ATP (adenosinetrifosfaat) wordt omgezet in ADP (adenosinedifosfaat) om energie vrij te maken die de cel nodig heeft voor allerlei levensprocessen. Je kunt ATP zien als een 'volle batterij' met veel opgeslagen energie, en ADP als een 'lege batterij' met minder energie.
Wanneer een cel energie nodig heeft, wordt er een fosfaatgroep van het ATP-molecuul afgesplitst. De chemische energie die in de binding van deze fosfaatgroep zat, komt dan vrij. Deze vrijgekomen energie kan door de cel worden gebruikt voor belangrijke functies, zoals:
- Spierbeweging: Zodat je kunt bewegen.
- Opbouw van moleculen: Voor het maken van nieuwe eiwitten, vetten en andere stoffen die de cel nodig heeft.
- Transport van stoffen: Om bijvoorbeeld voedingsstoffen in de cel te brengen of afvalstoffen eruit te verwijderen.
De reactie waarbij ATP wordt omgezet in ADP en energie vrijkomt, kan als volgt worden weergegeven:
ATP→ADP+Pi+energie
Hierbij staat Pi voor een anorganische fosfaatgroep. Dit is een continu proces in je lichaam, waarbij ATP voortdurend wordt 'ontladen' om energie te leveren.