Het verschil tussen nominaal inkomen en reëel inkomen is belangrijk om te begrijpen hoe je koopkracht verandert.
Nominaal inkomen
Dit is het bedrag aan geld dat je verdient, bijvoorbeeld je loon of salaris, zonder rekening te houden met prijsveranderingen. Het is het 'kale' bedrag dat op je loonstrookje staat. Als je bijvoorbeeld €1500 per maand verdient, is dat je nominale inkomen.
Reëel inkomen
Dit is je nominale inkomen gecorrigeerd voor inflatie (prijsstijgingen). Het geeft aan hoeveel goederen en diensten je daadwerkelijk kunt kopen met je inkomen. Reëel inkomen is dus een maatstaf voor je koopkracht. Als de prijzen stijgen (inflatie), kun je met hetzelfde nominale inkomen minder kopen, waardoor je reële inkomen daalt.
Verhouding tot koopkracht
Je koopkracht wordt direct bepaald door je reële inkomen.
- Als je reële inkomen stijgt, kun je meer kopen en neemt je koopkracht toe.
- Als je reële inkomen daalt, kun je minder kopen en neemt je koopkracht af.
De relatie kan ook worden uitgedrukt met de volgende formule voor procentuele veranderingen:
% verandering reëel inkomen ≈ % verandering nominaal inkomen - % inflatie
Voorbeeld
Stel, je werkt parttime en je nominale inkomen is in 2023 €800 per maand.
In 2024 krijg je loonsverhoging en stijgt je nominale inkomen naar €824 per maand. Dit is een stijging van 3% (€24 / €800 * 100%).
Tegelijkertijd zijn de prijzen van goederen en diensten (inflatie) in dat jaar met 4% gestegen.
Om te bepalen wat er met je koopkracht is gebeurd, bereken je de verandering in je reële inkomen:
% verandering reëel inkomen = 3% (nominale stijging) - 4% (inflatie) = -1%.
Dit betekent dat je in 2024, ondanks een hoger nominaal loon, 1% minder kunt kopen dan in 2023. Je reële inkomen en daarmee je koopkracht zijn dus gedaald. Je kunt minder spullen kopen met je geld, ook al krijg je meer betaald.