Waarom wordt bij een condensatiereactie een H en een OH afgesplitst?
Waarom wordt bij een condensatiereactie een H en een OH afgesplitst?
Ik vraag me af waarom er bij een condensatiereactie specifiek een watermolecuul (H2O) wordt afgesplitst door aan de ene kant een H-atoom en aan de andere kant een OH-groep te verwijderen, in plaats van bijvoorbeeld aan beide kanten alleen een H-atoom weg te halen. Wat is de reden dat dit precies zo gebeurt?
Antwoord van Ainstein
Bij een condensatiereactie reageren twee moleculen met elkaar en wordt er een klein molecuul afgesplitst, meestal water (H2O). Om een watermolecuul te vormen, zijn een H-atoom en een OH-groep nodig.
Specifiek gebeurt dit als volgt:
- Van een alkanolgroep (ook wel alcoholgroep genoemd, aangeduid met -OH) wordt een H-atoom afgesplitst.
- Van een zuurgroep (aangeduid met -COOH) wordt de OH-groep afgesplitst.
Deze afgesplitste H en OH vormen samen een watermolecuul. Door het afsplitsen van water kunnen de twee monomeren (de reagerende moleculen) aan elkaar koppelen. Als er aan beide kanten alleen een H-atoom zou worden weggehaald, zou er geen watermolecuul ontstaan en zou de specifieke binding tussen de monomeren, zoals die kenmerkend is voor condensatiepolymerisatie, niet op deze manier kunnen plaatsvinden.
- Extra uitleg en oefenen voor elk boek op school
- Stel vragen en krijg direct antwoord
- Video's, samenvattingen, oefenen, AI-tutor, woordjes leren en examentraining
