoeveelheid lucht en water in de bodem en de korrelgrootte kunnen veranderen door intensieve bewerking en de afwezigheid van diverse gewassen.

Daarnaast beïnvloedt landbouw ook de waterkringloop. In droge gebieden is irrigatie (besproeien) nodig, terwijl in te natte gebieden kanalen worden aangelegd om water af te voeren. Dit verandert de waterbalans in de bodem, wat ook weer de vruchtbaarheid beïnvloedt.

Monocultuur: gevolgen voor de bodem en biodiversiteit

Hoewel monocultuur de opbrengst per hectare kan verhogen door specialisatie en geoptimaliseerd gebruik van kunstmest en water, maakt het de bodem ook kwetsbaarder.

Kwetsbaarheid: Wanneer een gewas van het land is, ligt de grond vaak braak en onbedekt. Dit maakt de bodem extra gevoelig voor erosie door wind en water.

Afname van biodiversiteit: Door slechts één gewas te telen, vermindert de variatie in planten- en dierenleven op en rond het land. Dit vermindert de natuurlijke weerbaarheid van het ecosysteem.

Risico op ziekten en plagen: Een monocultuur is zeer vatbaar voor ziektes of plagen die specifiek dat gewas aantasten. Als de oogst mislukt, heeft dat grote economische gevolgen, zoals het voorbeeld van de hazelnootoogst in Turkije jaren geleden, die 1% van het bruto nationaal product betrof.

Afbeelding

Waterbeheer door de mens

Menselijke invloed op de waterkringloop kan op twee manieren plaatsvinden:

Irrigatie: In droge gebieden voegt de mens water toe aan de bodem. Dit verandert de natuurlijke vochtbalans.

Drainage: In te natte gebieden legt de mens kanalen en sloten aan om water af te voeren, wat de lucht-waterverhouding in de bodem verandert.

De vraag blijft of deze ingrepen duurzaam zijn op de lange termijn en of de bodem en het ecosysteem deze constante aanpassingen kunnen blijven verwerken.

Menselijke ingrepen

In een vallei in de omgeving van Granada in Spanje zie je direct verschillende menselijke aanpassingen:

Ontbossing: Oorspronkelijke bossen zijn gekapt.

Rivieraanpassing: De rivier die hier stroomde, is drooggelegd en vervangen door landbouwgrond.

Verstedelijking: Er zijn stedelijke gebieden ontstaan.

Infrastructuur: Wegen en andere bouwwerken zijn aangelegd.

Bij het analyseren van zulke landschappen kun je de volgende vragen stellen:

1.Welke ingrepen zie je? (De opsomming hierboven is een goed startpunt).

2.Waarom zijn deze ingrepen hier gedaan? (Bijvoorbeeld: een rivier en vruchtbare bodem maken het aantrekkelijk voor landbouw; ontbossing om meer akkerland te creëren.)

3.Wat zijn de gevolgen van deze ingrepen voor de bodem? (Bijvoorbeeld: verschraling, uitputting van voedingsstoffen.)

4.Wat zijn de effecten op de flora en fauna en de biodiversiteit? (Bijvoorbeeld: afname van soorten door habitatverlies.)

Deze vragen helpen je om de wisselwerking tussen geofactoren in een specifiek landschap te verklaren.

Klimaatverandering en landschapszones

De mens heeft, vooral sinds de industriële revolutie, fossiele brandstoffen gebruikt, wat heeft geleid tot een versterkt broeikaseffect. Dit heeft grote gevolgen voor het klimaat en daarmee voor het landschap.

Invloed van de mens

Het gebruik van fossiele brandstoffen heeft geleid tot een toename van broeikasgassen in de atmosfeer, waardoor de aarde opwarmt. Dit resulteert in een onrustigere atmosfeer en extremer weer. Denk aan het smelten van landijs, meer overstromingen, langere periodes van droogte en een toename van erosie. Deze veranderingen hebben op hun beurt weer invloed op de kwaliteit van landbouwgrond en de biodiversiteit. Het is een duidelijk voorbeeld van een terugkoppelingseffect: menselijke activiteit beïnvloedt het klimaat, wat het landschap verandert, wat weer nieuwe uitdagingen voor de mens creëert.

Gevolgen van klimaatverandering per landschapszone

De opwarming van de aarde beïnvloedt de verschillende landschapszones op verschillende manieren. De grenzen van deze zones verschuiven of vervagen.

Gematigde zone

In de gematigde zone zien we de volgende veranderingen:

CF-klimaten (het hele jaar neerslag) veranderen in CS-klimaten (klimaten met een droge periode), zoals in Nederland steeds duidelijker wordt.

Meer neerslag (in sommige periodes) leidt tot meer erosie en vaker overstromingen.

Vegetatie verandert: er verschijnen planten die normaal niet in deze zone zouden groeien.

De landbouw is niet overal meer even succesvol door veranderende omstandigheden.

Tropische en aride zones

Deze zones worden geconfronteerd met veel meer droogte:

Gebieden die al droog zijn, worden nog droger, en ook andere gebieden ervaren droogte.

