Wanneer gebruik je 'is' of 'zijn' bij hoeveelheden?

Wanneer gebruik je 'is' of 'zijn' bij hoeveelheden?

NederlandsNederlands

Wanneer gebruik je 'is' of 'zijn' bij hoeveelheden?

Wanneer gebruik je 'is' of 'zijn' bij hoeveelheden?

Antwoord van Ainstein

Wanneer je 'is' of 'zijn' gebruikt bij hoeveelheden, hangt het af van hoe je de hoeveelheid ziet. Voor een specifieke hoeveelheid, zoals '500 liter', gebruik je meestal 'is'. Dit komt omdat de hoeveelheid, ook al is het getal groot, als één geheel wordt beschouwd.

Voorbeeld:

  • '500 liter is veel water.'
  • '100 kilogram is een zwaar gewicht.'
  • '20 euro is genoeg voor de lunch.'

In deze gevallen wordt de hoeveelheid als een enkel concept of eenheid gezien. Als je echter over meerdere afzonderlijke items spreekt, dan gebruik je 'zijn'.

Voorbeeld:

  • 'De 500 literflessen zijn leeg.' (Hier gaat het over de flessen, niet de hoeveelheid water zelf.)
Wil je betere cijfers halen?
  • Extra uitleg en oefenen voor elk boek op school
  • Stel vragen en krijg direct antwoord
  • Video's, samenvattingen, oefenen, AI-tutor, woordjes leren en examentraining