In het Frans kennen we, net als in het Nederlands, drie trappen van vergelijking: de stellende trap (bijvoorbeeld: snel), de vergrotende trap (bijvoorbeeld: sneller) en de overtreffende trap (bijvoorbeeld: snelst).
Hier is hoe je ze vormt:
-
De stellende trap (positief): Dit is de basisvorm van het bijvoeglijk naamwoord, zonder vergelijking.
- Voorbeeld:
Leon est gentil (Leon is aardig).
-
De vergrotende trap (comparatief): Deze trap gebruik je om aan te geven dat iets 'meer', 'minder' of 'net zo' is dan iets anders.
- Meer dan: Je gebruikt
plus vóór het bijvoeglijk naamwoord. Als je "dan" wilt zeggen in een vergelijking, gebruik je que.
- Voorbeeld:
Leon est plus gentil (Leon is aardiger).
- Voorbeeld:
Jean est plus gentil que Leo (Jean is aardiger dan Leo).
- Minder dan: Je gebruikt
moins vóór het bijvoeglijk naamwoord.
- Voorbeeld:
Jean est moins grand que Leo (Jean is minder groot dan Leo).
- Net zo / Even groot als: Je gebruikt
aussi vóór het bijvoeglijk naamwoord.
- Voorbeeld:
Jean est aussi grand que Leo (Jean is even groot als Leo).
-
De overtreffende trap (superlatief): Deze trap gebruik je om aan te geven dat iets 'het meest' of 'het minst' is.
- Je zet
le, la of les vóór plus (voor 'het meest') of moins (voor 'het minst'), afhankelijk van het geslacht en het aantal van het onderwerp.
- Voorbeeld:
Jean est le plus gentil (Jean is het aardigst).
- Voorbeeld:
Marie est la moins grande (Marie is het minst groot).
Uitzondering voor 'goed, beter, best':
Dit zijn onregelmatige vormen die je uit je hoofd moet leren:
-
Als bijvoeglijk naamwoord (beschrijft een zelfstandig naamwoord, bijvoorbeeld: een goede leerling):
- Goed:
bon (mannelijk enkelvoud), bonne (vrouwelijk enkelvoud), bons (mannelijk meervoud), bonnes (vrouwelijk meervoud)
- Beter:
meilleur (mannelijk enkelvoud), meilleure (vrouwelijk enkelvoud), meilleurs (mannelijk meervoud), meilleures (vrouwelijk meervoud)
- Best:
le meilleur (mannelijk enkelvoud), la meilleure (vrouwelijk enkelvoud), les meilleurs (mannelijk meervoud), les meilleures (vrouwelijk meervoud)
-
Als bijwoord (beschrijft een werkwoord, bijvoorbeeld: goed leren):
- Goed:
bien
- Beter:
mieux
- Best:
le mieux