Tussen de eenheden milligram (mg) en gram (g) bestaan twee belangrijke voorvoegsels die kleinere eenheden van massa aanduiden: centigram (cg) en decigram (dg). Deze voorvoegsels helpen om preciezer te zijn bij het meten van gewichten die tussen milligrammen en grammen in liggen.
Hier is een overzicht van deze voorvoegsels en hun waarde ten opzichte van een gram:
- Milligram (mg): Dit is de kleinste van de genoemde eenheden. Eén milligram is één duizendste van een gram.
- 1 mg=0,001 g
- Centigram (cg): Dit is een eenheid die 10 keer groter is dan een milligram. Eén centigram is één honderdste van een gram.
- 1 cg=0,01 g
- 1 cg=10 mg
- Decigram (dg): Dit is een eenheid die 10 keer groter is dan een centigram (en 100 keer groter dan een milligram). Eén decigram is één tiende van een gram.
- 1 dg=0,1 g
- 1 dg=10 cg=100 mg
- Gram (g): Dit is de basiseenheid in dit rijtje.
De volgorde van deze eenheden van klein naar groot is dus:
Milligram (mg) → Centigram (cg) → Decigram (dg) → Gram (g)
Voorbeeld:
Stel je hebt een voorwerp dat 0,05 gram weegt.
- Om dit om te zetten naar milligrammen: 0,05 g×1000=50 mg
- Om dit om te zetten naar centigrammen: 0,05 g×100=5 cg
- Om dit om te zetten naar decigrammen: 0,05 g×10=0,5 dg