Hoe bereken je de molariteit bij een titratie?

Hoe bereken je de molariteit bij een titratie?

ScheikundeScheikunde

Hoe bereken je de molariteit bij een titratie?

Wat is een eenvoudig stappenplan voor het berekenen van de molariteit als je een titratie doet?

Antwoord van Ainstein

Om de molariteit te berekenen na een titratie, volg je meestal de volgende stappen:

  1. Stel de reactievergelijking op: Zorg ervoor dat de reactievergelijking kloppend is en dat je de molverhouding tussen de reagerende stoffen kent. Dit is cruciaal voor de stoichiometrische berekeningen.
  2. Bereken het aantal mol van de bekende stof: Gebruik de bekende concentratie (molariteit) en het gemeten volume van de stof uit de buret (de titrant) om het aantal mol van deze stof te berekenen.
    • Formule: aantal mol=molariteit (mol/L)×volume (L)\text{aantal mol} = \text{molariteit (mol/L)} \times \text{volume (L)}
  3. Bereken het aantal mol van de onbekende stof: Gebruik de molverhouding uit de reactievergelijking om het aantal mol van de onbekende stof (de analyte) te bepalen dat heeft gereageerd met de bekende stof.
    • Voorbeeld: Als de molverhouding 1:1 is, dan is het aantal mol van de onbekende stof gelijk aan het aantal mol van de bekende stof. Als de verhouding 1:2 is (1 mol bekende stof reageert met 2 mol onbekende stof), dan is het aantal mol van de onbekende stof twee keer zo groot.
  4. Bereken de molariteit van de onbekende stof: Deel het berekende aantal mol van de onbekende stof door het oorspronkelijke volume van de onbekende oplossing (de analyte) dat je hebt gebruikt voor de titratie.
    • Formule: molariteit (mol/L)=aantal mol onbekende stofvolume onbekende oplossing (L)\text{molariteit (mol/L)} = \frac{\text{aantal mol onbekende stof}}{\text{volume onbekende oplossing (L)}}

Voorbeeld: Stel, je titreert 25,0 mL van een onbekende NaOH-oplossing met 0,100 M HCl-oplossing. Je hebt 20,0 mL HCl nodig om het equivalentiepunt te bereiken.

  1. Reactievergelijking: HCl (aq)+NaOH (aq)NaCl (aq)+H2O (l)\text{HCl (aq)} + \text{NaOH (aq)} \rightarrow \text{NaCl (aq)} + \text{H}_2\text{O (l)} De molverhouding HCl:NaOH is 1:1.
  2. Aantal mol HCl:
    • Volume HCl = 20,0 mL = 0,0200 L
    • Molariteit HCl = 0,100 mol/L
    • Aantal mol HCl = 0,100 mol/L×0,0200 L=0,00200 mol0,100 \text{ mol/L} \times 0,0200 \text{ L} = 0,00200 \text{ mol}
  3. Aantal mol NaOH:
    • Omdat de molverhouding 1:1 is, is het aantal mol NaOH ook 0,00200 mol.
  4. Molariteit NaOH:
    • Volume NaOH = 25,0 mL = 0,0250 L
    • Molariteit NaOH = 0,00200 mol0,0250 L=0,0800 mol/L\frac{0,00200 \text{ mol}}{0,0250 \text{ L}} = 0,0800 \text{ mol/L}

De molariteit van de onbekende NaOH-oplossing is dus 0,0800 M.

Wil je betere cijfers halen?
  • Extra uitleg en oefenen voor elk boek op school
  • Stel vragen en krijg direct antwoord
  • Video's, samenvattingen, oefenen, AI-tutor, woordjes leren en examentraining