Een plantencel is opgebouwd uit miljoenen kleine bouwsteentjes, elk met een eigen taak. Sommige onderdelen komen ook voor in dierlijke cellen, terwijl andere specifiek zijn voor plantencellen.
Onderdelen die zowel in planten- als dierlijke cellen voorkomen:
- Celmembraan: Dit is een dun vliesje dat om het cytoplasma heen zit en regelt welke stoffen de cel in en uit gaan. Het werkt als een 'poortwachter'.
- Celkern: Hierin zit het erfelijk materiaal (DNA) van de cel en het regelt alle processen in de cel. Dit is het 'regelcentrum' of de 'baas' van de cel.
- Cytoplasma: Dit is de geleiachtige vloeistof die de cel vult, inclusief de organellen. Het grondplasma is de vloeistof zelf met opgeloste stoffen.
- Mitochondriën: Deze organellen zijn verantwoordelijk voor de energieproductie van de cel. Ze zetten glucose om in energie en zijn de 'energiecentrales' van de cel.
- Ribosomen: Kleine structuren die eiwitten maken.
- Golgi-apparaat: Dit organel bewerkt, sorteert en verpakt eiwitten en vetten.
Onderdelen die specifiek zijn voor plantencellen:
- Celwand: Dit is een stevige buitenlaag die de cel bescherming en ondersteuning geeft. Het zorgt voor de stevigheid van de plant en werkt als een 'muur' om de cel.
- Centrale vacuole: Dit is een grote blaas gevuld met vocht en opgeloste stoffen die de cel stevigheid geeft en afvalstoffen opslaat. Als de vacuole vol is, is de cel stevig. Bij jonge cellen zijn er vaak meerdere kleine vacuolen die later samensmelten tot één grote centrale vacuole.
- Bladgroenkorrels (chloroplasten): Deze bevatten chlorofyl en zijn de plek waar fotosynthese plaatsvindt, zodat de plant zijn eigen voedsel (glucose) kan maken met behulp van zonlicht. Ze geven de plant ook zijn groene kleur en zijn de 'fabriekjes' van de cel. Bladgroenkorrels zijn een type plastide.
- Kleurstofkorrels (chromoplasten): Deze geven plantendelen, zoals bloemen en vruchten, hun kleur. Ze zijn ook een type plastide.
- Zetmeelkorrels (leukoplasten): Hierin wordt zetmeel opgeslagen als energiereserve. Ze zijn ook een type plastide.
Deze onderdelen werken samen om de plantencel te laten functioneren en de plant te laten groeien en leven.