De wet van afnemende meeropbrengsten houdt in dat de extra productie die je krijgt van elke extra eenheid van een productiefactor (zoals kapitaal) uiteindelijk afneemt, terwijl de andere productiefactoren constant blijven. Dit geldt ook voor kapitaalintensieve productie. Wanneer je steeds meer kapitaal toevoegt, bijvoorbeeld door extra machines te kopen, zal de extra productie die elke nieuwe machine toevoegt uiteindelijk kleiner worden. Dit komt doordat er een punt komt waarop de andere productiefactoren, zoals de beschikbare ruimte of het aantal werknemers, een beperking vormen.
Voorbeeld:
Stel je voor dat je een fabriek hebt die T-shirts produceert en je koopt steeds meer naaimachines (kapitaal). De eerste naaimachine zorgt voor een enorme toename in productie. Een tweede naaimachine voegt ook veel toe, maar misschien iets minder dan de eerste, omdat er nu twee machines zijn die de beschikbare ruimte en het aantal naaiers moeten delen. Een tiende naaimachine zal waarschijnlijk nog maar heel weinig extra T-shirts produceren, omdat er niet genoeg ruimte meer is om efficiënt te werken, of niet genoeg personeel om alle machines te bedienen. De extra opbrengst per extra naaimachine neemt dus af.
Kortom, zelfs bij kapitaalintensieve productie dalen de meeropbrengsten uiteindelijk wanneer je steeds meer kapitaal toevoegt en andere productiefactoren gelijk blijven.