Een lijndiagram bij een klassenindeling wordt ook wel een frequentiepolygoon genoemd. Het is een manier om de gegevens uit een klassenindeling visueel weer te geven, zodat je snel kunt zien hoe de data verdeeld is, bijvoorbeeld waar de meeste waarnemingen vallen.
Je gebruikt klassenmiddens en frequenties om dit diagram te tekenen om de volgende redenen:
- Klassenmiddens: Bij een klassenindeling heb je geen exacte individuele waarden, maar alleen intervallen (klassen). Het klassenmidden is de beste representatie van alle waarnemingen binnen zo'n specifieke klasse.
- Frequenties: De frequentie van een klasse vertelt je hoeveel waarnemingen er in die specifieke klasse vallen.
Door de frequenties boven de klassenmiddens te plaatsen en deze punten met lijnen te verbinden, krijg je een duidelijk beeld van hoe de data verdeeld is.
Stappen om een lijndiagram (frequentiepolygoon) te tekenen:
- Bereken de klassenmiddens en bepaal de frequenties: Zorg dat je voor elke klasse het klassenmidden hebt berekend en de bijbehorende frequentie weet.
- Teken een assenstelsel:
- Op de horizontale as (x-as) zet je de klassenmiddens.
- Op de verticale as (y-as) zet je de frequenties.
- Zet de punten uit: Voor elk klassenmidden zet je een punt op de hoogte van de bijbehorende frequentie.
- Verbind de punten: Trek rechte lijnen tussen de opeenvolgende punten. Het is belangrijk dat je de punten verbindt met rechte lijnen, ook al voelt dat misschien wat hoekig aan. Bij statistiek gaat het hier meer om de punten dan om een vloeiende lijn.