Industrialisatie is het proces waarbij een samenleving overgaat van een agrarische en handmatige economie naar een industriële economie, gekenmerkt door de opkomst van fabrieken, machines en massaproductie. Dit leidde tot grote veranderingen in werk, leven en maatschappij.
Modern imperialisme verwijst naar de periode van ongeveer 1870 tot 1914, waarin Europese landen en de Verenigde Staten hun macht en invloed wereldwijd uitbreidden door koloniën te veroveren en te besturen. Belangrijke drijfveren hiervoor waren de zoektocht naar grondstoffen voor de groeiende industrie en nieuwe afzetmarkten voor de geproduceerde goederen. Ook speelden politieke motieven, zoals nationalisme en machtsvertoon, en culturele motieven, zoals de verspreiding van de westerse cultuur, een rol.
De industrialisatie en het modern imperialisme zijn nauw met elkaar verbonden. De industriële revolutie creëerde een enorme vraag naar grondstoffen (zoals katoen, rubber, olie) die vaak in andere werelddelen te vinden waren, en de behoefte aan nieuwe markten om de overvloedige industriële producten te verkopen. De technologische vooruitgang door industrialisatie (zoals stoomschepen, spoorwegen en geavanceerde wapens) maakte het bovendien mogelijk voor Europese landen om hun invloed over grote afstanden uit te oefenen en koloniën efficiënter te beheren en te verdedigen.