Dit leidt tot problemen met de drinkwatervoorziening en minder landbouwmogelijkheden, omdat stukken land onvruchtbaar worden.

De overgebleven vruchtbare gebieden worden intensiever gebruikt, wat kan leiden tot overbeweiding of uitputting van de bodem.

Koudere zones (polair en boreaal)

In de koudere zones, zoals de polaire en boreale zones, zijn de gevolgen ook ingrijpend:

Permafrost (permanent bevroren ondergrond) verdwijnt, waardoor de bodem instabiel wordt.

Vegetatie verandert en soorten die afhankelijk zijn van koude leefomstandigheden verdwijnen, wat leidt tot afname van de biodiversiteit (denk aan de ijsbeer).

Bodemdaling treedt op als gevolg van het smelten van permafrost.

Het vervagen van landschapsgrenzen

Door toenemende droogte in meer gebieden rukken woestijnen op, zowel naar het noorden (subtropische zone) als naar het zuiden (tropische zone). Vegetatie verandert door langere droge periodes en veranderende neerslagpatronen. Op sommige plekken stijgt juist het grondwater doordat gletsjers smelten en rivieren voller zijn.

De toename van erosie als gevolg van hardere wind of meer neerslag op braakliggende grond vermindert de vruchtbaarheid van bodems. Een toendra (met mos en kleine plantjes) kan veranderen in een naaldwoud, en een naaldwoud kan veranderen in een loofbos. Deze veranderingen vinden niet overal even snel plaats, waardoor de grenzen tussen de landschapszones steeds minder scherp te trekken zijn.

Deze verschuivingen hebben niet alleen gevolgen voor de natuur, maar ook voor de mens, bijvoorbeeld voor onze gezondheid en veiligheid, door nieuwe ziektes of gedwongen migratie als gebieden onleefbaar worden.

Het Nederlandse polderlandschap en klimaatverandering

Kan het typisch Nederlandse polderlandschap ook zo veranderen? Het Nederlandse polderlandschap, dat voor een groot deel bestaat uit landbouwgrond, wordt gekenmerkt door een zorgvuldige regulering van de waterstand. Polders worden drooggelegd en drooggemalen, en de waterstand wordt actief beheerd om niet te nat (slecht voor tarwe) of te droog (slecht voor mais) te zijn. De bodems zijn vaak vruchtbaar, bestaand uit klei en veen.

Klimaatverandering leidt ook hier tot uitdagingen:

Zeespiegelstijging: Dit kan leiden tot verzilting van de bodems, waardoor ze minder vruchtbaar worden voor traditionele landbouwgewassen.

Periodes van droogte: Langere droge periodes beïnvloeden de gewassen en kunnen extra irrigatie noodzakelijk maken.

Extreme neerslag: Zware regenval leidt tot meer afstroming, erosie en mogelijk wateroverlast, wat de vruchtbaarheid van de bodem kan aantasten.

Als landbouwgrond in polders niet meer goed bruikbaar is door deze veranderingen, zal ander gebruik van de grond waarschijnlijk toenemen. Dit kan betekenen dat het kenmerkende veenweidelandschap, zoals we dat nu kennen, geleidelijk zal verdwijnen of significant zal veranderen.

Veelgestelde vragen
Bekijk ook
4,8

Voeg je bij ruim 80.000 leerlingen die al leren met JoJoschool

Helemaal compleet!

Alle informatie die ik voor mijn toetsen moet kennen is aanwezig, de powerpoints zijn duidelijk en makkelijk te begrijpen. De opdrachten passen altijd goed bij het onderwerp en ondersteunen goed bij het leren. JoJoschool is erg overzichtelijk voor mij!

Heel overzichtelijk

Ik gebruik het nu voor Biologie, het werkt ontzettend goed, het is heel overzichtelijk en alles wordt behandeld. Hoog rendement haal ik met leren, geen langdradige verhalen, maar ook niet te moeilijk. Het houdt ook automatisch bij hoe ver je bent.

Beter dan YouTube

Het is voor mij een erg goede manier om de leerstof voor toetsen te begrijpen. De video’s zijn een stuk duidelijker en beter dan de meeste video’s op YouTube.

Waarom kies je voor JoJoschool?

Hoger scoren

86% van onze leerlingen zegt hoger te scoren.

Betaalbaar en beter

Een alternatief op dure bijles, altijd uitgelegd door bevoegde docenten.

Sneller begrijpen

83% van onze leerlingen zegt onderwerpen sneller te begrijpen.

Ontdek JoJoschool 🎁

Met ons overzichtelijke platform vol met lessen en handige tools heb je alles voor school binnen handbereik. Maak je account aan en ervaar het zelf!

“Door JoJoschool kan ik makkelijker en beter leren” - Anne, 3 havo
Cookies
Meer uitleg

Om deze website goed te laten werken plaatsen we functionele cookies. We plaatsen analytische cookies om te bepalen welke onderdelen van de website het meest interessant zijn voor bezoekers. We plaatsen marketing cookies om de effectiviteit van onze campagnes te kunnen meten.